19 september 2005

Jan Siebelink

Op 13 februari 1938 geboren te Velp, in de Hertogstraat 15. Na een jaar verhuisden zijn ouders naar Bergweg 17, waar vader Siebelink een kleine bloemisterij begonnen was. Jan groeide op in een godsdienstig ‘zwaar’ milieu. Zijn vader, na een hemels visioen, had zich aangesloten bij een streng orthodoxe groepering. Omdat hij de christelijke school te licht bevond, bezocht Jan de Openbare Lagere school 1, aan de Jan Luykenlaan. Kinderen uit dit protestantse middenstandsmilieu behoorden het verder te schoppen dan hun ouders. Via de ulo kwam hij op de kweekschool, werd onderwijzer in Laag-Soeren, en studeerde in zijn vrije tijd Franse taal- en letterkunde. Tijdens die studie kwam Siebelink in aanraking met de Franse auteur van Nederlandse afkomst J.-K. Huysmans. Zijn decadente roman A rebours maakte door zijn verblindende stijl, religieuze preoccupatie en verheerlijking van het kwaad een verpletterende indruk op hem. Hij heeft het boek vertaald onder de titel Tegen de keer. Op de avond van de dag dat hij de vertaling inleverde, schreef hij in de huiskamer van zijn moeder, op de plaats waar zijn vader was overleden, zijn eerste verhaal: ‘Witte chrysanten’. Daarin wordt op subtiele wijze door de zoon wraak genomen op de bloemenwinkelier die de vader had vernederd. Met vier andere verhalen vormde dit zijn debuut Nachtschade (1975). Het boek viel op omdat het door zijn zwartromantische motieven als verval, dood. religie, afstand nam van het anekdotische realisme dat toen in de Nederlandse letteren heerste. Voor zover Siebelink een bewuste bedoeling had, wilde hij een naadloze verbinding tot stand brengen tussen het Hollandse realisme en de Franse literatuur uit het 19e-eeuwse fin-de-siècle. Over Nachtschade schreef Jan Geurt Gaarlandt in Vrij Nederland: ‘Als er zoiets bestaat als een volmaakt verhaal, dan is dat “Witte Chrysanten” ’.

In dat oerverhaal ‘Witte chrysanten’ zitten reeds alle motieven die hij later in zijn romans De herfst zal schitterend zijn (1980), En joeg de vossen door het staande koren (1982), De overkant van de rivier (1990), zal uitwerken. Geleidelijk aan werd duidelijk wat die steeds terugkerende motieven waren: de kwekerij die steeds meer het beeld zou worden van het verloren paradijs, het duistere geloof van de vader dat, hoe exact en liefdevol beschreven, nooit begrepen zal worden, het middelbaar onderwijs, de sociale rangorde in een ogenschijnlijk genivelleerde samenleving en bovenal de jeugdjaren in het land van herkomst: Velp en omstreken.
In de loop der jaren behield hij van de decadente thematiek alleen de verfijnde waarneming en zijn gevoel voor een broeierige atmosfeer over. Het leven op een school staat al centraal in zijn eerste roman Een lust voor het oog (1977). 

Jan Siebelinks belangstelling voor de Franse literatuur ging verder dan het Franse fin-de-siècle. In een tijd waarin de kennis van de Franse literatuur in Nederland tot een minimum daalde, voelde hij zich ‘ de laatste der Mohikanen om de Franse glorie overeind te houden’ . In diverse weekbladen (vooral Haagse Post, later HP/De Tijd) publiceerde hij met regelmaat over Franse schrijvers die hem aanspraken. Ze zijn verschenen in de bundels De reptielse geest en De prins van nachtelijk Parijs.

Hoezeer hij zijn persoonlijk stempel heeft gedrukt op zijn onderwerp, is te zien in Pijn is genot (1992), waarin wielrenners als Erik Breukink en Johan van der Velde als devote avonturiers worden neergezet. Bijna een reeks zelfportretten.

Vanaf zijn eerste boek heeft Siebelink altijd de wens gekoesterd om als mannelijk auteur een klassieke romanheldin te scheppen. De wereldreizen in zijn jongste jeugd gingen allemaal naar ‘de overkant van de rivier’, naar Lathum en Duiven, geboorteplaatsen van zijn ouders en voorouders. In De overkant van de rivier, die bijna een eeuw omspant, beschrijft hij het leven van een sterke vrouw, van Hanna Innemee. Zij, eenvoudig boerenmeisje, komt terecht in een situatie die het uiterste van haar vergt. Ze slaagt erin het hoofd boven water te houden. De criticus van de Haagse Post, Jaap Goedegebuure schreef: ‘Deze Hanna heeft weet van de “aaneenschakeling der dingen”. Dit is Siebelinks beste boek tot nu toe, met intens geschreven hoogtepunten’.(31 maart 1990).

In de roman Vera maakt hij opnieuw een vrouw tot hoofdfiguur. Nu is het een Haagse, uit de gegoede middenklasse. Opnieuw een krachtige vrouw. Siebelink: Ik geloof dat de vrouw sterker is dan de man, dat zij een groter reservoir aan kracht bezit dan de man om de wereld aan te kunnnen. Ik denk ook, ? ik besef dat mijn bewering gewaagd is ? dat vooral mannelijke auteurs in staat zijn om onuitwisbare vrouwenfiguren te scheppen. In de literatuur zijn er vele voorbeelden: Madame Bovary van Flaubert, Eline Vere van Couperus, Ina Damman van Vestdijk. Waarom zouden mannen dat beter kunnen? Misschien omdat zij meer oog hebben voor het raadsel van de vrouw. Een vrouwelijk auteur wil haar heldin helemaal transparant maken. Een mannelijk auteur zal het raadsel heel willen laten.

De criticus Arjan Peters schreef in de Volkskrant (21 februari 1997) over Vera: ‘Op de laatste bladzij van zijn boek laat Siebelink haar achter op het terras van het Kijkduinse koffiehuis “Klein Seinpost”, waar je de zee kunt ruiken. Reis daarheen en je kunt haar zien zitten, een vrouw, een moeder van een kind, die al haar hele leven had ervaren dat haar aantrekkelijkheid vooral schuilt in haar onaanraakbaarheid. Die maakt haar mooi en tragisch (…) Jan Siebelink heeft een droomvrouw geschapen. Bijna 300 bladzijden lees je over haar en je hebt niet eens in de gaten dat hij kunst maakt. Maar je gelooft hem. Dat is de kunst.’

Na Vera verschenen nog bij Meulenhoff o.a. Mijn leven met Tikker (1999) en Engelen van het Duister (2001). In die tijd is Siebelink verhuist naar uitgeverij De Bezige Bij, waar inmiddels een historische roman over Margaretha van Parma (Margaretha) (2002) en Eerlijke mannen op de fiets (2002) zijn verschenen. Met zijn laatste roman Knielen op een bed violen (2005) is Siebelink genomineerd voor zowel de NS Publieksprijs als de AKO Literatuurprijs.

bron: http://www.jansiebelink.nl

Recent

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

Zoals hij was
Door Bernadet

Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken.

Lees meer