26 juli 2004

Maria Barnas

‘Een eigenzinnige stijl is de kracht van Maria Barnas,’ kopte Piet Gerbrandy al in oktober vorig jaar in de Volkskrant, toen hij haar poëziedebuut Twee zonnen besprak. Ruim acht maanden later, tijdens het 35e Poetry International Festival in Rotterdam, bleek dat deze stijl haar de belangrijkste jaarlijkse literaire prijs voor debuterende dichters opleverde: niet Joep Kuiper, Bas Belleman of Saskia de Jong, maar Maria Barnas mocht de C. Buddingh’-prijs in ontvangst nemen.

Voor sommigen kwam de bekroning van Twee zonnen, die eerder al genomineerd werd voor de Jo Peters Poëzieprijs, enigszins als een verrassing. ‘Maria Barnas is ongetwijfeld een heel erg lieve vrouw, dat lees je aan al haar gedichten af. Helaas is poëzie eerder gebaat bij de listen en lagen van een verleidelijk secreet,’ oordeelde Ilja L. Pfeijffer in een beschouwing in NRC Handelsblad, voorafgaand aan de uitreiking van de C. Buddingh’-prijs. Zijn uitgesproken favoriet was Joep Kuiper, naar wie eigenlijk ook Gerbrandy’s voorkeur uitging. Wel oordeelde die aanzienlijk positiever over de poëzie van Barnas: ‘Haar gebeeldhouwde zinnen verraden een sterke persoonlijkheid en een groot vakmanschap.’

Barnas werd op 28 augustus 1973 geboren in Hoorn. Haar door Gerbrandy geroemde vakmanschap beperkt zich niet tot gedichten, want voordat ze haar eerste dichtbundel uitbracht, maakte ze al naam als kunstenaar en schrijver. Toch beschouwt Barnas de poëzie als de basis van alles wat ze doet, zoals ze eens in een interview met Iris Pronk in Trouw vertelde: pas als zij iets in een gedicht kan ‘oplossen’, zoekt zij naar een andere vorm.

Zowel in haar poëzie als in haar proza (de romans Engelen van ijs en De baadster) blijken het vooral relationele en existentiële vraagstukken te zijn, die om een oplossing vragen. In elk van de drie werken betreedt de lezer de wereld van een jonge vrouw, worstelend om een betrouwbaar beeld van zichzelf, haar leven, haar omgeving en geliefdes te krijgen. Of hij dit opzich opzienbarende materie vindt, moet iedere lezer natuurlijk voor zichzelf bepalen; voor mij maken vooral de originaliteit van haar waarnemingen en de scherpte van haar formuleringen het werk van Barnas bijzonder.

Barnas studeerde aan de Rietveld Academie en de Rijksacademie in Amsterdam. Aan de Rietveld is zij momenteel docent in afdeling Schrijven. Als beeldend kunstenaar exposeert zij internationaal en van haar schrijvershand verschenen naast twee romans ook een toneelstuk (De dood en de honden, voor de Gentse theatergroep Victoria) en een hoorspel (MaxA/B, voor Catalogue). Bovendien schrijft ze poëziebesprekingen, tweewekelijks voor de Groene Amsterdammer en minder frequent voor poëzietijdschrift Awater.

Van Barnas verschenen:
Engelen van ijs (roman, de Arbeiderspers, Amsterdam, 1997)
De baadster (roman, de Arbeiderspers, Amsterdam, 2000)
Twee zonnen (dichtbundel, de Arbeiderspers, Amsterdam 2003)

Gedichten van Barnas staan opgenomen in de bloemlezingen Aan iedere spijker een regel (Prometheus, 1995), Double Talk (Arbeiderspers, 1997), Vanuit de lucht (Passage, 2001), en Komrij’s Nederlandse poëzie van de 19e tot en met de 21e eeuw in 2000 en enige gedichten (Bert Bakker, 2004). Ook publiceerde ze gedichten in literaire tijdschriften als Tirade, Maatstaf en Bunker Hill.

Beeldend werk van Barnas was te zien bij de galerie Fons Welters in Amsterdam, galerie Du Jour in Parijs, en Buro Friedrich in Berlijn. In het Diemerpark bracht ze het kunstwerk ‘De ontmoeting’ aan: teksten over gif en liefde verspreid over 103 putdeksels op de Diemerzeedijk, een oude gifstortplaats aan de rand van Amsterdam.

Barnas dichtend:
www.epibreren.com/rs/rs_frame.html?barnas.html
Barnas beeldend: www.galeries.nl/mnkunstenaar.asp?artistnr=3483&vane=&em=&sessionti=630517822
Audio Barnas: www.vpro.nl/boeken/index.shtml?3141869+5025064+10764655#people

Thomas Möhlmann

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer