2 januari 2006

Adriaan Morriën

Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002)
Dichter, schrijver, criticus, vertaler

Roem, erkenning, aanzien ? ach, wat is dat waard. Het is leuk als iemand na je dood nog eens een boekje van je doorbladert, maar ‘voortleven in je werk’ is natuurlijk een fictie.
 
(interview in De Groene Amsterdammer, 29 januari 1997)
 Adriaan Morriën ontplooide veel literaire activiteiten: als dichter, schrijver, criticus en vertaler. Als geen ander drukte hij een stempel op de Nederlandse literatuur van na de Tweede Wereldoorlog. Zijn grote veelzijdigheid als auteur blijkt uit de honderden gedichten, duizenden recensies en tientallen vertalingen.
 Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1939: Hartslag. De thematiek van deze bundel is typerend voor de rest van zijn werk: erotiek, de vrouw en de dood. Er volgden bij Van Oorschot nog veel dichtbundels, waaronder Luchtalarm (bij wat toen nog de verzetsuitgeverij De Bezige Bij was in 1945), Moeders en zonen en Oogappel. Bij uitgeverij G.A. van Oorschot verscheen in 1993 de bundel Verzamelde gedichten, die een mooi overzicht geeft van zijn werk.
 Ook als prozaschrijver verwierf Morriën bekendheid. Het meest bekend is Alissa en Adriënne, ‘een lofzang op het vaderschap’, dat in 1956 verscheen, en dat over zijn twee dochters gaat. Daarnaast verschenen er onder andere twee uitgaven in de reeks Privé-domein, Plantage Muidergracht en Ik heb nu weer de tijd, vol prachtig verwoorde en fijnzinnige observaties.
 Om in zijn levensonderhoud te voorzien schreef hij literaire kritieken voor diverse landelijke dagbladen (gebundeld in Brood op de plank), werkte als redacteur en adviseur bij uitgeverij G.A. van Oorschot en De Bezige Bij en bij enkele literaire tijdschriften. In die functie kwam hij bekend te staan als de ontdekker van schrijvers als Harry Mulisch, Gerard Reve en W.F. Hermans. Na een jarenlange vriendschap met Hermans raken de twee gebrouilleerd, wat tot uiting komt in de polemische geschriften De gruwelkamer van W.F. Hermans of Ik moet altijd gelijk hebben (Morriën) en Mandarijnen op zwavelzuur (Hermans).
 Als vertaler maakte Morriën vooral naam met Het verhaal van O van Pauline Réage en Les liaisons dangereuses van Choderlos de Laclos.
 
Een roman heeft Morriën nooit geschreven. Eigenlijk had hij niets met fictie. Zelf zei hij daarover: 
 De academische critici vinden mijn werk geen literatuur, omdat het niet bedacht is. Maar ik vind dat veel schrijvers het echte doel voorbij schieten. Zij zoeken het in de verte, in het gekunstelde. Ik zie toch bijna altijd de hand van de schrijver die alles manipuleert en karakters bedenkt die niet echt tot leven komen. […] het staat me tegen iets te verzinnen.[…] Ik put uit mijn herinnering en mijn ervaring. […] Ik beschrijf de dingen die ik zie en de mensen naar wie ik kijk in de metro en op straat. Ik verwonder of verheug me over een detail, een blik, een opmerking.
 
(interview in De Groene Amsterdammer, 29 januari 1997)
 
Morriën was een observator, iemand die genoot van kleine, dagelijkse dingen en daar in zijn miniaturen, zijn gedichten en zijn proza over schreef. Een volledige beschrijving van zijn werk is bijna ondoenlijk. Daarvoor moeten we nog even geduld hebben, er wordt gewerkt aan een biografie over zijn leven en werk door Rob Molin (verschijnt in 2005 bij uitgeverij De Arbeiderspers) 

Bibliografie
 
Hartslag (gedichten, Stols 1939)
 Landwind (gedichten, Stols 1942)
 Afscheid van Lida (novelle, Het Zwarte Schaap, 1944)
 Luchtalarm (gedichten, De Bezige Bij, 1945)
 Het vaderland (gedichten, De Bezige Bij, 1946)
 Een slordig mens (verhalen, G.A. van Oorschot, 1951)
 Vriendschap voor een boom (gedichten, Bezige Bij 1954)
 Een bijzonder mooi been (verhalen, Bezige Bij 1955)
 De gruwelkamer van W.F. Hermans, of Ik moet altijd gelijk hebben (Bezige Bij, 1955)
 Kijken naar de wolken (gedichten, De Bezige Bij, 1956)
 Alissa en Adrienne (De Bezige Bij, 1957)
 Concurreren met de sterren (literatuurbeschouwingen, Van Oorschot, 1959)
 Verzen van een vader (gedichten, De Bezige Bij, 1960)
 Moeders en zonen (gedichten, De Bezige Bij, 1962)
 Mens en engel (verhalen, Van Oorschot, 1964)
 Het gebruik van een wandspiegel (gedichten, Van Oorschot, 1968)
 Cryptogram (proza & gedichten, Van Oorschot, 1968)
 Waarom ik geen Dante-specialist ben geworden: (verhalen, Motion 1969 & ? zonder ondertitel ? De  Bezige Bij, 1973)
 Lasterpraat (gevarieerd proza, De Bezige Bij, 1975)
 Een mooi dik meisje zonder borsten (gedichten, Zonnebol, 1977)
 Avond in een tuin (gedichten, Van Oorschot, 1980)
 Oogappel (gedichten, Van Oorschot, 1986)
 Plantage Muidergracht (Privé-domein, Arbeiderspers, 1988)
 Het kalfje van de gnoe en andere miniaturen (Van Oorschot, 1992)
 Een toegevoegd zintuig (gedichten, Van Oorschot, 1992)
 De vinger van een dooie mof: verhalen, miniaturen, gedichten (Van Oorschot, 1995) 
Ik heb nu weer de tijd (Privé Domein, Arbeiderspers, 1996)
 Brood op de plank: verzameld kritisch proza (2 dln, Van Oorschot, 1999)
 Lotus brieven: het verslag van een betovering (brievenbundel, Van Oorschot, 2001) 

Uitgeverij G.A. van Oorschot publiceerde in 1961 en 1993 bundels Verzamelde Gedichten. Bij deze uitgeverij bestaan plannen om ook een bundel Verzamelde Verhalen te publiceren.

Vertalingen
Adriaan Morriën vertaalde onder meer werken van Albert Camus, Heinrich Böll, Sigmund Freud, Erich Kästner, Choderlos de Laclos (Les liaisons dangereuses), Guy de Maupassant en Pauline Réage (L’histoire d’O).

Onderscheidingen
 De prijs van de Gruppe ’47 (1954)
 Martinus Nijhoffprijs (1962)
 Herman Gorterprijs (1988)

In 2005 verscheen de biografie Lieve rebel, van Rob Molin bij de Arbeiderspers.

Zelf zat hij in veel literaire jury’s, onder meer voor de P.C. Hooftprijs.

Meer informatie over Adriaan Morriën: http://home.tiscali.nl/sylvester/morbio.htm
 
ST

 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De kunst van het niets doen reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met leven.

Lees meer