29 september 2003

Karel van het Reve

Wij schrijven het jaar onzes Heren
2000, maar moeten veel leren:
De meerderheid
Verbeuzelt zijn tijd
Met vruchteloos redeneren. 

‘Nét niet gehaald! Godverdomme, Karel, en dat in een tijd van oprukkend obscurantisme, waarin wij jouw scepsis en verstand beter dan ooit hadden kunnen gebruiken!’, aldus Martin van Amerongen in De Groene Amsterdammer van 6 oktober 1999, ruim een half jaar na het overlijden van Van het Reve.

Karel van het Reve werd geboren op 19 mei 1921 in Amsterdam en is de zoon van de communistische journalist en schrijver Gerardus Johannes Marinus van het Reve (1892-1975) en Janetta Jacoba Doornbusch (1892-1959) en de oudere broer van Gerard Reve. Hij werd vernoemd naar Karl Liebknecht (en die op zijn beurt weer naar Karl Marx). Hij ging naar het Vossiusgymnasium in Amsterdam en was ‘pionier’, wat betekende dat je lid was van een communistische jeugdbeweging. Na de voltooiing van het gymnasium gaat Karel in 1939 sociografie studeren. Dit blijkt al snel niets voor hem te zijn en hij gaat dan ‘wilde colleges’ volgen bij diverse professoren. Tijdens de oorlog gaan deze (illegale) colleges gewoon door en tijdens een van zijn omzwervingen komt van het Reve bij Bruno Becker terecht, die Slavistiek doceert. Hij besluit om Slavische talen in Amsterdam te studeren. 

Van het Reve was een zorgvuldig en slim stilist, maar – anders dan zijn broer Gerard ? geen  kunstenaar, ook al kondigde De Volkskrant in augustus 2001 de kersverse herdruk-in-één-band aan van Karel van het Reves twee romans, Twee minuten stilte en Nacht op de kale berg. Van het Reve heeft na deze vroege werken (1959 en 1961) inderdaad geen literatuur meer geschreven, maar wel non-fictie ? met name essayistisch werk over leven en literatuur aan gene zijde van het IJzeren Gordijn. Maar eigenlijk kon hij over zowat ieder onderwerp zijn heldere licht laten schijnen. Zijn heftige tegenreactie op zijn streng-communistische opvoeding (lees Het geloof der kameraden, 1969) heeft hem niet in de armen gedreven van een andere ideologie of geloof, integendeel. Hij is altijd wars geweest van ‘onzin’ en mocht daar graag een essay of column tegen in het geweer brengen. Liefst met humor, zoals in Achteraf (1999). ‘Als Igor Cornellissen en ik met elkaar telefoneren ? dat gebeurt een keer of drie per jaar ? dan roep ik soms “vuile trotskist!” tegen hem, en dan roept hij uit Zwolle terug “smerige stalinist!” Dat komt zo: Igor hoorde vroeger bij Trotski’s “Vierde Internationale”, terwijl ik een telg ben uit een vroom communistisch gezin. Igor geloofde in Lenin en Trotski, ik geloofde in Lenin en Stalin. Allebei geloofden we in Marx en Engels. Allebei zijn we van ons geloof gevallen, ik eerder, hij later. Maar door de telefoon gebruiken we nog graag oude woorden, zoals “vijand van het internationale wereldproletariaat” of “handlanger van het fascisme”.’ 

Karel promoveerde in 1954 op Goed en schoon in de sowjetcritiek, verbleef in 1967-1968 in Moskou als correspondent van Het Parool en begreep al vrij snel dat het ‘geloof der kameraden’ niet zijn geloof was. De verschrikkingen van het stalinisme hebben Van het Reve echter niet afgebracht van zijn liefde voor de Russische literatuur. Van 1957 tot 1983 was hij hoogleraar Slavische letterkunde in Leiden. Zijn vertaalwerk (onder andere veel Toergenjev) werd bekroond met de Martinus Nijhoffprijs en een flink deel van zijn bibliografie is gewijd aan de Russische literatuur. Neem bijvoorbeeld Rusland voor beginners of Geschiedenis van de Russische literatuur ? niet het enige in Nederland verschenen overzicht in zijn soort, maar wel vérreweg het best geschreven en aangenaamst leesbare. Niet voor niets wordt Van het Reve door velen beschouwd als Nederlands beste non-fictieschrijver. Het feit dat hem in 1981 de P.C. Hooftprijs is toegekend voor zijn gehele oeuvre is wel een indicatie van de kwaliteit van zijn werk ? literair of niet. In 1970 kreeg hij de Lucas Ooms-prijs voor journalistieke werk, dat ook onlosmakelijk verbonden was met het hoofdthema in zijn werk: Rusland. Verder wist hij de gehele literatuurwetenschap tegen zich te krijgen door zijn Huizinga-lezing ‘Literatuurwetenschap: het raadsel der onleesbaarheid’, dat opgenomen is in Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes uit 1979 en in kernachtige vorm zijn weerslag vindt in de onverwoestbare inleiding bij de Geschiedenis van de Russische literatuur.

Karel van het Reve leed de laatste jaren aan de ziekte van Parkinson en aan dementie en stierf op 4 maart 1999. Op het eind van de bundel Luisteraars! schreef hij: ‘Koningin Beatrix regeert ons met milde, doch vaste hand. Omdat ik zo lang voor de Wereldomroep gewerkt heb, heeft zij mij een paar dagen geleden benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse leeuw. Dank u. De ridderorde zit in een doosje, met een papiertje erbij waarop gedrukt staat dat ik deze versierselen aan de Nederlandse staat terug moet geven als ik dood ben. Ik hoop maar dat ik dat niet vergeet. Vaarwel. Het ga u goed, waar ook ter wereld.’ 

Onlangs werd bekend dat het Het Constantijn Huygens Instituut (CHI) geen wetenschappelijke editie van het volledige werk van Karel van het Reve zal financieren. Moge de woorden van van Amerongen hen nog lang najagen.

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer