25 augustus 2003

H.J.A. Hofland

Bomaanslag op een VN-gebouw? Problemen binnen de Britse regering? Een nieuw Vietnam in Irak? Wie de toestand in de wereld te verwarrend vindt kan altijd te rade gaan bij de inmiddels 76-jarige H.J.A. Hofland, de Grote Samenvatter. Niet vaak op een oorspronkelijke gedachte te betrappen, wel immer nuchter, analytisch en objectief. Of, zoals Sjoerd de Jong het stelt in de inleiding van Hoflands overzichtswerk Op zoek naar de pool: ‘H.J.A. Hofland kan kijken als weinig anderen. Niet in de comsumentistische zin van lodderig onderuit hangen, zoals bij televisiekijken, of de kapitalistische van hebberig naar voren leunen, zoals je naar etalages kijkt, en ook niet, hoewel dat enigszins in de buurt komt, van aristocratisch naar achteren buigen, zoals bij het kijken naar kunst. Het lijkt meer op het uitgebalanceerde en geconcentreerde scherpstellen van een fotograaf, een microbioloog, of een antropoloog in het veld.’ 

Hendrik Johannes Adrianus Hofland, journalist, essayist en romancier, werd in 1927 te Rotterdam geboren. Hoewel zijn autobiografische credo sinds lange tijd luidt: ‘Wenst geen biografische gegevens te verstrekken’ zijn hier en daar een aantal aardige biografische schetsen over hem te vinden. Als schrijver is hij een veelvraat. Naast ‘grote’ onderwerpen als kunst, politiek en wetenschap schrijft hij ? onder het pseudoniem S. Montag ? ook graag over de ‘fenomenologie van het alledaagse leven’, over het afwassen en de functie van het afdruiprekje, over honden en hondenpoep of over de beste manier om een speelgoedbootje in elkaar te zetten (Rederij Hofland). In dat laatste is hij zeer zeker oorspronkelijk.   

Hij groeide op in een ‘intellectueel milieu’. Zelf zegt hij dat zijn ouders eigenlijk nooit echt in hem geïnteresseerd waren, maar dat hij dit positief heeft ervaren. Hij vond het juist prettig dat zijn ouders hem met rust lieten en heeft louter goede herinneringen aan zijn jeugd. Merkwaardig genoeg denkt hij aan die oorlogsjaren met de meeste weemoed terug. Door de extreme omstandigheden verdween de discipline uit het dagelijks leven. De tiener Hofland ervaarde dit als een spannende vorm van anarchie. Vlak na de oorlog studeerde hij op Nijenrode en tevens politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1948 ging hij in militaire dienst en in 1953 belandde hij bij het Algemeen Handelsblad. Hij zou het bij deze krant tot hoofdredacteur schoppen.

Behalve een literaire prijs voor zijn romans (Nacht over Alicante, De alibicentrale: een sprookje voor bedriegers) heeft Hofland voor zijn journalistieke bijdragen zo’n beetje alle eerbewijzen gekregen die bij iemand van zijn statuur passen. In 1992 kreeg hij de ‘Audax columnistenprijs’, in 1996 ontving hij van de uitgeversbond KNUB de ‘Gouden Ganzenveer’ en in 1999 werd hij door zijn collega’s uitgeroepen tot ‘De journalist van de eeuw’ ?  de ‘Johan Cruijff onder zijn vakgenoten’. Begin 2001 ontving hij het eredoctoraat van de Universiteit van Maastricht, vanwege het feit dat hij op ‘exemplarische wijze’ gestalte heeft gegeven aan ‘het ideaal van een heldere, kritische reflectie op maatschappij, wetenschap en kunst’. 

Radio- interview met Martin Simek: interview.

Biografische schets van generatiegenoot Martin van Amerongen: schets.

Volledige biografie

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer