14 april 2003

Cornelis Bastiaan Vaandrager

‘Ik loop op straat en ik hoor een jongen roepen tegen een voorbijgaande moeder en dochter: “Hee moeder, als je je dochter verloot, krijg ik dan een lootje?” Dit isoleer ik en zet ik tussen aanhalingstekens.’ Het werk van de Rotterdamse schrijver C.B. Vaandrager kenmerkt zich door de weergave van de werkelijkheid zonder enige vorm van commentaar, het zogenaamde Nieuwe Realisme.

Op 26 augustus 1935 wordt Cornelis Bastiaan Vaandrager geboren op de Pretorialaan te Rotterdam-Zuid. Als enig kind van Kees en Jannie Vaandrager beleeft hij een rustige jeugd in een periode van wederopbouw.

Tijdens zijn studietijd aan het Charlois Lyceum ontwikkelt de jonge Vaandrager een liefde voor de literatuur. Het lezen van De Avonden ervaart hij als een openbaring en vanaf zijn vijftiende is hij een gulzige lezer die door de jaren heen een uitgebereide collectie opbouwt van Homerus.

Buiten de literatuur is Vaandrager ook erg geïnteresseerd in jazz. In 1952 ontmoet hij saxofonist Hans Sleutelaar. De twee blijken veel gemeen te hebben (dezelfde leeftijd, liefde voor literatuur en jazz) en er ontstaat een innige vriedschap. Beide zijn bovendien redacteur van een schoolkrant en gaan elkaars werk publiceren: Vaandrager schrijft korte verhalen en Sleutelaar gedichten.

Met zijn gymnasiumdiploma op zak, gaat Vaandrager naar de School voor Taal- en Letterkunde in Den Haag, maar al snel merkt hij dat hij zich daar niet thuis voelt. Samen met Hans Sleutelaar wordt hij aangenomen bij Lintas, het officiële reclamebureau van Unilever. Met het schrijven van reclameteksten voor onder meer margarine en wasmiddelen leren ze de principes van het doelgericht en ecomomisch schrijven. In hun latere werk is nog veel van deze ‘basis’ terug te vinden.

Samen met Sleutelaar richt hij in 1955 het tijdschrift Proefschrift, maandblad van de nieuwe generatie op. Een jaar later wordt dit tijdschrift opgeheven en treden Vaandrager en Sleutelaar toe bij de redactie van Gard Sivik. In dit tijdschrift gaat Vaandrager zijn eerste gedichten publiceren, die gekenmerkt worden door een sterke objectiviteit.

In 1960 verschijnt zijn debuutroman Leve Joop Massaker, in 1961 gevolgd door zijn poëziedebuut Met andere ogen. Beide debuten worden overwegend positief ontvangen. Vaandrager neemt in deze periode intensief deel aan het Rotterdamse literaire en artistieke leven. Hij wil het leven leiden van een bohémien: hij experimenteert met drugs en identificeert zich met helden uit de literatuur en jazz, zoals William Burroughs en Miles Davis.

De gedichten van Vaandrager worden steeds objectiever en bestaan vaak uit slechts enkele regels. Veel van zijn gedichten zijn gebaseerd op zogenaamde ready-mades: onbewerkte teksten uit de werkelijkheid. Deze teksten vindt Vaandrager bijvoorbeeld in reclamefolders, openbare toiletten en spoorboekjes.

Binnen de Gard Sivik-goep ontstaan, mede door de excentriciteit en het overmatige drugsgebruik van Vaandrager, spanningen en in 1964 verschijnt het laatste nummer en gaan de redactieleden hun eigen weg.

Vaandrager heeft zijn drugsgebruik steeds minder onder controle en van schrijven komt weinig meer terrecht. Toch verschijnt er in 1971 een nieuwe roman van zijn hand: De reus van Rotterdam. Voor Vaandrager draait dit uit op een grote teleurstelling: hij had gehoopt op een beststeller en een uitgebreide reclamecampagne, maar ondanks de positieve ontvangst blijft dit uit.

De jaren zeventig zijn moeilijk voor de auteur. Door zijn drugsgebruik krijgt hij last van psychoses en moet hij herhaaldelijk worden opgenomen in een psychiatrische kliniek. Op speed schrijft hij een nieuw prozaboek: De hef, een grimmig en niemand (ook Vaandrager zelf niet) ontzienend boek. De hef treft hetzelfde lot als De reus van Rotterdam: goede kritieken, maar lage verkoopcijfers. Vaandrager zwerft door de stad, wordt opnieuw opgenomen en doet twee zelfmoordpogingen.

De jaren tachtig beginnen veelbelovend: In 1981 krijgt Vaandrager de Anna Blaman-prijs uitgereikt. De prijs (10.000 gulden) is bedoeld als stimulans, maar Vaandrager is totaal apathisch geworden en hangt voornamelijk thuis voor de televisie. Het duurt nog tot 1986 voordat hij weer iets publiceert.

De laatste jaren van zijn leven leidt Vaandrager een min of meer zwervend bestaan. Kenmerkend voor deze jaren is de stoïcijnse volharding die hij ten opzichte van het schrijven ontwikkelt. Bij gebrek aan papier of een typemachine schrijft hij desnoods op kalenders en bierviltjes. Lichamelijk takelt hij snel af. Hij eet slecht en leeft voornamelijk op speed. Op 18 maart 1992 overlijdt hij in het Dijkzigt ziekenhuis aan een longontsteking, ontstaan door uitputting en algehele verwaarlozing.

Bibliografie

Leve Joop Massaker, 1960, De Arbeiderspers; Met andere ogen, 1961, Gard Sivik-reeks; De avonturen van Cornelis Bastiaan Vaandrager 1, 1963, Nijgh & Van Ditmar; Gedichten, 1967, De Bezige Bij; De reus van Rotterdam, 1971, De Bezige Bij; Martin, waarom hebben de giraffe…, 1973, De Bezige Bij; De Hef, 1975, De Bezige Bij; Vaandrager’s totale poëzie, 1981, De Bezige Bij; Zij het gehavend, 1986, Bébert (beperkte oplage); Metalon, 1987, De Bezige Bij; Sampleton, 1990, De Bezige Bij

Anne-Marie van der Poel

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer