Jan Kostwinder

Kortgeleden werd in het Amsterdamse literaire theater Perdu een bijzonder boek gepresenteerd. Het is paars-blauw en dik en op de voorkant staat in witte letters ‘Alles is er nog’. Het bevat de verzamelde gedichten van Jan Kostwinder, die ruim anderhalf jaar geleden overleed.

De samenstellers Hein Aalders en Chrétien Breukers hebben bij de gedichten een uitgebreid en betrokken nawoord geschreven, waarin ze Kostwinder zelf veelvuldig aan het woord laten, onder meer over zijn geboorte: ‘Aan het eind van een warme zomernacht in 1960 werd ik met de navelstreng om mijn hals geboren in Oude-Pekela, een dorp in Noord-Oost-Groningen. Het gesternte was ons kleine gezin niet gelukkig gezind want tweeënhalf jaar later overleed mijn vader aan leukemie.’

Het vroege verlies van zijn vader en de levenslange zoektocht naar diens identiteit behoren tot de belangrijkste, telkens terugkerende autobiografische elementen in het literaire werk van Kostwinder, die eigenlijk net als zijn vader Jan de Vries heette. Over het begin van zijn schrijverschap en de nauwe band tussen zijn leven en werken schreef hij zelf in een essay in literair tijdschrift Parmentier: ‘Dat dacht ik toen twaalf was, gepest werd en vernederd, stotterde; mijn vader miste, mijn stiefvader haatte ? ik dacht, ik schrijf het godverdomme allemaal op. En daar ben ik nog steeds mee bezig. En dat zal ik zo eenvoudig en helder mogelijk doen: opdat het door iedereen gelezen kan worden, dus niet alleen door een paar theemutsen van de universiteit, en opdat iedereen kan denken: ik ben dus niet de enige die stottert en die bang is dat-ie nooit een meisje zal krijgen ? en de rest.’

In zijn Amsterdamse studietijd richt Kostwinder samen met Stef van Dijk, Rogi Wieg en Marisa Groen het literaire tijdschrift Adem op. Drie jaar later, in 1988, verschijnt zijn debuutbundel Binnensmonds, in 1994 gevolgd door Een kussen van hout. In de tijd tussen beide bundels voltooit hij zijn studie Nederlands en verlaat hij Nederland. Eerst verblijft hij ongeveer een jaar als leraar in Oxford, daarna geeft hij vijf jaar lang Nederlandse les in Wales. Hoewel hij in Wales al een formidabel drankprobleem ontwikkelt, beleeft hij er een relatief welvarende en gelukkige tijd: zijn leraarschap verschaft hem enig aanzien, hij werkt van een afstandje gedreven voort aan zijn Nederlandse literaire carrière en zijn vrouw Marisa Groen schenkt hem twee zoons.

Het gaat pas echt mis als Kostwinder Wales verlaat en verhuist naar het Belgische Mol. Hier verliest hij in enkele jaren zijn baan en zijn vrouw en krijgen drugs en alcohol een steeds fermere greep op zijn leven. In oktober 1998 belandt hij in een psychose, waarna hij via Geel en Bergen op Zoom terugkeert naar Amsterdam. De laatste drie jaar van zijn leven worstelt Kostwinder met zichzelf, zijn omgeving en zijn verslaving, al lijkt het vanaf het voorjaar van 2001 beter te gaan: hij betrekt een nieuwe woning, bereid zich voor op een promotie-onderzoek aan de universiteit en werkt aan een nieuwe roman (werktitel: Jessica Durlacher. Een felrealistische roman). Eind augustus van hetzelfde jaar overlijdt hij echter aan een hartaanval.

Naarmate de jaren vorderden, schreef Kostwinder minder poëzie en meer proza. Wel lag al enige tijd een nieuwe dichtbundel te wachten op publicatie: Donkere wolken pakken zich samen boven het hoofd van Meneer De Vries. De gedichten uit deze bundel schreef Kostwinder tussen 1995 en 1998 en zijn nu, op een viertal dat al eens in poëzietijdschrift Zanzibar verscheen na, voor het eerst voor een groter publiek leesbaar. Dat Alles is er nog toch zo’n dik boek geworden is, terwijl Kostwinder bij leven slechts twee dichtbundels publiceerde, komt niet alleen door de opname van het onuitgegeven Meneer De Vries-manuscript: het bevat daarnaast nog een groot aantal verspreide en nagelaten gedichten, waaronder het volgende:

Wintergedicht

Sneeuw daalt op ons neer,

wij lopen hand in koude

hand, van ver klinkt een oude,

vertrouwde schreeuw ? zoals nu

wordt het nooit meer.

– Weet je nog dat we ingesneeuwd

raakten en niets hadden te bepraten?

– Stil kleine, dat is voor later,

trek je pyjama aan, klim op mijn schoot,

laten we samen moesjelief omhelzen

want pappa is wel gek

maar hij is nog lang niet dood.

 

Van Jan Kostwinder verschenen de dichtbundels Binnensmonds (Uitgeverij Wel, 1988) en Een kussen van hout (Uitgeverij Perdu, 1994) en de prozawerken Regenhond (Houtekiet / De Prom, 1997) en Brieven aan Willem-Alexander (idem, 1999). Samen met Hein Aalders schreef Kostwinder een drietal beschouwingen over Cesare Pavese, bijeengebracht in Een man alleen. De zelfmoord van Cesare Pavese (1995).

Het postume Alles is er nog ? verzamelde gedichten verscheen enkele dagen geleden bij Uitgeverij Thomas Rap.

 

Thomas Mohlmann

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

12 januari 2018

Voelen met verstand

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Een verhalendebuut
door Bernadet

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt. Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer.

Lees meer