Frits Bernard Hotz

F.B. Hotz werd op 1 februari 1922 geboren in Leiden. In de jaren dertig, die hij zelf bestempelde als ‘de donkerste en domste jaren van deze eeuw’, en waarin armoe en oorlogsdreiging de jaren grauw en zwaar maakten werd hij ook nog eens geconfronteerd met de scheiding van zijn ouders.

In 1942 begint Hotz aan een muziekstudie. De eerste jaren na de oorlog moet hij met tbc het bed houden. In 1949 echter begint zijn loopbaan als jazzmusicus, hoewel in zijn achterhoofd dan al de wens bestaat verhalen te schrijven.

In 1956 trouwt Hotz met de 21-jarige Barbara en in 1961 krijgen ze een zoon, Jeroen. Dat zijn huwelijk weinig geluk bracht was bekend bij vrienden en uit enkele van zijn verhalen stijgt een verlammende en grimmige sfeer op die ongetwijfeld door de schrijver zelf doorvoeld werd in de huiskamer. En dan gebeurt er iets in zijn leven wat waarschijnlijk de kern van zijn bestaan heeft gevormd, het verhaal waar alles om draait, maar dat hij nooit direct heeft opgeschreven: zijn vrouw Barbara verlaat hem om met een van zijn vrienden te gaan samenwonen. De vrouw van die vriend vermoordt vervolgens haar ontrouwe man: de vrouw kreeg tien jaar, Hotz en zijn zuster, met wie hij ging samenwonen, kregen de verzorging van het kind van die vrouw en haar vermoorde man toegewezen. In veel van Hotz’ verhalen spreekt een soort angst van vrouwen, wellicht terug te voeren op deze gebeurtenis.

Hotz leidt een teruggetrokken bestaan waarin hij kalm en onzeker aan zijn eerste verhalen werkt.Het werk van Van Oudshoorn is een grote inspiratiebron voor hem, maar hij durft zijn verhalen niet naar uitgevers te sturen. Dat durft hij pas in 1974 (intussen 52 jaar oud) als hij een stukje leest over een literaire prijsvraag voor debutanten.’Ik dacht: als ik nog langer wacht dan gaat het binnenkort helemaal niet meer. Dan ben ik seniel.’ Een paar maanden later wordt het verhaal ‘De Tramrace’ in het tijdschrift Maatstaf gepubliceerd. ‘Ik vond het zo onbegrijpelijk mooi dat ik me niet kon voorstellen dat het een debuut was van een totaal onbekend iemand,’ schreef Maarten ’t Hart. 

Hotz was een langzame schrijver, hij sleep en schaafte aan elke zin tot deze precies zo was als hij wilde. Zelfs onderweg naar de uitgever om werk in te leveren, stopte hij halverwege op het postkantoor, nam plaats aan een tafel (die waren daar toen nog) en begon opnieuw zijn in te leveren werk te corrigeren, voor de zoveelste keer. ‘Dan dacht ik, verdomme, dat is niet goed, dat moet anders.’ En zelfs wanneer hij het manuscript allang had ingeleverd stuurde hij, nog steeds twijfelend, korte zinnetjes na die er alsnog in moesten.
Enthousiast zijn de reacties wanneer in 1976 eindelijk zijn eerste bundel Dood weermiddel verschijnt .’De literaire voorjaarssensatie van 1976′, ‘Een van de grootste Nederlandse schrijvers’ en ‘Een nieuwe Elsschot’ koppen de kranten. Dood weermiddel is de eerste van een reeks verhalenbundels met zo’n duidelijke eigen stem dat ‘de nieuwe Hotz’ al gauw een begrip wordt.
Ernstvuurwerk uit 1978 (bekroond met de F. Bordewijkprijs) wordt gevolgd door Proefspel (1980), Duistere jaren (1983) en Eb en vloed (1987).
De verhalen van F.B. Hotz worden veelal onderverdeeld in historische verhalen (vaak gesitueerd in de negentiende eeuw en de eerste jaren van de twintigste eeuw), deels autobiografische verhalen over de eigen jeugd en (eveneens op eigen ervaringen gebaseerde) verhalen over het leven als jazzmusicus in de jaren vijftig en zestig. Hotz laat voorwerpen een belangrijke rol spelen in zijn werk, vooral ‘wonderen van techniek’ als treinen, auto’s en stoomtrams krijgen veel aandacht. Er zijn meer telkens terugkerende elementen in Hotz’ werk aan te wijzen: zijn hoofdpersonen zijn in zichzelf gekeerde mannen, wat eenzaam vaak en zich bewust van het onheil dat zich telkens weer over hen uit zal storten. Soms gaan ze voorzichtig een relatie aan, maar nooit met veel overtuiging. Je hoort de echo van het mislukte huwelijk van zijn ouders en de rampspoed die zijn eigen huwelijk hem gebracht heeft er duidelijk in terug.
Dominerende vrouwen winnen het daarbij nogal eens van door techniek of kunst gefascineerde mannen. ‘We aten en het opscheppen ging met pijnlijke stilte gepaard. Eindelijk zei Dorien tegen Kees: “Moet je nog niet wat groente? Ik dacht dat je zoveel groente aankon.” “Graag,” zei hij en keek triest naar de glibberige andijvie.’
Na vijf sfeervolle verhalenbundels verschijnt de novelle De voetnoot (1990) en een jaar later zijn eerste roman De vertekening (1991) een mooi klein werkje dat nauwgezet de teloorgang van een huwelijk uiteenzet. Vervolgens wordt er vijf jaar lang niets meer van hem gepubliceerd. Pas in 1996 verschijnt er nog een nieuwe bundel, getiteld De vertegenwoordigers, met enkele verhalen en drie beschouwingen. In het NRC Handelsblad liet Hotz weten dat deze dunne bundel zijn oeuvre wel eens zou kunnen afsluiten. Zijn zuster was in een eerder stadium al heel tevreden over haar huisgenoot: ‘Het is een beste jongen en hij heeft een boek geschreven.’
Het is meer geworden. Een kleine roman, 62 verhalen, een novelle en enkele beschouwingen. Geen groot oeuvre, maar groots in de wijze waarop hij met weinig middelen een heel eigen wereld kon oproepen, waarvoor hij in 1998 de P.C. Hooftprijs ontving. Op 5 december 2000 overleed hij.

 
Bibliografie
1976 Dood weermiddel verhalen
1978 Ernstvuurwerk verhalen
1980 Proefspel verhalen
1983 Duistere jaren verhalen
1987 Eb en vloed verhalen
1989 De voetnoot novelle
1991 De vertekening roman
1996 De vertegenwoordigers verhalen en beschouwingen
1997 Het werk verzameld werk in twee delen

DdH

 

Recent

19 september 2018

Omdenken in optima forma

14 september 2018

Een meer van wanhoop

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer