Van kritische distantie tot doorvoelde blik

20 april 2012

Recensie door Joost van der Vleuten

Twee beginnende filosofen, promoverend en docerend aan de Vrije Universiteit, gingen in gesprek met tien filosofen van naam over de vraag wat dat nou eigenlijk is: filosoferen. Het leidde tot een boek met interviews, waaruit de interviewers zichzelf hebben weggeschreven. Tien maal een monoloog, hier en daar onderbroken door tussenkopjes als ‘Wetenschappen kritisch bevragen’ en ‘De charme van formeel denken.’ Een tikkie braaf wel. En ook de interviews zelf zijn vrij van orakeltaal en al te bevlogen betogen. En – denk je na lezing, dat is maar goed ook.

Filosoferen, zo blijkt uit de interviews, is inderdaad een ambacht. Althans: een beroep met evident ambachtelijke kanten. Bronnenonderzoek, analyse, argumentatie, logica, reflectie en formuleren, zonder dat wordt het geen filosofie. Zorgvuldigheid en grondigheid komen in vele varianten aan bod, evenals grondige kennis van de filosofische traditie. En dan moet je je betoog nog eens zo formuleren dat het vatbaar is voor discussie. Een filosofische variant van ‘je kwetsbaar opstellen’. En alvorens je tanden in het betoog van een ander te zetten, moet je dat eerst echt zien te begrijpen: alle kritische oordeel opschorten en proberen ‘de argumenten van de ander eerst zo sterk mogelijk te maken.’Weinig spectaculair, ben je geneigd te denken. Maar door alle parallellen in de verhalen van deze uiteenlopende denkers, begint zich ook iets van een paradigma van de polderfilosofie af te tekenen. Geen hoogvliegerij, maar kritische bezonnenheid en openheid. ‘Filosofie is openheid in praktijk brengen’, zegt Heinz Kimmerle. Herman Philipse zegt: ‘Grondigheid, helderheid en openheid zijn essentiële voorwaarden voor een filosoof om in discussie te gaan en iemand eerlijk te ontmoeten in een gesprek.’ In allerlei varianten speelt deze gedachte door de bundel. Je eindeloos afvragen wat het betekent dat een woord ‘betekenis’ heeft (René van Woudenberg), of alles lezen van Heidegger en zijn bronnen – tot de oude Grieken aan toe – voordat je hem fileert. Stapels boeken lezen over geweld, om zoveel mogelijk meningen daarover tot hun recht te laten komen voordat je er zelf iets over beweert. En zelfs – het is even schrikken – de deur uit en de maatschappij in, om bij voorbeeld een winkelier in afluisterapparaten te interviewen voor een studie over liegen (Stine Jensen).

Tegen jezelf in denken
Bij zo´n dienstbare houding passen geen grote woorden. Een filosoof denkt niet maar een potje in het wilde weg, voortgedreven door de wens het wereldraadsel op te lossen, of de zin van het bestaan te formuleren. Een filosoof bestudeert de klassieken, schort zijn oordeel op, wacht tot hij/zij iets heeft doorgrond, en begint dan logisch redenerend en zorgvuldig formulerend aan zijn betoog te spinnen. Als het goed is gaat dat dan wel over zaken die ertoe doen: de westerse vrijheid, de dood van God, levensbeëindiging van de mens, het wezen van het geweld en het onbehagen in de cultuur, om er een paar te noemen. Maar ook over drogredenen in praktisch redeneren, over modale logica, over het waarheidsbegrip in Afrikaanse filosofie en over leugenaars.

Ondanks de stelligheid waarmee ze elkaar of grote voorgangers de maat nemen, heerst bescheidenheid alom. Zo schreef de gelovige René van Woudenberg een boekje waarin hij aantoonde ‘dat er geen goede bezwaren zijn aan te voeren tegen het Christendom, of tegen het theïsme, uitgaande van bepaalde stellingen over het bestaan van kwaad in de wereld, of het bestaan van toeval in de wereld.’ De omzichtigheid van de formulering is tekenend voor de bescheidenheid van de man. Hij zou het mooier vinden als hij ‘positieve argumenten’ zou kunnen geven voor het bestaan van God, ‘maar zover ben ik tot op heden niet gekomen’.

En ‘filosoof des vaderlands’ Hans Achterhuis, die het kapitalisme ontmaskerde als utopie en het geweld op de snijtafel legde in zijn volumineuze Met alle geweld, stelt: ‘In vergelijking met vroeger ben ik als filosoof veel bescheidener geworden.’ ‘Tegen jezelf in denken’, en ‘je terugbuigen over je eigen veronderstellingen’ zijn de termen die hij gebruikt om zijn tastende en toetsende werkwijze te karakteriseren. Afshin Ellian zegt zelfs: ‘Tegenwoordig ben ik steeds meer geneigd om te denken dat ik weinig voorstel.’ Dat weerhoudt hem er niet van om in zijn NRC-columns, maar ook in dit interview stevige stellingen te poneren, zoals ‘Met de uitspraak dat filosofie een westerse uitvinding is, bedoel ik dat de Chinese, Berberse of Marokkaanse filosofie niet bestaat.’

Schuld en onbehagen
De meerwaarde van de schoolse aanpak – dezelfde reeks vragen voorleggen aan alle gesprekspartners – leidt ertoe dat de heren en dames filosofen als het ware met elkaar in gesprek gaan. Indirect, maar toch. Er tekenen zich bepaalde patronen af. Een soort beroepsethiek, die cirkelt rond woorden als kritisch, open en zorgvuldig. En ondanks alle distantie en bescheidenheid ook: engagement. Ze schrijven pamfletten en columns (tegen de islam, voor atheïsme, tegen utopieën, voor euthanasie, tegen het vrouwelijke schoonheidsideaal), vertonen zich op tv, zijn oprichter van Beter Onderwijs Nederland (Ad Verbrugge) of lid van de Eerste Kamer (Heleen Dupuis). Zowel hun engagement als hun passie voor beschouwing en analyse is vaak terug te voeren op ervaringen in hun jeugd: het puberale onbehagen van Verbrugge, de vluchtelingenstatus van Ellian, de fascinatie voor schuld bij Kimmerle (die als Duitse jongeling de Tweede Wereldoorlog probeerde te verwerken). Heleen Dupuis maakte mee dat haar vader (huisarts) een 16-jarige patiënte zag sterven doordat ze bij zichzelf had geprobeerd een abortus op te wekken. En bij Stine Jensen was het de verbijstering over de oppervlakkigheid van haar talenstudie, die haar richting filosofie dreef.

Wie wil weten wat alle gefilosofeer oplevert moet de publicaties van de geïnterviewden zelf lezen. Of desnoods hun columns. Maar dit boek geeft enig zicht op wat ze beweegt en hoe ze te werk gaan. Je zou willen dat alle opiniepapegaaien in politiek en journalistiek het zouden lezen, en dan zorgvuldig en met ‘een open grondhouding’.

 

Hoe denkers denken
Filosoferen als ambacht

Auteurs: Suzanne Metselaar en Allard den Dulk
Verschenen bij: uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, (2012)
Aantal pagina’s: 224
Prijs:  € 18,95

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

 

De spiegelingen – Erwin Mortier
21 juli 2014
Veel om van te genieten

Recensie door Vic Veldheer

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog begon. Over de verschrikkingen van deze oorlog is door historici en schrijvers als Céline veel geschreven.
Lees verder >
Sneeuwwitje – Donald Barthelme
16 juli 2014
Dit is niet Sneeuwwitje

Recensie door Vera ter Beest

Sneeuwwitje. Ze is nog te herkennen aan haar ebbenhoutkleurige haar en huid zo wit als sneeuw, maar afgezien daarvan bezit Donald Barthelme’s Sneeuwwitje geen archetypische kenmerken meer.
Lees verder >
Een Siciliaanse lekkernij – Rascha Peper
14 juli 2014
Geraffineerde vertellingen 

Recensie door Evert Woutersen

Een Siciliaanse lekkernij (2014) is een bundeling van de tien beste verhalen van Rascha Peper (1949-2013). Het is een keuze uit verhalen die werden gepubliceerd tussen 1990 en 2009.

Het is een gevarieerde bundel geworden met verhalen uit verschillende tijden.
Lees verder >
Vlucht zonder einde – Joseph Roth
10 juli 2014
Niemand zo overbodig als hij

Recensie door Adri Altink

Kort na zijn verloving met de Weense Irene is Franz Tunda, hoofdpersoon in Vlucht zonder einde van Joseph Roth, als vrijwilliger namens Oostenrijk gaan vechten in de Eerste Wereldoorlog.
Lees verder >
Romeinse koorts – Edith Wharton
7 juli 2014
Fijngevoelige portretten

Recensie door Olivier Rieter

Romeinse koorts is een bundeling van verhalen van de Amerikaanse schrijfster Edith Wharton (1862-1937). De meeste verhalen gaan over rijke vrouwen die worstelen met onzekerheden over hun sociale status of de visie van hun man of minnaar op hen. Ze voelen zich afhankelijk van de mening van de ander.
Lees verder >

Ontvang onze nieuwsbrief

Jan Hanlo Essayprijs 2015 vooraankondiging
21 juli 2014

Literair nieuws


In mei 2015 worden de belangrijkste prijzen op het gebied van de Nederlandstalige essayistiek weer uitgereikt. De Jan Hanlo Essayprijs Groot voor de beste essaybundel die verschenen is in 2013 of 2014, de Jan Hanlo Essayprijs Klein voor het beste ongepubliceerde essay en de Jan Hanlo Filmessayprijs voor het beste filmessay.
Lees verder >
Uitslag win actie ‘Waar we wonen’ – Thomas Möhlmann
2 juli 2014
Lees dit bericht als je wilt weten of je een bundel hebt gewonnen!

Uitslag win actie op Facebook

Literair Nederland heeft vijf bundels te verdelen onder zijn volgers op Twitter en Facebook. De winnaars zijn nu bekend. Het gaat om de laatst verschenen dichtbundel Waar we wonen van Thomas Möhlmann.
Lees verder >
Oogst week 27
27 juni 2014
Door Carolien Lohmeijer

Van Alice Munro las ik tot nu toe alleen De liefde van een goede vrouw. Het maakte weinig indruk, maar ik geef dat met enige schroom toe omdat haar werk overal zo lovend wordt besproken, en zoveel mensen van haar boeken genieten. Het oeuvre van Munro is gelukkig groot. Er zijn voldoende andere titels te kiezen als ik nader kennis wil maken met de kwaliteiten van deze schrijfster. Munro’s boeken verschijnen al jaren bij Uitgeverij De Geus. Als laatste is daar is nu haar historische roman Levens van meisjes en vrouwen verschenen in een vertaling van Pleuke Boyce. Munro is vooral bekend als schrijfster van verhalenbundels; Van Levens van meisjes en vrouwen zou je kunnen zeggen dat het een verhalenbundel is die een roman is geworden, de hoofdpersoon, Della Jordan, komt in de verschillende verhalen steeds terug. Het is een coming out of age-roman die zich net na de Tweede Wereldoorlog afspeelt in Canada in de jaren veertig. Het gezin van Del Jordan verhuist van het platteland naar de stad. Daar wordt ze omringd door vrouwen: haar agnostische moeder, een pittige, wat bijzondere vrouw, haar moeders wellustige kostganger, en haar beste vriendin Naomi. Via hen en haar eigen ervaringen met seks, geboorte en dood ontdekt Del de donkere en zonnige kanten van het vrouw-zijn. Alice Munro, vertaling: Pleuke Boyce, Uitgeverij De Geus, 245 pagina’s, € 21,95

 

VertelChristien Brinkgreve gaat in haar boek Vertel uitgebreid in op de kracht van verhalen. In Vertel neemt ze deze bron van inzicht in de ervaringswereld van mensen serieus. Ze luistert, vertelt, en laat zien hoe verhalen kunnen verbinden, uiteendrijven, en richting kunnen geven in een tijd waarin oude ideologieën niet meer werken en er grote behoefte bestaat aan visies waarin mensen kunnen geloven. Christien Brinkgreve is hoogleraar Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Zij heeft naast haar universitaire werk altijd geschreven voor een breder publiek, bijvoorbeeld De ogen van de ander -  Sociologen en filosofen over zelfkennis, en Het verlangen naar gezag - over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast. Christien Brinkgreve, Uitgeverij Atlas Contact, € 18,99
Oogst week 25
18 juni 2014
Door Ingrid van der Graaf

Deze week kwamen er twee dichtbundels binnen. De in 2003 gedebuteerde dichter Joep Kuiper (1981) trotseerde de vergetelheid en komt na meer dan tien jaar met Varen vandaan, zijn tweede bundel. Zijn debuut Monarchieën werd indertijd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Gedichten uit zijn debuut zijn opgenomen in verschillende bloemlezingen, (o.a. in Gerrit Komrij’s De 21ste eeuw in 185 gedichten). Met Varen vandaan, laat Kuiper zien dat het lange wachten niet vergeefs was, aldus de uitgever. De titel suggereert wegtrekken, vertrekken, op reis zijn. En dat is ook zo. Een bundel vol vreemde landen, verre oorden en surrealistische contreien. Gedichten vol verlangen naar andere stemmen, andere ontmoetingen. Varen vandaan, uitgegeven bij Karaat, blz.:104, prijs: € 16,95.

9200000022857626Judith Herzberg bezigt graag een vorm van poëzie die de Hopla genoemd wordt. Een soort van zkv's onder de gedichten zou je kunnen zeggen. Het zijn ultrakorte gedichtjes van vier à vijf regels, al dan niet rijmend, waarin alles wordt gezegd zoals alleen Judith Herzberg het kan zeggen. Zelf vind ik deze grandioos: 'Hij deed zijn best maar in acht jaar / niet veel geluk gehad met haar. / Thuis van zijn werk was zij óf weg óf boos / haar dood verbeterde hun huwelijk eindeloos.'
In 111 Hopla's zijn de beste - gepubliceerde en ongepubliceerde - nu verzameld. Het is een prachtige gebonden uitgave, uitgegeven bij De Harmonie, blz.: 112, prijs € 17,50.


513dd017e27c75.71715602Sneeuwwitje voor achttienplus. Wat moet je je daar bij voorstellen. Een hervertelling van een klassiek sprookje naar deze tijd waarbij Sneeuwwitje van Danold Barthelme is gesitueerd in de grote stad. Daar woont Sneeuwwitje samen met de zeven jonge mannen Bill, Kevin, Edward, Hubert, Henry, Clem en Dan. Ze slijten hun dagen met het maken van babyvoeding, het wassen van gebouwen en het bedrijven van de liefde. Terwijl Sneeuwwitje wacht op haar prins, een kunstenaar van wie niemand het hoog op heeft. Dan is er stiefmoeder Jane en haar minnaar Hugo, die een oogje op Sneeuwwitje lijkt te hebben. En ondertussen praat iedereen langs elkaar heen. De uitgever prijst het boek aan als zijnde 'een heerlijk vunzige hervertelling'. Je vraagt je af wat er 'heerlijk' is aan 'vunzig'. De nieuwe vertaling is van dichter en componist Micha Hamel en Janneke van der Meulen. Sneeuwwitje werd uitgegeven bij LJ Veen Klassiek, blz.: 160, prijs: € 10,00.

Prijs voor Nederlands beste poeziedebuut naar Maarten van der Graaff
15 juni 2014
Poëzie nieuws

Maarten van der Graaff (1987) heeft de C.Buddingh’-Prijs 2014 gekregen voor zijn bundel Vluchtautogedichten (Atlas/Contact). Zijn bundel werd hiermee verkozen tot het beste Nederlandse poëziedebuut van het afgelopen jaar.
Lees verder >