Recensie: De incunabel – A.L. Snijders

26 augustus 2011

Recensie door: Jan de Kater

 

Schrijver pakt uit

A.L. Snijders is de uitvinder van het populaire zeer korte verhaal, het ZKV. Maar hij heeft meer genres beoefend. Voor zijn hele oeuvre kreeg hij dit jaar de Constantijn Huygensprijs. Een goede gelegenheid om zijn novelle De incunabel die hij in 1994 schreef in opdracht van de Stichting Kunst en Cultuur Gelderland voor de reeks Gelderse Cahiers opnieuw uit te geven, zal de uitgever gedacht hebben. De novelle is nu aangevuld met zeven krantencolumns over de totstandkoming ervan.

Snijders, die een doctoraal Nederlands op zak heeft, zocht voor die opdracht nog even op wat men onder een novelle ook al weer verstaat. Hij wist dat het een kort stuk proza was waarin geen plaats is voor de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Iets wat Snijders wel aanstond omdat hij zich aan mensen die zich tot echte volwassenen ontwikkelen behoorlijk kan ergeren, schrijft hij in een van de columns. ‘De novelle’ zegt het woordenboek ‘beweegt zich in één bepaalde kring en heeft één enkele handeling’. Dat gaat dus al een ietsje pietsje de kant van het zeer korte verhaal op.

De kring binnen De incunabel is dan ook te overzien. Het is het verhaal over David die onhandig is in de liefde. Hij fietst in 1963 als student-assistent door Amsterdam met een boek onder de snelbinders dat gedrukt is vòòr 1501, een wiegedruk of incunabel, en dat makkelijk een halve ton waard is. Op de Weteringschans hobbelt hij heftig over de tramrails als hij moet afslaan. Vlak voor een aanstormende tram glipt het boek onder de snelbinders vandaan. Hij springt van zijn fiets en met ware doodsverachting redt hij het kostbare stuk nog net van de ondergang. Hij is erg geschrokken, maakt zijn studie snel af en vindt werk in het onderwijs.

Deze verhaallijn vormt de kapstok voor de beschrijving van een hele reeks figuren rond David. Het arrogante buurmeisje Kea uit een ander, iets beter, milieu, tot wie hij zich sterk aangetrokken voelt en die hij uiteindelijk een huwelijksaanzoek doet, haar broer, zijn broer Piet, diens vriend Jan en Paul, een vriend van Jan.

Maar waar het echt om gaat in het verhaal zijn de commentaren, ideeën en standpunten van de schrijver zelf die hij rond die figuren in het verhaal weeft. Snijders grijpt de gelegenheid aan om eens flink uit te pakken. Zoals: ‘Geestelijken in de kerk zijn eigenlijk verachtelijke knechten, een enkele keer is een uitzondering mogelijk en kan een knecht een fatsoenlijk kerkdienaar zijn’. Of: ‘Wie verklaringen zoekt, vindt ze, maar wie weet ooit of het de goede zijn.’ De verteller geeft Kea gelijk als ze door plaatselijke lesbiennes uitgedaagd wordt kleur te bekennen over haar seksuele oriëntatie, wat ze niet doet. ‘Je moet je verzetten tegen die openbaarheidsrazernij.’ En hij becommentarieert de ontoereikendheid van de ontwikkelingspsychologie die geen aandacht heeft voor de mensen die niet veranderen en die je daardoor juist een gevoel van vertrouwen geven. En dan zo’n beschrijving: ‘Het is een aardige en rustige jongen. Zo’n jongen waar Holland trots op kan zijn. Evenwichtig, op een leeftijd dat het nog niet nodig is.’

De jury die in 1994 het verhaal beoordeelde, had het niet zo op al dat commentaar. Snijders zou te zeer als een alweter boven het verhaal hangen en de lezer te vaak knipoogjes geven. Hij liet het toen door een kennis bekijken die volgens de schrijver de helikopterpiloot-rol van de verteller om zeep hielp en de structuur verbeterde.

Dat Snijders het toch niet kon laten om commentaar te leveren blijkt ook uit zijn manier van beschrijven van de voortgang van het verhaal. ‘Het gaat met deze liefdesgeschiedenis niet goed.’ ‘En nu doet David onderzoek. Maar ook dat is een misverstand, hij is er helemaal niet geschikt voor, hij is een jongen die aan de oppervlakte moet blijven …’. ‘Tegen een moderne tram is niet veel te beginnen, als boek.’

Het voordeel van Snijders ironische, afstandelijke stijl is dat je als lezer goed bij de les blijft. Elk moment kan er iets leuks in de tekst staan wat je niet wilt missen. Hij zou het echter beter mogen doseren. Want je krijgt sterk het gevoel dat de verteller het leveren van spitsvondig commentaar eigenlijk belangrijker vindt dan het uitdiepen van het karakter van de hoofdpersoon.Wat strikt gesproken niet hoeft omdat het een novelle is, maar wat het verhaal wel boeiender zou maken. Een gemiste kans.

Gelukkig valt er veel te genieten van Snijders stilistische kwaliteiten. Hij kan in vaak korte zinnen scherp formuleren: ‘Toch wordt er gespied en worden de posities bepaald.’ Zijn conclusies zijn duidelijk: ‘Het is geen boksen, het is biljarten.’ Met zulke zinnen kan hij personages afdoende typeren: ’Kea Verkooren moet alleen gelaten worden, dat is geen vrouw die een man behoort te hebben. Ze dempt iedere verhouding.’

Daarnaast valt zijn liefde voor taal op. Nieuwe, door hem vast zelf bedachte woorden als openbaarheidsrazernij, nagelbijtersvraag en caravaneske (over een koelkastje in een oude caravan) zijn natuurlijk pareltjes. Als Jan, vriend van broer Piet, een 2CV te pletter rijdt, lezen we dat hij het gered had met wat schrammen en oppervlakkige kneuzingen. Met zulk idioom weet Snijders de lezer van de novelle te bekoren. In het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden is hij beheerst, voor korte zinnen is hij niet bang. De kortste is tevens de kortstmogelijke: 1958. De eerste zin van het verhaal, want er staat een punt achter. Het zet gelijk de toon.

De novelle kent geen hoofdstukken, alleen alinea’s die nogal verschillen in lengte. Tussen die alinea’s door staan stukken van een zeer uitgebreide brief van broer Piet aan David. Ze zijn cursief gedrukt, wat de structuur van het verhaal ten goede komt. De verteller kan ze in de tussenliggende alinea’s rustig door David laten becommentariëren. Snijders zegt in een van de toegevoegde columns dat hij voor een brief heeft gekozen omdat brieven schrijven gemakkelijk is; het is literatuur zonder vorm.

Tijdens het lezen krijg je opeens het gevoel dat er aan het verhaal een einde wordt gebreid. Het boek is dan nog lang niet uit, de columns komen nog. De verteller begint te beschrijven hoe het met ieder personage verder is gegaan. Je realiseert je dan dat het een novelle is die natuurlijk niet te lang mag zijn. De vorm regeert plotseling boven de inhoud, wat de hele tijd daarvoor niet het geval leek te zijn. De abruptheid van dit einde wordt gelukkig verzacht doordat de verteller de nieuwsgierigheid van de lezer beloont, zoals dat gebeurt aan het eind van een sprookje. De novelle is echter geen sprookje, niet iedereen leeft nog lang en gelukkig.

De incunabel is door de eenzijdige aandacht voor het leveren van commentaar niet helemaal geslaagd, maar voor degene die gevoelig is voor goed taalgebruik en natuurlijk voor de Snijdersfans valt er voldoende te genieten.

 

 

De incunabel

Auteur: A.L. Snijders
Verschenen bij : Uitgeverij Thomas Rap (2011)
Aantal pagina’s: 93
Prijs € 15,90

Reageer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Nieuwe Chinese plantenkunde – J.B. Matto
25 mei 2012
Veel vragen, weinig antwoorden

Recensie door Rein Swart

Dit boek gaat niet over een onderdeel van de biologie, maar is een roman en wel een heel  bijzondere, omdat weinig van de bedoeling wordt prijsgegeven.
Lees verder >
de hemelse kamer – Huub Beurskens
23 mei 2012
Net iets te en daarom wat minder

Recensie door Machiel Jansen

Het is druk in de hemelse kamer de nieuwe roman van Huub Beurskens, dichter, schrijver en voormalig redacteur van De Gids. Niet omdat er veel romanfiguren in voorkomen, dat is niet het geval, maar omdat er zo heel veel wordt verwezen, geciteerd, uitgeweid en opgesomd.
Lees verder >
Mangalaan 27 – Kristine Groenhart
22 mei 2012
Een dramatisch leven in Nederlands-Indië

Recensie door Wil van Basten-Malipaard

‘Wat waren ze vol goede moed geweest'
Kristine Groenhart  beschrijft op verzoek van schrijfster Mischa de Vreede de levensgeschiedenis van haar vader Ernst de Vreede die in 1925 met zijn kersverse bruid Henny Bomers aankomt op Ambon.
Lees verder >
Kristalman – Atte Jongstra
15 mei 2012
Multatuli in een ander daglicht

Recensie door Jaap M. Jansen

Ach, we houden zoveel van lijstjes, van hiërarchieën. Héérlijk vinden we het, die Top 2000, die filmlijst van de IMDb, die peilingen van Maurice de Hond. Genieten.
Lees verder >
De dienares – Tim Parks
14 mei 2012
Een rockchick verloren in de edele Stilte 

Recensie door: Joost van der Vleuten

Een roman schrijven over een jonge vrouw met een leven vol sex, drugs en rock &roll, die zich terugtrekt in een Boeddhistisch klooster. Kan dat? Wordt dat geen blijmoedige kitsch of goedkope tirade tegen het westerse materialisme? Niet noodzakelijk.
Lees verder >
Een nieuwe generatie Literaire Magazines
25 mei 2012
Een nieuwe generatie literaire tijdschriften is opgestaan. Een generatie die mee gaat met de tijd en van hun tijdschriften méér maakt dan een blad alleen. Met namen als Strak, Das Magazin, Kutgitaar en de Optimist wordt de toon gezet voor een nieuwe en verrassende traditie.
Lees verder >
Writers Unlimited The Series: Zuid-Afrika en Nederland – 7 juni in Den Haag
25 mei 2012
Christine Otten praat op 6 juni met Ronelda Kamfer en Adriaan van Dis. Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) is een van de jonge Zuid-Afrikaanse dichters van dit moment en stond in haast iedere krant met het verhaal over haar poëzie.
Lees verder >
Tommy Wieringa en A.L. Snijders over reizen en thuisblijven
24 mei 2012
Twee begeesterde en eigenzinnige schrijvers in gesprek tijdens De geest moet waaien op vrijdag 1 juni in het Arnhemse Theater aan de Rijn.

Tommy Wieringa schreef de toonaangevende romans Joe Speedboot en Caesarion. Hij komt uit Twente maar woonde in zijn jeugd op de Antillen en is leeft nu in Noord-Holland.
Lees verder >
Literaire nalatenschap F. Harmsen van der Beek naar Letterkundig Museum
24 mei 2012
Nieuws van de redactie

Het Letterkundig Museum heeft sinds woensdag 23 mei de literaire nalatenschap van Fritzi ten Harmsen van der Beek (1927-2009) verworven. Harmsen van Beek is dichter van een klein oeuvre. De geringe omvang van haar werk is echter omgekeerd evenredig aan de grote bewondering die het vrijwel unaniem ten deel viel en valt.

Harmsen van der Beek vond dat vrijwel niets blijvende waarde had, ook haar gedichten en tekeningen niet. Ze tekende graag op bevroren ruiten en schiep er genoegen in te zien hoe die vervolgens door de warmte van de zon als kleine waterstraaltjeshun weg naar de vensterbank vonden. Desondanks laat ze een omvangrijk archief na. Behalve aantekeningen, manuscripten en (jeugd)foto’s bestaat de nalatenschap ook uit brieven, van onder meer Judith Herzberg, CharlotteMutsaers, Cees Nooteboom, Gerard Reve en Renate Rubinstein. Bijzonder zijn de vele tekeningen die Harmsen van der Beek maakte en de vele parafernalia waarmee zij zich omringde. Tot het archief behoren ook veel familiaire paparassen en boeken met opdrachten van schrijvers en kunstenaars waar onder A. Roland Holst, Matthijs Röling en M. Vasalis.

Tijdens de feestelijke overdracht van het archief werd ook de bundel In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van der Beek gepresenteerd.
'In samenspraak met de erven zijn nu haar publicaties bijeengebracht in een mooi verzorgde gebonden editie, waarin ook alle verspreid gepubliceerde gedichten en verhalen zijn opgenomen. De verschijning van In goed en kwaad is daarmee een literaire gebeurtenis, die er voor zorgt dat dit grootse en bruisende werk voor lange tijd beschikbaarblijft’, aldus uitgeverij De Bezige Bij.

www.letterkundigmuseum.nl

 
IJsseloever – een poëtische app
22 mei 2012
Dichter Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman maakten voor 'Poëzie op het mobiele scherm' van het Nederlands Letterenfonds en de Mondriaan Stichting de iPad app IJsseloever. In het verhaal zijn vijftien videogedichten en een audio clip verwerkt.

Omschrijving van de inhoud:
Twee bejaarde vrouwen wonen al tientallen jaren aan de rand van een Gelders dorp. De vriendinnen worden ze genoemd. Ze komen niet vaak in het dorp, ze hebben eigenlijk alleen contact met een twintigjarige jongen. Een keer peer week haalt hij de vriendinnen op, ze rijden dan naar de rivier, een kilometer of twintig stroomopwaarts. Ze kijken naar de schepen, lezen de opschriften en varen in gedachten mee naar Duitsland, naar Frankrijk. Zestien momenten uit hun levens zijn verborgen in de IJsselvallei ten westen van Zutphen, die zijn te vinden op de kaart en te lezen door de locaties aan te raken of door te bladeren.

Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman brachten beiden hun jeugd door in de IJssel-, respectievelijk Oude IJsselvallei in de provincie Gelderland. Zij onderzochten de mogelijkheid van het draagbare beeldscherm als literair podium in het kader van het project ‘Poëzie op het mobiele scherm’ van het Nederlands Letterenfonds en het Mondriaan Fonds.

Er verschijnt ook een gedrukte kaart van de IJsselvallei waarop de video’s te bekijken zijn wanneer met de Junaio augmented reality browser de smartphone op de markers richt €2,- (excl. verzenden).
De app wordt uitgegeven door TYP/Three Publishers en is verkrijgbaar in de App Store voor €1,59.
Voor de eerste 100 downloaders/kopers va de IJssel is er een extraatje. Ze ontvangen een speciale landkaart voor een bijzondere belevenis! Mail je AppStore-afrekening van IJsseloever en adresgegevens aan: ijsseloever@ttypp.nl en je krijgt de kaart! Je kunt de de IJsseloever-app kopen in de AppleStore, meer info vind je hier.

Zes verschillende teams van dichters en ontwerpers namen deel aan 'Poëzie op het mobiele scherm'. Hun eindresultaten werden 17 mei j.l.  gepresenteerd in het Trouw gebouw te Amsterdam.