Recensie: Eisner – Beeldverhalen nr. 5

25 januari 2011

Recensie door: Rein Swart

Een mooi blad aan de literaire boom

En nu iets heel anders! Voor de lezer die altijd maar zijn ogen richt op letters en daarmee zijn hoofd vult met beelden, hetgeen op zich al een wonderlijk proces is, is er sinds november 2008 een mooi vormgegeven blad dat oogt als een literair tijdschrift, gestoken zit in een bijzonder jasje en beeldverhalen bevat. De maker van de omslag van dit vijfde nummer, Thomas D. Krause, tekent en illustreert volgens het bijschrift op de laatste pagina van alles zolang het er maar niet uit hoeft te zien als iets dat na 1970 is gemaakt. Alle aankondigingen van de verhalen zijn gortdroog en hilarisch zoals over Michiel van de Pol, die volgens de inleider reeds diverse boeken maakte rond het interessantste onderwerp dat hij kon verzinnen: hijzelf!

Als om lezers die moeite hebben om het terrein van de literatuur te verlaten op hun gemak te stellen, begint dit nummer met een verhaal van Robert van Raffe, die zichzelf volgens de inleider het liefst ziet als een moderne Constatin Guys (‘Ja, zoek maar eens op wie dat was, lezer.’), over een literair festival waarbij alle clichés die daarbij horen uit de kast komen. Vervolgens stappen we over naar sfeervolle illustraties bij het gedicht Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman met een tekst die daarbij wat flauw aandoet.

De elf verhalen geven, in ieder geval voor mij als ongeschoold striplezer, een grote diversiteit te zien in de combinatie tussen beeld en taal: van Fritz-the-cat-achtige tekeningen van Aimée de Jongh, tot strakke Kuifje-achtige illustraties van Kay Coenen bij een verhaal van Asimov over twee ruimtevaarders en de robot QT-1, die het roer van zijn makers overneemt; van cartoonachtige zwart-wit schetsen van Bas Köhler en Maarten de Saeger tot bizarre groteske illustraties van Eric Schreurs in een wat langer verhaal over een man in een kroeg die een absurd verhaal vertelt over de aanranding van Olga door Anton, waarbij de tekst soms wordt weggelaten. Dat maakte me ervan bewust dat ik de beelden als franje gebruikte en dat ik de combinatie de ene keer geslaagder vond dan de andere. Lucie Durbiano doet het wat dat laatste betreft heel goed met een nieuwe interpretatie van Roodkapje: de tekeningen en de tekst lezen en kijken in eenzelfde oogopslag vlot weg.

Het laatste verhaal van de reeds genoemde Michiel van de Pol valt in de categorie grappig en eenvoudig. Het gaat over een gevoelig clubje van drie mannen die uit zijn op kortstondige seksuele relaties om daarmee de passie veilig te stellen en daarbij geconfronteerd worden met een grote harige onverzadigbare vrouw.

Het tijdschrift is vernoemd naar de geestelijk vader van de graphic novel Will Eisner (1917-2005) en brengt twee keer per jaar nationale en internationale beeldverhalen uit.
Op de site over  de Nederlandse stripgeschiedenis is meer informatie te vinden over de graphic novel. Onder andere ook over de initiatieven van Jeroen Steehouwer die verhalen van Tolstoj in beeld omzette en Dick Matena die De avonden bewerkte. Eisner is een interessante nieuwe loot aan de literaire boom.

Eisner is verkrijgbaar in de betere boekwinkel. De prijs van een los nummer is € 15,-
Voor vragen over het abonnement in Nederland en België: info@spabonneeservice.nl of +31 (0)712 476 085

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

 

Het nulnummer – Umberto Eco
1 juli 2015
Zelfspot en ironie in ogenschijnlijk lichtvoetige roman van Eco

Door Geurt Franzen

Umberto Eco (1932) rijgt historische feiten aan een kralensnoer en maakt die ketting met behulp van zijn verbeelding sluitend. Maar zelfs de schakeltjes die het product zijn van zijn fantasie, zijn echt.
Lees verder >
Franz Kafka, Schrijver van schuld en schaamte – Saul Friedländer
30 juni 2015
‘Onweerlegbare, ondraaglijke angst’

Recensie door Evert Woutersen

Franz Kafka (1883-1924) schreef in 1921 aan zijn vriend Max Brod: ‘Beste Max, mijn laatste wens: alles wat zich aan dagboeken, manuscripten, brieven van mij of anderen, tekeningen, enzovoorts in mijn nalatenschap bevindt (dus in de boekenkast, in de linnenkast, in de schrijftafel,
Lees verder >
De stad aan de rand van de hemel – Elif Shafak
29 juni 2015
Wit als gekookte rijst, zwart als de nacht

Recensie door Els van Swol

Achter in het achtste boek van de schrijfster Elif Shafak dat bij uitgeverij De Geus verschijnt, zit een verklarende woordenlijst die bij lange na niet voldoet. Dat zegt veel over de westerse onkunde wat betreft de oosterse wereld in het algemeen en de islam in het bijzonder.
Lees verder >
Levenswerk. Verzamelde non-fictie – Paul Auster
25 juni 2015
Non-fictie van een Amerikaanse eurofiel

Recensie door Maarten Buser

Paul Auster (1947) is in Nederland vooral bekend als romancier maar voor zijn eerste roman verscheen, debuteerde hij met een gedichtenbundel waarna er nog drie bundels volgden en een memoires. Maar hij is ook vertaler, nawoord-schrijver, essayist en kenner van de Europese literatuur.
Lees verder >
Een zomer met Proust – Antoine Compagnon
24 juni 2015
Goede wegwijzer

Recensie door Rob van Dam

De meesten van ons weten weinig tot niets van Marcel Proust en zijn grote roman À la recherche du temps perdu. We hebben er wel van gehoord en kennen het verhaal over dat koekje dat de verteller in de thee doopt waarna een stroom van herinneringen op gang komt.
Lees verder >

Ontvang onze nieuwsbrief

De stad der blinden door Theater Utrecht
29 juni 2015
'En die nacht droomde de blinde man dat hij blind was.'

Agenda / Theatervoorstelling: Stad der blinden / 2 t/m 11 juli / Over het IJ festival / Amsterdam

Stad der blinden gaat over de inwoners van een stad waarvan de de ene na de andere opeens blind wordt. Zomaar in een auto, op straat, in een hotel of thuis.
Lees verder >
Oogst week 26
25 juni 2015
door Menno Hartman

Het is een pil, deze ruime keuze uit de gedichten van Joseph Brodsky, en wat een rijk boek! Voor de liefhebbers van deze Nobelprijswinnaar van 1987 is het een intense 'eindelijk!' ervaring. Bij verschillende uitgevers, maar met name De Bezige Bij waren in de loop der jaren, vooral de 90-er jaren wel een aantal kleinere verzamelingen verschenen in vertalingen van verscheidene vertalers. Nu heeft Kees Verheul, vertaler, essayist, romanschrijver en gewezen vriend van Brodsky de redactie gevoerd over de grootste keuze. En daar mogen we blij mee zijn: meticuleus geannoteerd, en wellicht zijn de vertalingen her en der ook wat rechtgetrokken door een centraal redactie-oog. Hulde voor Verheul.

Schrijver dezes heeft zich bijvoorbeeld al geheel verloren in een paginalang gedicht getiteld De Vlieg:

'Terwijl je zong, is 't najaar aangebroken
Een spaander heeft de kachel aangestoken.
Terwijl je zong en vloog en snorde,is 't koud geworden.

En langzaam kruip je nu langs het vervuild
geraakte kookfornuis. Je blik vermijdt
de plek waar je vandaan kwam in april.
Nu kan of wil

je niet bewegen. Jou te doden kost me dus
geen moeite. Maar, als een historicus
die lijden mooier vindt dan dood of leven,
wacht ik nog even.'

Van klein naar groot: een exercitie die bij Brodsky in goede handen is, dit gedicht over een vlieg, gaat over heel veel meer.Dit is een prachtig boek! Omslagontwerp Brigitte Slangen. Bezige Bij , € 59,90.

indexTim Parks legt ons uit waarom hij leest. Alleen het register op het boek is al een heel fraaie combinatie van schitterende bekende namen en namen die onbekend zijn en een blijde verwachting wekken. De Italië specialist Parks noemt gelukkig net genoeg Italianen, onder wie Veronesi en Svevo, Gadda. Maar mist er ook een paar, onder wie Fenoglio en Satta en Pirandello. Desalniettemin een fijn vakantieboek dat zich al door het register tegen het e-book keert: dit is een boek om te bladeren. Omslag Jan van Zomeren. Arbeiderspers, € 17,99.

9200000040900085Houdt hem in de gaten deze man, alles kan hij, dichten, romans schrijven, en... fotograferen. Het omslag is van Steven van der Gaauw maar met foto van Schiferli, waarin, van nabij gezien in het wat vage mistige landschap de minuscule wasknijpers elk  gekleurd zijn, op zich een zeer geslaagd beeld van wat Schiferli in zijn gedichten vermag.

Arbeiderspers met € 18,99 wel een wonderlijk hoopgeprijsd boek.
Oogst van week 25
17 juni 2015
Door Ingrid van der Graaf

Philibert Schogt (1960) debuteerde in 1998 bij De Arbeiderspers met De wilde getallen, wat internationaal een succes werd. End of Story - Einde verhaal, is zijn vijfde roman. Het is een tweetalige roman die als twee op zichzelf staande verhalen gelezen kan worden, het ene in het Nederlands, het andere in het Engels. Schogt heeft de verhalen zo gecomponeerd, dat ze tezamen een groter geheel vormen. End of story gaat over een literair vertaler in ruste die zijn memoires gaat schrijven, met zijn tweetalige achtergrond als rode draad. Van jongs af aan heeft hij het gevoel twee verschillende persoonlijkheden in zich te bergen, een Engelstalige en een Nederlandstalige. De ene persoonlijkheid neemt het op tegen de andere. Een boeiend gegeven van een auteur die zelf opgroeide in de VS en Canada en tegenwoordig in Amsterdam woont. Uitgegeven bij De Arbeiderspers, prijs € 19,99, 344 pagina's.

De jury van de C. Buddingh’-prijs 2014 noemde hem 'Een uiterst beweeglijk en vindingrijk dichter.’ Maarten van der Graaff  (1987) debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten die werd bekroond met bovengenoemde prijs.

Dood werk/Maarten van der graaff

Dood werk is zijn tweede bundel die Van der Graaff als volgt samenvat: Nederland, ik schrijf dit niet zomaar, / ik zoek naar je dood en gemeenschap. / Ik zoek naar je waarheid en haat. / Ik schrijf gedichten. / Ik ben in de war. / Ik zoek naar je lichaam. Ik ben oppervlakkig.
Een oproep om grondig te lezen, deze bundel. Dood werk blijkt naast tegenstrijdigheden, vooral vol leven te zitten. Uitgegeven bij Atlas/Contact, Prijs € 19,99.

 

9200000043452647A.L. Snijders (1937) maakt mee wat iedereen meemaakt maar in tegenstelling tot velen, schrijft hij het op. Op een schetsmatige wijze beschrijft hij wat hij ziet/hoort/leest. De libelleman is een bundeling verhalen. Het titelverhaal gaat over een man die libellen fotografeert. Hij staat een halve nacht tot zijn nek in een inktzwarte bosvijver met de camera in zijn ene hand en een felle lamp in zijn andere. Die man zou Snijders kunnen zijn: een waarnemer en ooggetuige zonder oordeel. 'De libelleman vertelde me dat hij ooit als goudsmid voor een weddenschap een zeer klein doosje met een scharnierende deksel had gemaakt, een kubus van een millimeter. Ik kon mijn oren niet geloven, maar ik had het goed verstaan, hij zou het bij zijn volgende bezoek meenemen.'
De illustraties in dit boek zijn gekozen door Y. Sweering. Het is materiaal uit haar eigen verzameling werk: beelden die zij vond passen bij het werk van haar man. Prijs € 34,50, pagina's 324, bij AFdH Uitgevers.
Ter Braak & Du Perron in Salon Saffier
11 juni 2015
Agenda / vrijdag 19 juni / 20.15 uur / Utrecht

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Menno ter Braak en Eddy du Perron op 14 mei 1940 overleden. Ter Braak maakte op de dag van de capitulatie van Nederland een eind aan zijn leven, Du Perron overleed aan een hartaanval.
Lees verder >
Oogst week 24
11 juni 2015
Door Menno Hartman

Swanns kant op heet het eerste deel van de roman Op zoek naar de verloren tijd nu. 'Was een nieuwe Proust-vertaling nodig?' vroeg Michael Bellon aan Eric de Kuyper, Proust kenner en liefhebber.
De Kuyper: 'Toch wel. Omdat de vorige Nederlandse vertalingen toch altijd wat stroef waren. Je voelde heel goed dat de vertalers moeilijkheden hadden en dat vergemakkelijkt de lectuur natuurlijk niet. Wat in het Frans vlot leest, wordt in het Nederlands snel stijf en droog. Proust heeft ook veel humor en zelfspot die in de Nederlandse vertaling vaak verdwenen. Deze nieuwe poging vertrekt ook vanuit het standpunt dat de tekst makkelijk leesbaar moet zijn. De vertalers permitteren zich bijvoorbeeld om de lange zinnen soms door te knippen en een punt te zetten waar Proust een kommapunt gebruikte. Dat had Proust in het Frans zelf ook gekund, want hij overdrijft soms met zijn kommapunt. Proust schreef trouwens ook veel directe dialogen die altijd puntig en vlot zijn en helemaal niet retorisch. Ik merk dat de vertalers dat goed hebben overgenomen. Ze hanteren normale spreektaal.'

Veel discussie over de titel al, en veel discussie over de vertaling. De vertalers Rokus Hofstede en Martin de Haan geven zelf antwoord.

Binnenkort op Literair Nederland.