Recensie: De begraafplaats van Praag – Umberto Eco

20 januari 2011

Recensie door: Fred Baggen

Anti-Joodse dollemansrit?

Stelt u zich voor: als lezer vliegt u in volle vaart door Umberto Eco’s labyrintische bibliotheek, die naar verluidt uit zo’n 30.000 werken bestaat. Op zeker moment botst u tegen een wand vol boeken aan en veroorzaakt een ‘omgevallen boekenkast’: een lawine van obscure, negentiende-eeuwse boeken over uiteenlopende (maar op Eco-esque wijze met elkaar verbonden) onderwerpen als garibaldiaans militarisme, de Tempeliers en vrijmetselarij, doofpotaffaires, zwendel en bedrog, luciferiaans occultisme, kabbalistiek, Judaïstiek, negentiende-eeuwse literatuur en krantenfeuilletons, imperialisme, (contra)spionage, jezuïeten, gastronomie, freudiaanse psychoanalyse, de Risorgimento (Italiaanse eenwording), Parijs ten tijde van ‘Les travaux haussmannien’ en nog veel meer fin de siècle-aangelegenheden. Il maestro heet u welkom in De begraafplaats van Praag!

Parijs, voorjaar 1897. De 67-jarige Simone Simonini, overtuigd jodenhater, heeft lang een dubbelleven geleid: hij was spion in dienst van Frankrijk, Pruisen en Rusland, en uitbater van een bric-à-bracwinkeltje dat altijd als dekmantel heeft gediend voor zijn activiteiten als geschriftvervalser. Op een dag vindt hij in zijn kamer een soutane, de ambtskleding van een geestelijke die niet van hem is. Als hij in een belendende kamer een haastige krabbel ontdekt van een zekere abt Dalla Piccola, daagt bij Simonini het vermoeden dat hij en de abt één en dezelfde persoon zijn. Wat volgt, zijn de dagboekaantekeningen van de geschriftvervalser en de abt, die door het lezen van elkaars aantekeningen en het opschrijven van hun gedachten en herinneringen trachten te achterhalen wie ze zijn: de ene, of de andere dagboekschrijver?

Spiegelbeeldig
Daarmee heeft het verhaal twee vertellende hoofdpersonen die elkaars dubbelganger lijken te zijn, en is er zelfs een semi-alwetende Verteller, die als een shakespeareaanse Puck de verhalen van Simonini en Dalla Piccola van commentaar voorziet en zich rechtstreeks tot het (lezers)publiek wendt.

Uit de aantekeningen verneemt de lezer velerlei gebeurtenissen uit Simonini’s verleden, en blijkt waarom hij als oudgediende Piëmontese dubbelagent op latere leeftijd in Parijs woont. Dalla Piccola op zijn beurt leest Simonini’s notities en toetst die aan zijn eigen herinneringen. Op bijzonder geestige wijze laat Umberto Eco de twee elk voor zich omslachtige denkconstructies verzinnen en struikelen over hun eigen gedachten, alles om maar voor zichzelf aannemelijk te maken dat ze zijn wie ze denken dat ze zijn.

Per saldo is de ‘ander’ een deels wezensvreemde afspiegeling van het eigen ik, dat lijdt aan een gespleten persoonlijkheid. Onder invloed van Freuds psychoanalyse was dit een belangrijk thema in de negentiende eeuw, ook in de literatuur. De stroming van de fantastische literatuur uit de Romantiek is doortrokken van de dubbelgangersthematiek, denk bijvoorbeeld aan Frankenstein, of Jekyll en Hide.

‘Een mystica is een hysterica die haar biechtvader eerder is tegengekomen dan haar arts.’ (Dokter Du Maurier in De begraafplaats van Praag)

De persoonsverwisseling tussen Simonini en Dalla Piccola weerspiegelt in diverse andere personages: een aan hysterie lijdende patiënte die afwisselend in een ‘goede’ en een ‘slechte’ toestand verkeert, een man die onder een vrouwelijk pseudoniem publiceert, een abt die zich laat doodverklaren opdat hij een nieuw leven kan gaan leiden, twee collega-artsen die bijna identiek gekleed gaan en die omgekeerd gelijkluidende namen hebben, en zelfs is er een dubbelsituatie te herkennen in de gebeurtenissen in de bovengrondse straten en de ondergrondse riolen van Parijs. Het dubbelgeschrift dat Simonini en Dalla Piccola produceren, en dat de lezer om beurten te lezen krijgt, doet denken aan negentiende-eeuwse feuilletonverhalen in de krant, die dagelijks of wekelijks in losse delen verschenen en telkens eindigden met een cliffhanger.

Deze thematiek van de ‘tweeling’ heeft Eco al eerder toegepast in zijn roman Het eiland van de vorige dag (1995), en geheugenverlies speelt een belangrijke rol in De mysterieuze vlam van koningin Loana (2005). Vrijmetselarij en kabbalistiek zijn de steunpilaren in De slinger van Foucault (1989) en zo bundelt de auteur in zijn nieuwste roman de belangrijkste thema’s uit zijn eigen (narratieve) oeuvre.

Verwijzingen en bronnen
Zoals altijd in Eco’s romans staat ook De begraafplaats van Praag bol van de (literaire) verwijzingen, van werkelijk bestaande kranten, boeken en auteurs tot woord- en taalspelletjes. Zo lijkt de naam van abt Dalla Piccola rechtstreeks te verwijzen naar Pico della Mirandola, die in de vijftiende eeuw de Joodse mystiek in Italië grotere bekendheid gaf.

Voor de lezer die zich aan ‘kabbalistieke’ woordkunst wil bezondigen, valt in de naam van Simonini ook een aardigheidje te ontdekken. Het is een medeklinker-omkeerwoord:
SiMoNiNi wordt aldus aNoNyMuS. Of Umberto Eco deze verborgen betekenis in de naam heeft willen leggen, is niet bekend; wel weten we dat Simonini’s grootvader zijn kleinzoon heeft laten vernoemen naar de heilige Simon van Trente, een martelaar die door Joden was afgeslacht.

‘Mijn grootvader was een vondeling. In die tijd gaf men zulke kinderen vaak standaardnamen als “Esposito” (buitengeslotene, of juist van deze plaats) of “Dieudonné” (Godsgeschenk). Niemand vroeg zich bij de naam van mijn grootvader echter af wat dat rare “Eco” betekende. Welnu, op een zeventiende-eeuwse lijst van jezuïtische uitdrukkingen, bedoeld om vondelingen van een naam te voorzien, kwam “Ex Coelis Oblatus” voor: door de hemel geschonken. Mijn naam is aldus een Latijns acroniem en een herinnering aan die oude traditie.’ (Umberto Eco)

Als enig fictief personage doolt Simonini rond door het verleden, en beïnvloedt er gebeurtenissen die werkelijk hebben plaatsgevonden. Zo schiet hij in de roman de Franse satiricus Maurice Joly neer, terwijl die in het echte leven zelfmoord pleegde. Saillant detail daarbij is dat Umberto Eco zijn protagonist zo tot Joly’s moordenaar maakt, uitgerekend de auteur van het geschrift Dialogue aux enfers entre Machiavel et Montesquieu (De Dialoog in de Hel tussen Machiavelli en Montesquieu), waarvan fragmenten volgens de overlevering als bronmateriaal dienden voor de ‘Protocollen van de wijzen van Sion’. En met dat geschrift zijn we aangeland bij de kern van de roman, en bij Simonini als geschriftvervalser. ‘De Protocollen’ was een fictieve beschrijving van een bijeenkomst in 1897 van joodse leiders, die de christelijke maatschappij omver zouden willen werpen, en die een joodse wereldheerschappij zouden nastreven. Op sublieme wijze speelt Eco met dit gegeven, en rekent hij genadeloos af ? niet met de immorele Simonini, maar met Joly, wiens werk de inspiratiebron was voor latere generaties antisemieten in hun strijd tegen het ‘joodse gevaar’.

‘Om de wet vakkundig te kunnen dienen, moet je die eerst hebben overtreden.’ (Pjotr Rachkovsky in De begraafplaats van Praag)

Anti- of pro-Joods sentiment?
Met de Protocollen, vrijmetselarij en de Joden is de triade waarop Eco’s roman gegrondvest is compleet, en is er een mise-en-scène gecreëerd voor de rabbijnse gebeurtenissen op de oude Joodse begraafplaats van Praag. Vanaf het eerste begin van de roman verbindt Simonini aan het Joodse volk een stigma van ‘gevaar voor de mondiale samenleving’:

‘Het enige wat ik over de Joden weet, is wat mijn grootvader me heeft geleerd: ? Ze zijn het atheïstische volk bij uitstek, zei hij. Ze gaan uit van de visie dat het goede híer verwezenlijkt dient te worden, en niet aan gene zijde van het graf. En dientengevolge zetten ze zich uitsluitend in voor de verovering van déze wereld.’

Op subtiel-karikaturale wijze krijgen de Joden vervolgens van alle ellende in de wereld de schuld: ze kwamen naar de steden om zich te verrijken; Joden herken je aan hun stank; Joden zijn bedriegers, een femelachtig, smerig volkje; Joden doden christenjongens om met het bloed hun ongezuurde brood te besmeren; om de christenen in het verderf te storten, hebben de Joden de vrijmetselaars in het leven geroepen; Joden zijn kapitalisten; het percentage zedeloze vrouwen onder Joden was hoger dan onder christenen, vandaar dat Jezus waar hij ook gaat uitsluitend zondaressen tegenkomt; misdaden die door Joden worden begaan zijn het ergst, zoals afzetterij, valsheid in geschrifte, woeker, frauduleus faillissement, smokkel, valsemunterij, omkoping, handelsfraude, om van de rest maar te zwijgen; (enzovoorts). Het is zo gek niet te bedenken of men kan voor het onheilseffect van willekeurig welke zaken met een beschuldigende vinger naar de Joden wijzen.

‘? Ze zeggen dat arts een van de meest voorkomende beroepen is onder Joden, net als woekeraar. Kortom, je kunt maar beter nooit in geldnood raken en nooit ziek worden.’ (Simone Simonini in De begraafplaats van Praag)

Naast veel positieve literaire kritieken in Italië hebben vooral Vaticaans-gezinde media met terughoudendheid of afkeer op de roman gereageerd. De roman zou immoreel zijn, en aanzetten tot verhevigde antisemitische standpunten ten aanzien van de Joodse gemeenschap. Vanuit een kerkelijk standpunt wekt het geen bevreemding dat men afkerig staat tegenover een boek waarin naast jodenhaat ook satanisme een niet geringe rol speelt. Maar zét het boek werkelijk aan tot een hetze tegen de Joden?

Vertrouwen stellend in de weldenkendheid van Eco’s lezerspubliek, zou je eerder geneigd zijn aan te nemen dat de huidige generatie, zonder dat ze er zelfs maar over na hoeft te denken, de smadelijke laster over de Joden onmiddellijk afdoet als grove, leugenachtige onzin; sterker nog, de grofheden wekken juist gevoelens van sympathie op en houden de lezer een spiegel voor: beelden van de Tweede Wereldoorlog dringen zich op en doen ons weer eens inzien dat de verschrikkingen die miljoenen Joden overkomen zijn, volstrekt onaanvaardbaar en onmenselijk waren.

Deze cognitieve omkering is een slim literair stijlmiddel: een negatieve connotatie verandert in een gunstige gevoelswaarde ? ofwel men zegt het tegenovergestelde van wat men bedoelt ? waarbij de nodige spot en cynisme gebruikt worden. De scène waarin de Joodse officier Alfred Dreyfus vanwege hoogverraad (ten onrechte, zoals in werkelijkheid later bleek) wordt gedegradeerd en afgevoerd naar de gevangenis op Duivelseiland, is een gedenkwaardige metafoor voor de Holocaust:

‘Wat ligt er in de ziel van deze man besloten? Aan wat voor drijfveren
gehoorzaamt hij als hij op deze manier, met de moed der wanhoop,
zijn onschuld uitschreeuwt? Hoopt hij wellicht de publieke
opinie te beïnvloeden, twijfel te zaaien, of argwaan te doen rijzen met
betrekking tot de eerlijkheid van de rechters die hem veroordeeld
hebben? Helder als een bliksemflits komt er een gedachte bij ons op:
als hij niet schuldig was, wat zou dit dan een vreselijke kwelling zijn!’

Occultisme
Nauw gerelateerd aan de vrijmetselarij is het occulte, dat zeker in het laatste deel van de roman een prominente plek krijgt. Eco zou Eco niet zijn als hij dit onderwerp niet op welhaast diabolische wijze zou koppelen aan een niet te stuiten stortvloed van negentiende-eeuwse literatuur over het toen in bepaalde kringen zeer populaire satanisme; de lezer klampt zich stevig vast tijdens de dollemansrit door sinistere spelonken en wordt overvoerd door een overkill aan informatie die vooral ’s mans schier oneindige kennis (lees: de omvang van zijn bibliotheek) tot eer strekt.

Autobiografische elementen
Hoewel de roman in de eerste persoon is geschreven, veelal bij monde van Simonini, doet zich nergens het valse sentiment gevoelen dat de auteur zich rechtstreeks tot de lezer richt. Wel lijkt dit het geval in een paar passages aan het eind van de roman, waar Eco de lezer iets lijkt te willen tonen uit de dagelijkse werkelijkheid van een schrijver op leeftijd. Ontroerend is ook de volgende bekentenis van Simonini, want bij lezing bekruipt de lezer de gedachte dat Eco hiermee lijkt te willen zeggen dat De begraafplaats van Praag zijn laatste roman is, een literair testament:

‘Het is vreemd, maar het is net alsof ik heimwee heb naar de Joden. Ik mis ze. Vanaf mijn vroegste jeugd heb ik, ik zou bijna zeggen steen voor steen, aan mijn eigen Praagse begraafplaats gebouwd, en het is nu net of Golovinski ermee vandoor is.’


Illustratie: Bompiani, Italiaanse uitgeverij Umberto Eco

Helemaal achter in het boek, in een epiloog getiteld ‘Nutteloze erudiete toelichting’ verantwoordt de Verteller (die uiteraard niemand anders is dan Umberto Eco zelf) zich aangaande het gebruik van bijna uitsluitend aan het werkelijke leven ontleende personages, en geeft hij een summiere uitleg over narratieve kunstgrepen waarvan de schrijver zich bediend heeft, zoals het verschil tussen ‘story’ en ‘plot’. Eco’s eruditie is zelden nutteloos, een feit waarvan hijzelf maar al te goed doordrongen zal zijn. Het is te hopen dat ‘story’ en ‘plot’ van een schrijver op leeftijd ons in de echte wereld genadig zijn, en dat we over enkele jaren nóg een roman van de hand van de meester mogen verwelkomen.

Los van de vraag of De begraafplaats van Praag een meesterlijke spionageroman is of een anti-Joodse dollemansrit, blijven Eco’s eruditie en welsprekendheid van uitzonderlijke klasse. Gaat u stevig zitten, lezer, treed binnen in een tijdperk waarin men elkaar nog met ‘u’ aansprak, en laat u eens lekker onder die letterenlawine bedelven.

De begraafplaats van Praag

Auteur: Umberto Eco
Vertaald door: Yond Boeke en Patty Krone
Verschenen bij: Uitgeverij Prometheus (jan. 2011)
Prijs: €19,95

Bekijk Reacties

2 Responses to Recensie: De begraafplaats van Praag – Umberto Eco

  1. Karel Majoor says:

    Ik vond het een buitengewoon geforceerd en gezocht boek, dat niet kan tippen aan een paar andere Eco-toppers.
    De recensie vind ik nuttig en sympathiek, maar wel erg welwillend.
    Het is dat ik me ooit heb voorgenomen een boek waaraan ik begin ook altijd uit te lezen, maar het heeft me extreem veel moeite gekost dat in dit geval ook waar te maken.

  2. Fred Baggen says:

    Ik ben het met Karel eens dat ook ik betere romans van Umberto Eco kan opnoemen. Misschien is ‘beter’ geen goed woord; ‘aansprekender’ is misschien een betere woordkeus. Toch heb ik De begraafplaats van Praag met heel veel plezier gelezen, en genoten van de stijl en eruditie die Eco zo eigen is.

    Mijn recensie is niet bewust ‘welwillend’ geschreven, maar representeert mijn eerlijke mening. Er komt inderdaad een duizelingwekkende hoeveelheid feiten en personages voor, en de verwijzingen naar sommige dubieus klinkende of zelfs als ongeloofwaardig op te vatten zaken kunnen de indruk wekken er met de haren bijgesleept te zijn. Desondanks vind ik het nog steeds een coherente roman waarin veel moois te ontdekken valt. Mij verveelde het boek geen moment.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Nieuwe Chinese plantenkunde – J.B. Matto
25 mei 2012
Veel vragen, weinig antwoorden

Recensie door Rein Swart

Dit boek gaat niet over een onderdeel van de biologie, maar is een roman en wel een heel  bijzondere, omdat weinig van de bedoeling wordt prijsgegeven.
Lees verder >
de hemelse kamer – Huub Beurskens
23 mei 2012
Net iets te en daarom wat minder

Recensie door Machiel Jansen

Het is druk in de hemelse kamer de nieuwe roman van Huub Beurskens, dichter, schrijver en voormalig redacteur van De Gids. Niet omdat er veel romanfiguren in voorkomen, dat is niet het geval, maar omdat er zo heel veel wordt verwezen, geciteerd, uitgeweid en opgesomd.
Lees verder >
Mangalaan 27 – Kristine Groenhart
22 mei 2012
Een dramatisch leven in Nederlands-Indië

Recensie door Wil van Basten-Malipaard

‘Wat waren ze vol goede moed geweest'
Kristine Groenhart  beschrijft op verzoek van schrijfster Mischa de Vreede de levensgeschiedenis van haar vader Ernst de Vreede die in 1925 met zijn kersverse bruid Henny Bomers aankomt op Ambon.
Lees verder >
Kristalman – Atte Jongstra
15 mei 2012
Multatuli in een ander daglicht

Recensie door Jaap M. Jansen

Ach, we houden zoveel van lijstjes, van hiërarchieën. Héérlijk vinden we het, die Top 2000, die filmlijst van de IMDb, die peilingen van Maurice de Hond. Genieten.
Lees verder >
De dienares – Tim Parks
14 mei 2012
Een rockchick verloren in de edele Stilte 

Recensie door: Joost van der Vleuten

Een roman schrijven over een jonge vrouw met een leven vol sex, drugs en rock &roll, die zich terugtrekt in een Boeddhistisch klooster. Kan dat? Wordt dat geen blijmoedige kitsch of goedkope tirade tegen het westerse materialisme? Niet noodzakelijk.
Lees verder >
Een nieuwe generatie Literaire Magazines
25 mei 2012
Een nieuwe generatie literaire tijdschriften is opgestaan. Een generatie die mee gaat met de tijd en van hun tijdschriften méér maakt dan een blad alleen. Met namen als Strak, Das Magazin, Kutgitaar en de Optimist wordt de toon gezet voor een nieuwe en verrassende traditie.
Lees verder >
Writers Unlimited The Series: Zuid-Afrika en Nederland – 7 juni in Den Haag
25 mei 2012
Christine Otten praat op 6 juni met Ronelda Kamfer en Adriaan van Dis. Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) is een van de jonge Zuid-Afrikaanse dichters van dit moment en stond in haast iedere krant met het verhaal over haar poëzie.
Lees verder >
Tommy Wieringa en A.L. Snijders over reizen en thuisblijven
24 mei 2012
Twee begeesterde en eigenzinnige schrijvers in gesprek tijdens De geest moet waaien op vrijdag 1 juni in het Arnhemse Theater aan de Rijn.

Tommy Wieringa schreef de toonaangevende romans Joe Speedboot en Caesarion. Hij komt uit Twente maar woonde in zijn jeugd op de Antillen en is leeft nu in Noord-Holland.
Lees verder >
Literaire nalatenschap F. Harmsen van der Beek naar Letterkundig Museum
24 mei 2012
Nieuws van de redactie

Het Letterkundig Museum heeft sinds woensdag 23 mei de literaire nalatenschap van Fritzi ten Harmsen van der Beek (1927-2009) verworven. Harmsen van Beek is dichter van een klein oeuvre. De geringe omvang van haar werk is echter omgekeerd evenredig aan de grote bewondering die het vrijwel unaniem ten deel viel en valt.

Harmsen van der Beek vond dat vrijwel niets blijvende waarde had, ook haar gedichten en tekeningen niet. Ze tekende graag op bevroren ruiten en schiep er genoegen in te zien hoe die vervolgens door de warmte van de zon als kleine waterstraaltjeshun weg naar de vensterbank vonden. Desondanks laat ze een omvangrijk archief na. Behalve aantekeningen, manuscripten en (jeugd)foto’s bestaat de nalatenschap ook uit brieven, van onder meer Judith Herzberg, CharlotteMutsaers, Cees Nooteboom, Gerard Reve en Renate Rubinstein. Bijzonder zijn de vele tekeningen die Harmsen van der Beek maakte en de vele parafernalia waarmee zij zich omringde. Tot het archief behoren ook veel familiaire paparassen en boeken met opdrachten van schrijvers en kunstenaars waar onder A. Roland Holst, Matthijs Röling en M. Vasalis.

Tijdens de feestelijke overdracht van het archief werd ook de bundel In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van der Beek gepresenteerd.
'In samenspraak met de erven zijn nu haar publicaties bijeengebracht in een mooi verzorgde gebonden editie, waarin ook alle verspreid gepubliceerde gedichten en verhalen zijn opgenomen. De verschijning van In goed en kwaad is daarmee een literaire gebeurtenis, die er voor zorgt dat dit grootse en bruisende werk voor lange tijd beschikbaarblijft’, aldus uitgeverij De Bezige Bij.

www.letterkundigmuseum.nl

 
IJsseloever – een poëtische app
22 mei 2012
Dichter Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman maakten voor 'Poëzie op het mobiele scherm' van het Nederlands Letterenfonds en de Mondriaan Stichting de iPad app IJsseloever. In het verhaal zijn vijftien videogedichten en een audio clip verwerkt.

Omschrijving van de inhoud:
Twee bejaarde vrouwen wonen al tientallen jaren aan de rand van een Gelders dorp. De vriendinnen worden ze genoemd. Ze komen niet vaak in het dorp, ze hebben eigenlijk alleen contact met een twintigjarige jongen. Een keer peer week haalt hij de vriendinnen op, ze rijden dan naar de rivier, een kilometer of twintig stroomopwaarts. Ze kijken naar de schepen, lezen de opschriften en varen in gedachten mee naar Duitsland, naar Frankrijk. Zestien momenten uit hun levens zijn verborgen in de IJsselvallei ten westen van Zutphen, die zijn te vinden op de kaart en te lezen door de locaties aan te raken of door te bladeren.

Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman brachten beiden hun jeugd door in de IJssel-, respectievelijk Oude IJsselvallei in de provincie Gelderland. Zij onderzochten de mogelijkheid van het draagbare beeldscherm als literair podium in het kader van het project ‘Poëzie op het mobiele scherm’ van het Nederlands Letterenfonds en het Mondriaan Fonds.

Er verschijnt ook een gedrukte kaart van de IJsselvallei waarop de video’s te bekijken zijn wanneer met de Junaio augmented reality browser de smartphone op de markers richt €2,- (excl. verzenden).
De app wordt uitgegeven door TYP/Three Publishers en is verkrijgbaar in de App Store voor €1,59.
Voor de eerste 100 downloaders/kopers va de IJssel is er een extraatje. Ze ontvangen een speciale landkaart voor een bijzondere belevenis! Mail je AppStore-afrekening van IJsseloever en adresgegevens aan: ijsseloever@ttypp.nl en je krijgt de kaart! Je kunt de de IJsseloever-app kopen in de AppleStore, meer info vind je hier.

Zes verschillende teams van dichters en ontwerpers namen deel aan 'Poëzie op het mobiele scherm'. Hun eindresultaten werden 17 mei j.l.  gepresenteerd in het Trouw gebouw te Amsterdam.