De cowboy van nu

9 mei 2010

Over Terrein van Erik Lindner

De vierde bundel van Erik Lindner ziet er als volgt uit: over de voor- en achterzijde van de bundel loopt een grote foto. Een rood dienstwagentje met Chinese karakters op de voorruit staat op een parkeerterrein. Achter het wagentje staat een hoge muur, in volle breedte van de foto, de muur is wel een meter of zes, zeven hoog. Boven de muur een stukje lucht, een luidspreker, in de verte een viaduct met verkeer, gebouwen. Meer in de nabijheid een verkeerslicht op rood en een verkeersbord dat verbiedt links af te slaan. Links onderin de foto, aan de achterzijde van de dichtbundel dus, een deur die open staat, met een hek ervoor.

Nu gaat het om de muur. Op de muur is een veel rustieker beeld geschilderd, of mogelijk zelfs in zeer fijn mozaïek ingelegd. Het is een gezicht op een park, oude bomen, gras, een pad, bankjes aan het water, in de verte – na het water – wel weer een stad.

Het rode wagentje op het parkeerterrein staat zo geparkeerd dat hij ook geparkeerd kan zijn op het brede pad, dat in het park leidt, naar het vergezicht toe, het water met de bankjes. Wie de bundel vast heeft denkt een ogenblik naar het parkplaatje te kijken, dan verschuift zijn aandacht en ziet hij de muur, de stad die hij erachter vermoedt.

Zo’n foto op een omslag zegt een aantal dingen: ‘We laten ons in de luren leggen door wat anderen willen dat we zien.’ ‘We hebben geen kennis van wat zich achter de muur bevindt.’ ‘We houden van bomen, maar leven in de stad.’ Maar ook: ‘voor wie goed kijkt staat er een deurtje open’. Of, ‘alleen al iets beter kijken toont in elk geval wat er boven de muur nog aan werkelijkheid overblijft.’

Het is dit soort denken dat ook in de bundel in 27 gedichten steeds weer gestalte krijgt. De lezer neemt iets waar, maar is het dat wel?

De poëzie van Lindner ontwikkelt zich tot een staccato bijna subjectloze waarnemingpoëzie:

De laadklep van het schip opent boven de kade
schuift heen en terug over steen

vlaggentouwen slaan tegen palen
in een handpalm klikken kralen tegen elkaar

een man dweilt met opgetrokken schouders
de door televisieschijnsel verlichte winkelvloer

een vrouw staat in een stoel om een kaars aan te steken

wier opgehoopt in een baai
een bestelwagen draait stationair

kinderen zitten tussen plastic zakken
hun knieën tegen de borst

op de loopbrug rollen mensen koffers voor zich uit

midden in de passage is een gat
boven een tafel vol zaagsel

vanaf een mast schijnt licht op het water
scheepstouwen spannen voor de boeg.

Net als op de foto weet de lezer niet wat-er-achter-de-muur-is. Dat wil zeggen: de dichter somt op, dingen die hij ergens hoort en ziet. Het lijkt wat op zo’n omineuze scène in een spaghettiwestern, de wind beweegt het stalen uithangbord van de barbier, een dorre struik rolt door de wind aangedreven door de straat. De hoofdpersoon kijkt met tot spleetjes geknepen ogen hoe vlaggentouwen tegen de palen slaan. Ennio Morricone op de achtergrond. Lindner is de cowboy van hier en nu.

Maar Lindner doet wat meer dan deze cowboy, Lindner neemt dingen waar die niet helemaal lijken te kloppen. Midden in de passage is een gat boven een tafel vol zaagsel? Dat klinkt als sabotage. En mensen die op een loopbrug koffers voor zich uitrollen. In een stoel staan om een kaars aan te steken?

In het gehele eerste deel van deze bundel, Steiger en boeg wordt op deze aanstekelijke manier de lezer met een regen van waarnemingen overspoeld, waarvan de druppels tussen nek en kraag belanden. Lindner laat de lezer bijna zelf, authentiek, waarnemen, doordat hij zo gepast op afstand blijft. Dat is een kwaliteit. Dat maakt een verklarend slotakkoord aan die reeks bijna overbodig:

Herstel wat veraf is. Onderdruk wat
vooraan staat. Kiept het kantelraam
en duikelt de kijker in de tuin.

Het voorbehoud van  de dichter

De drie afdelingen in deze bundel, ‘Steiger en boeg’, ‘Hoe je de stad ook uit loopt, je keert terug langs de rivier’, ‘Acedia’, worden elk voorafgegaan door een opmaat, 1 gedicht dat de toonhoogte aangeeft, of juist de lezer ontstemt. Het zijn bijvoegsels die het hooggestemde niet-weten van de bundel wat doorbreken, maar het zijn voor de gelegenheid niet de sterkste. Het sterkste blijkt Lindner in juist de acedia, ook de titel van de laatste reeks. ‘Acedia’ is de benaming voor de gemoedsgesteldheid waaraan asceten en solitair levende monniken wel eens gaan leiden. De staat van desinteresse in de eigen positie in de wereld, die leidt tot verzuim, maar ook goed gedefinieerd kan worden als een slordig soort gelatenheid. Het is in zichzelf al een voorbehoud de naam van deze afdeling. De dichter zegt: ik neem waar maar handel niet.

Drie ranke hoge bomen voor een laan
bladeren buitelen er over de grond
vogeltjes schieten los uit de struiken

een man loopt met een lijst op de schouder
zijn arm steekt er doorheen

de draaiende ventilator bij het open raam
de gordijnen die over het kleed waaien

over de helft van de vierkante kamer
wiegt het licht van een goudvissenkom.

Ook dit gedicht toont weer dat de dichter er nauwelijks bij wil zijn. Of in elk geval problematiseert hij nadrukkelijk zijn positie. Waar moet je staan om de drie ranke bomen voor de laan te zien, gordijnen die over een kleed waaien? Door de hele bundel lees je dit: de waarnemer is er wel, en hij ziet en hoort meer dan menigeen, maar zijn positie is onzeker. Ongewis is hoe hij zicht verhoudt tot het waargenomene. Dat is waar Lindner voor te prijzen is. Terrein materialiseert het vraagstuk van je eigen aanwezigheid, het perspectief. Je kunt de bundel lezen als een spervuur van waarnemingen, een tocht door de stad zonder dat je ging. Je kunt de bundel ook lezen als een geformuleerde vraag naar waar je eigenlijk bent als er iets gebeurt, en wat de wijze waarop je ernaar kijkt ermee te maken heeft. Op beide fronten heeft Lindner een formidabele bundel achtergelaten.

Erik Lindner Terrein De Bezige Bij 2010

Reageer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Extaze nr. 1 – droom op ander leven
9 februari 2012
Recensie door Ingrid van der Graaf

In oktober 2010 legden Cor Gout en Els Kort (redactie) de basis voor het literaire tijdschrift Extaze vanuit de behoefte de literaire kring van Den Haag weer op de kaart te zetten. Maar ook Nederlandstalige schrijvers buiten Den Haag publiceren in Extaze, wat in deze tweede editie een mooie melange oplevert.
Lees verder >
Duitse schelmenroman over pubers in de Tweede Wereldoorlog
8 februari 2012
Recensie door: Joost van der Vleuten

Lont van Franz Josef Degenhardt is goed, spannend en bijzonder. Een tikkie gedateerd misschien, maar dat moet de lezer maar voor lief nemen. Vanwege de burleske verhalen en de eigen toon. En vanwege de bijzondere wereld waarin het speelt: een Duitse armoewijk in de Tweede Wereldoorlog.
Lees verder >
De symboliek van het quilten
8 februari 2012
Recensie door: Marleen Nagtegaal

Een eigengereide, quiltende reuzin met een fluwelen stem: de stiefmoeder die Dorrestein neerzet in haar nieuwste roman lijkt op het eerste gezicht te zijn weggelopen uit een modern sprookje.
Lees verder >
De hoop van Plato en de wanhoop van Nietzsche in een winters Drenthe
6 februari 2012
Recensie door: Sunny Jansen

Blindgangers, de nieuwe roman van filosofe Joke Hermsen, gaat over het heden en het verleden, over hoop en wanhoop.
Lees verder >
‘Om een verschil te kunnen maken’
3 februari 2012
Recensie door: Rosalien Koster

Richard Osinga is met meerdere romans op zijn naam, waaronder Bor in Afrika, geen onbekende in de literaire wereld. Toch zullen maar weinig mensen zijn naam kennen. Zijn nieuwe historische roman Een duivel met een ziel, over een roerige periode in de Marokkaanse geschiedenis, moet hier verandering in brengen.
Lees verder >
Sonnetten voor de donkere dame – Shakespeare
9 februari 2012
Gesignaleerd door de redactie

Vandaag verschijnt bij Uitgeverij Van Gennep Sonnetten voor de Donkere Dame van William Shakespeare, in een nieuwe vertaling van Bas Belleman.

'Zijn meest seksuele, meest rancuneuze, maar ook meest liefdevolle gedichten schreef William Shakespeare voor de beruchte Donkere Dame.
Lees verder >
Deugden en ondeugden
9 februari 2012
Half januari is Studium Generale in Utrecht weer doorgegaan met een serie hoorcolleges over filosofie, levenskunst en deugdethiek. Alle hoorcolleges zijn zowel ter plekke life, als online te volgen, en altijd online terug te zien.

Prof. dr. Joep Dohmen (Wijsgerige en Praktische Ethiek, UvH) en prof. dr.
Lees verder >
Nominaties Ida Gerhard Poëzieprijs bekend
8 februari 2012
Door Ingrid van der Graaf

Uit 100 inzendingen heeft de jury van de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2012 , onder voorzitterschap van  Jacques Klöters, vandaag de drie genomineerde gedichtenbundels bekend gemaakt.

De Friese dichter Tsead Bruinja, is genomineerd met zijn bundel Overwoekerd.
Lees verder >
Literair Festival Saint Amour Vlaanderen– 10 t/m 19 Februari
7 februari 2012
De negentiende editie van het Vlaams literaire festival Saint Amour staat in het teken van De Onbereikbare. De ideale liefde die (vaak) onbereikbaar blijft. Denk aan Orpheus en Eurydice, geliefden die elkaar tot tweemaal toe kwijtraakten en uiteindelijk in het schimmenrijk met elkaar vereeuwigd werden.
Lees verder >
Blogtournee ‘Ademhalen onder de maan’ – Ingmar Heytze
7 februari 2012
Door Ingrid van der Graaf:

Donderdag 26 januari jl. is de tweede Nederlandse boekblogtournee van start gegaan. Naar Amerikaans en Brits voorbeeld, reist tijdens een blogtournee een schrijver met zijn werk een maand (of langer) virtueel van blog naar blog.
Lees verder >