Kousbroek en de groente met het lege hart

30 maart 2010

Recensie door Menno Hartman

Rudy Kousbroek schrijft nu al negen bundels lang onder de titel Anathema’s over wat hij vervloekt, wat hem boeit, ontroert, opwindt. Sinds 1969 is dat een halve meter essays over uiteenlopende onderwerpen, maar ook weer niet zo uiteenlopend. Herinnering, techniek, taal, westerse literatuur, cultuurgeschiedenis, Japanse en Chinese cultuur, sex, koloniaal verleden, dieren. Dat zijn de thema’s die terugkijkend op die negen delen wel het meest in het oog springen. De laatste bundel, met de titel Restjes, heeft geheel in de geest van Kousbroek een vormgeving die vrijwel identiek is aan de eerste, en aan veel van de tussenliggende bundels. Want wat naar de inhoud zo veelzijdig is, kan naar de vorm wel enige consistentie gebruiken. Daarbij: vernieuwing is meestal geen verbetering. Spellingshervormingen hebben er ? weten lezers van Kousbroek ? toe geleid dat een Nederlander geen Vondel meer kan lezen. De autofabricage heeft in ongeveer een eeuw steeds duurder en steeds slechtere producten voortgebracht. Een kind van acht kan tegenwoordig niet meer fatsoenlijk citeren, denken eigenlijk ook al niet.

Als ik Kousbroek lees heb ik toch nergens het gevoel met een teleurgesteld man van doen te hebben. Integendeel, ook in deze Restjes stulpt zich een fascinerend goedgevuld en al met al niet slechtgeluimd brein voor de lezer om. Wat er in de Anathema’s veruitwendigd is, is het denken en lezen van een misschien typische twintigste-eeuwse Nederlander. Kousbroek, geboren in voormalig Nederlands Indië, woonde ruim veertig jaar in Frankrijk en beziet Nederland daarmee op verschillende wijzen van een afstand.

Wat doet een ideaal Kousbroek essay? Het is een wereld in zichzelf, dat refereert aan een verleden, in het essay wordt logisch redenerend getracht een probleem op te lossen, daarbij krijgt een minder helder denkende voorganger een veeg uit de pan, beleefd toch, en in het essay worden twee of drie titels van boeken genoemd, waarvan je na lezing van het essay overtuigd bent dat je ze beslist moet lezen. Het boek of de gedachte die het uitgangspunt voor het essay vormt, komt niet in de eerste helft van het essay aan bod, maar in de tweede helft. In de eerste helft toont Kousbroek dat hij zich het onderwerp eerst eigen heeft gemaakt, zonder teveel te leunen op de autoriteit van het besproken boek. Maar tezelfdertijd is een poging uniformiteit aan te brengen in dit oeuvre heilloos, neem het essay ‘Kangkoeng’ in deze bundel, het is slechts drie pagina’s lang.

Het begint met de kwestie waarom Nederlandse restauranthouders in de gado-gado altijd sperziebonen gebruiken in plaats van kouseband, dat breidt Kousbroek wat uit en hij komt tot de conclusie dat het een voorbeeld is van hoe Indische restaurants verhollandsen. Vervolgens wordt er wat gemopperd over dat voor Nederlands lekker minder belangrijk is dan goedkoop. Nu komen we na de inleiding van 1 pagina, op het onderwerp kangkoeng, een bladgroente die ook in gado-gado hoort, maar hier te lande niet te krijgen is: maar het zou heel goed gekweekt kunnen worden. In Indonesië groeit het als onkruid: ‘Tijdens de internering slopen we het kamp wel uit om het te plukken ? geen ongevaarlijke sport want als je gepakt werd riskeerde je “djemoeren” (de hele dag in de brandende zon zitten met een bamboestok in je knieholten) of erger.’

Kousbroek beschrijft dan dat ze in Nederland dus het zaad kochten en in de volkstuin van zijn vrouw het gewas gingen kweken en maanden later gado-gado aten met het vereiste ingrediënt: kangkoeng. Probleem opgelost, maar het essay is pas op twee pagina’s. Nu volgt een Kousbroekiaanse wending. Die volkstuintjes, schrijft hij, omschrijft zijn vrouw als ‘herinnerend aan die Chinese valleien waar de grond al sinds millennia in cultuur is. Het zou daarom geen verbazing wekken dat daar op een zomermiddag in alle rust drie Chinezen langs kwamen kuieren, maar dat deed het wel degelijk.’ Na wat heen en weer gepraat, waarbij de tuintjesbuurman van Kousbroek en passant nog een veeg uit de pan toegediend krijgt, krijgen de Chinezen de kangkoeng in het oog. Nu citeer ik de afsluitende alinea van het essay:

‘Koeng sjin tsai!’ [Kongxin cai, ‘de groente met het holle hart’] riepen ze opgewonden uit, ‘dat is een Chinese groente.’
Ze hadden niet verraster kunnen zijn dan ik, want deze uitroep bracht mij op dramatische wijze de geschiedenis in de herinnering van Minister Ki Pan uit het klassieke Chinese verhaal Feng Shen of de verheffing tot de goden, dat ik in Indië als kind placht te lezen (in de vertaling van Nio Joe Lan; Batavia, Sin Po 1940).
Onder invloed van en boosaardige concubine ? in feite een vos-demon ? heeft de ontaarde keizer Cheng Tan zijn trouwe minister Pi Kan gevraagd zijn hart af te staan. Deze laat een zwaard halen, snijdt zijn hart uit zijn borst en rijdt dan weg op zijn paard: ‘Na 6 a 7 li te hebben afgelegd hoorde Pi Kan een groenten-koopvrouw met luide stem “groenten zonder hart” te koop aanbieden.
Pi Kan hield zijn paard in en vroeg de koopvrouw:”Wat zijn harteloze groenten?”
“Dat zijn de groenten die ik verkoop.”
“Wat zal er gebeuren, indien men geen hart bezit?”
“Wanneer men geen hart bezit, sterft men.”
Met een schreeuw viel Pi Kan dood neer! Het bloed spoot hem uit de wonde.’
Zo ontdekte ik een halve eeuw later, wat die vrouw te koop aanbood: kangkoeng.”

In het korte bestek van drie pagina’s heeft de lezer zich verplaatst van een volkstuincomplex in Leiden, via het leven van een jongen op Sumatra, naar het klassieke China. En wat dit gaande maakt is het geheugen van Kousbroek. Wat we in hem ten zeerste moeten bewonderen is vooral zijn vermogen om te onthouden, zijn herinnering, en wellicht is dat het scherpste instrument van de essayist. Kousbroeks herinnering is in negen delen in concrete zin uitgebreid, en heeft qua zeggingskracht niet ingeboet. Alleen de herinnering aan een nooit helemaal goed begrepen frase uit een verhaal dat 70 jaar geleden gelezen werd, maakt dat Kousbroek een essay over bladgroente schrijven kan. En dat dat boeit. Kousbroek lezen is dwalen door een rijk geheugen, reizen in een ruimere wereld en snuffelen in een verrassender gevulde boekenkast.

Lees ook over o.a.  Anathema’s 5 hier op Literair Nederland.

En hier over Opgespoorde wonderen van Kousbroek.

Bekijk Reacties

2 Responses to Kousbroek en de groente met het lege hart

  1. rein swart says:

    het waren niet voor niets de restjes!

  2. Pingback: Letterkundig Museum eert Rudy Kousbroek | Literair Nederland

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Nieuwe Chinese plantenkunde – J.B. Matto
25 mei 2012
Veel vragen, weinig antwoorden

Recensie door Rein Swart

Dit boek gaat niet over een onderdeel van de biologie, maar is een roman en wel een heel  bijzondere, omdat weinig van de bedoeling wordt prijsgegeven.
Lees verder >
de hemelse kamer – Huub Beurskens
23 mei 2012
Net iets te en daarom wat minder

Recensie door Machiel Jansen

Het is druk in de hemelse kamer de nieuwe roman van Huub Beurskens, dichter, schrijver en voormalig redacteur van De Gids. Niet omdat er veel romanfiguren in voorkomen, dat is niet het geval, maar omdat er zo heel veel wordt verwezen, geciteerd, uitgeweid en opgesomd.
Lees verder >
Mangalaan 27 – Kristine Groenhart
22 mei 2012
Een dramatisch leven in Nederlands-Indië

Recensie door Wil van Basten-Malipaard

‘Wat waren ze vol goede moed geweest'
Kristine Groenhart  beschrijft op verzoek van schrijfster Mischa de Vreede de levensgeschiedenis van haar vader Ernst de Vreede die in 1925 met zijn kersverse bruid Henny Bomers aankomt op Ambon.
Lees verder >
Kristalman – Atte Jongstra
15 mei 2012
Multatuli in een ander daglicht

Recensie door Jaap M. Jansen

Ach, we houden zoveel van lijstjes, van hiërarchieën. Héérlijk vinden we het, die Top 2000, die filmlijst van de IMDb, die peilingen van Maurice de Hond. Genieten.
Lees verder >
De dienares – Tim Parks
14 mei 2012
Een rockchick verloren in de edele Stilte 

Recensie door: Joost van der Vleuten

Een roman schrijven over een jonge vrouw met een leven vol sex, drugs en rock &roll, die zich terugtrekt in een Boeddhistisch klooster. Kan dat? Wordt dat geen blijmoedige kitsch of goedkope tirade tegen het westerse materialisme? Niet noodzakelijk.
Lees verder >
Een nieuwe generatie Literaire Magazines
25 mei 2012
Een nieuwe generatie literaire tijdschriften is opgestaan. Een generatie die mee gaat met de tijd en van hun tijdschriften méér maakt dan een blad alleen. Met namen als Strak, Das Magazin, Kutgitaar en de Optimist wordt de toon gezet voor een nieuwe en verrassende traditie.
Lees verder >
Writers Unlimited The Series: Zuid-Afrika en Nederland – 7 juni in Den Haag
25 mei 2012
Christine Otten praat op 6 juni met Ronelda Kamfer en Adriaan van Dis. Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) is een van de jonge Zuid-Afrikaanse dichters van dit moment en stond in haast iedere krant met het verhaal over haar poëzie.
Lees verder >
Tommy Wieringa en A.L. Snijders over reizen en thuisblijven
24 mei 2012
Twee begeesterde en eigenzinnige schrijvers in gesprek tijdens De geest moet waaien op vrijdag 1 juni in het Arnhemse Theater aan de Rijn.

Tommy Wieringa schreef de toonaangevende romans Joe Speedboot en Caesarion. Hij komt uit Twente maar woonde in zijn jeugd op de Antillen en is leeft nu in Noord-Holland.
Lees verder >
Literaire nalatenschap F. Harmsen van der Beek naar Letterkundig Museum
24 mei 2012
Nieuws van de redactie

Het Letterkundig Museum heeft sinds woensdag 23 mei de literaire nalatenschap van Fritzi ten Harmsen van der Beek (1927-2009) verworven. Harmsen van Beek is dichter van een klein oeuvre. De geringe omvang van haar werk is echter omgekeerd evenredig aan de grote bewondering die het vrijwel unaniem ten deel viel en valt.

Harmsen van der Beek vond dat vrijwel niets blijvende waarde had, ook haar gedichten en tekeningen niet. Ze tekende graag op bevroren ruiten en schiep er genoegen in te zien hoe die vervolgens door de warmte van de zon als kleine waterstraaltjeshun weg naar de vensterbank vonden. Desondanks laat ze een omvangrijk archief na. Behalve aantekeningen, manuscripten en (jeugd)foto’s bestaat de nalatenschap ook uit brieven, van onder meer Judith Herzberg, CharlotteMutsaers, Cees Nooteboom, Gerard Reve en Renate Rubinstein. Bijzonder zijn de vele tekeningen die Harmsen van der Beek maakte en de vele parafernalia waarmee zij zich omringde. Tot het archief behoren ook veel familiaire paparassen en boeken met opdrachten van schrijvers en kunstenaars waar onder A. Roland Holst, Matthijs Röling en M. Vasalis.

Tijdens de feestelijke overdracht van het archief werd ook de bundel In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van der Beek gepresenteerd.
'In samenspraak met de erven zijn nu haar publicaties bijeengebracht in een mooi verzorgde gebonden editie, waarin ook alle verspreid gepubliceerde gedichten en verhalen zijn opgenomen. De verschijning van In goed en kwaad is daarmee een literaire gebeurtenis, die er voor zorgt dat dit grootse en bruisende werk voor lange tijd beschikbaarblijft’, aldus uitgeverij De Bezige Bij.

www.letterkundigmuseum.nl

 
IJsseloever – een poëtische app
22 mei 2012
Dichter Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman maakten voor 'Poëzie op het mobiele scherm' van het Nederlands Letterenfonds en de Mondriaan Stichting de iPad app IJsseloever. In het verhaal zijn vijftien videogedichten en een audio clip verwerkt.

Omschrijving van de inhoud:
Twee bejaarde vrouwen wonen al tientallen jaren aan de rand van een Gelders dorp. De vriendinnen worden ze genoemd. Ze komen niet vaak in het dorp, ze hebben eigenlijk alleen contact met een twintigjarige jongen. Een keer peer week haalt hij de vriendinnen op, ze rijden dan naar de rivier, een kilometer of twintig stroomopwaarts. Ze kijken naar de schepen, lezen de opschriften en varen in gedachten mee naar Duitsland, naar Frankrijk. Zestien momenten uit hun levens zijn verborgen in de IJsselvallei ten westen van Zutphen, die zijn te vinden op de kaart en te lezen door de locaties aan te raken of door te bladeren.

Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman brachten beiden hun jeugd door in de IJssel-, respectievelijk Oude IJsselvallei in de provincie Gelderland. Zij onderzochten de mogelijkheid van het draagbare beeldscherm als literair podium in het kader van het project ‘Poëzie op het mobiele scherm’ van het Nederlands Letterenfonds en het Mondriaan Fonds.

Er verschijnt ook een gedrukte kaart van de IJsselvallei waarop de video’s te bekijken zijn wanneer met de Junaio augmented reality browser de smartphone op de markers richt €2,- (excl. verzenden).
De app wordt uitgegeven door TYP/Three Publishers en is verkrijgbaar in de App Store voor €1,59.
Voor de eerste 100 downloaders/kopers va de IJssel is er een extraatje. Ze ontvangen een speciale landkaart voor een bijzondere belevenis! Mail je AppStore-afrekening van IJsseloever en adresgegevens aan: ijsseloever@ttypp.nl en je krijgt de kaart! Je kunt de de IJsseloever-app kopen in de AppleStore, meer info vind je hier.

Zes verschillende teams van dichters en ontwerpers namen deel aan 'Poëzie op het mobiele scherm'. Hun eindresultaten werden 17 mei j.l.  gepresenteerd in het Trouw gebouw te Amsterdam.