Karel van het Reve – Verzameld werk 4

28 maart 2010

Recensie door: Machiel Jansen

Als je iets aardigs wilt zeggen over artikelen in tijdschriften en kranten die zo’n dertig, veertig jaar geleden geschreven zijn door een schrijver die al weer een tijdje geleden is overleden, dan is het waarschijnlijk dat je iets zegt in de trant van: zijn stukken zijn nog verbazend actueel. Als je iets onaardigs wilt zeggen dan is het dat de stukken verouderd zijn.

Eigenlijk is dat heel vreemd. Moet literatuur van veertig jaar of langer geleden actueel zijn om interessant te worden gevonden? Waarom zou dat eigenlijk moeten? Ik heb eens een actrice van Toneelgroep Amsterdam op de radio horen zeggen dat Medea nog heel erg actueel is. ‘Laatst,’ zei ze, ‘stond in de krant dat een moeder haar eigen kinderen had omgebracht. Het gebeurt nog steeds,’ benadrukte ze.

Ik vond het een vreemde opmerking. Het is ook niet waar dat Medea een goed toneelstuk is omdat het actueel is. Het zou betekenen dat als er geen moeders meer zijn die hun kinderen vermoorden Medea opeens minder interessant zou zijn. Het is een goed toneelstuk maar niet omdat er nog steeds moordlustige moeders rondlopen, maar veel eerder omdat Euripides een goed schrijver was.

Karel van het Reve (1921-1999) is al een tijdje geleden overleden. Hij stierf in 1999, met de P.C. Hooftprijs op zijn naam. Uitgeverij van Oorschot geeft zijn Verzameld werk uit en is nu bij deel vier aangekomen dat maar liefst meer dan 1.000 bladzijden telt. Het bevat de bundels Uren met Henk Broekhuis en Een Dag uit het Leven van de Reuzenkoeskoes. Het grootste gedeelte bestaat echter uit werk dat nooit eerder in boekvorm verscheen, geschreven in de periode 1973-1980. Het zijn stukken afkomstig uit o.a. NRC Handelsblad, Het Parool en tijdschriften als Tirade en Hollands Maandblad.

Veel van die stukken zijn verouderd. Ze hebben betrekking op situaties die nu totaal anders zijn en kwesties waarom niemand zich meer druk maakt. Toch zijn die stukken heel leuk om te lezen. Sommige zijn er met de tijd zelfs op vooruit gegaan. Dat komt omdat ze nu ook leerzame informatie uit het verleden bevatten. Het plezier in het lezen heeft alles te maken met het feit dat Karel van ’t Reve zo goed schreef. Ik geloof niet dat er een essayist is die helderder schreef dan hij. Ook combineerde hij humor en logisch denken met speels  gemak, wat een grote zeldzaamheid is.

Een voorbeeld van een verouderd stukje is België en China dat Van ’t Reve schreef in 1973 onder het pseudoniem Henk Broekhuis. ‘Wanneer wij België en China met elkaar vergelijken, dan valt de vergelijking uit in het voordeel van België. (…) de gemiddelde Belg gaat vaker in een Chinees restaurant eten dan de gemiddelde Chinees, hij heeft meer schoenen, winterjassen, en gekleurde overhemden, meer vierkante meter woningruimte, hij heeft het ’s winters minder koud en zomers minder warm. (…) Daar staat tegenover dat die Chinees, althans zijn regering, atoom- en waterstofbommen heeft. Maar daar doe je zo weinig mee.’

Er is veel veranderd sinds de jaren 70, toen bijna elke student marxist was, en de koude oorlog nog woedde. Van het Reve was Slavist, voormalig correspondent in Moskou voor het Parool en schreef herhaaldelijk over de blinde vlek van Westerse fellow travellers voor de terreur van  de communistische regimes. Het communisme is inmiddels verdwenen of, in het geval van China, onherkenbaar veranderd. Toch zijn Van het Reve’s stukken over dit onderwerp het lezen meer dan waard. Hij analyseert droogjes, feitelijk en met humor en je krijgt als lezer nooit het idee dat je iets opgedrongen krijgt. 

De ongebundelde stukken bevatten veel leuks, aardigs en wetenswaardigs. Ik noem een paar hoogtepunten. Zijn dankwoord bij het in ontvangst nemen van de Nijhoff prijs in 1979 die hij kreeg voor zijn vertalingen uit het Russisch. Een recensie over De Som van Misverstanden van Maarten ’t Hart die bij hem college Russische literatuur volgde. Vier krantenartikelen over het boek Literatuurwetenschap van F.C. Maatje, althans over de eerste 80 bladzijden. (Het tweede stukje heet Diepe Treurigheid .)  En twee stukjes getiteld Op Reis waarin broer Gerard voorkomt en waarop hij vervolgens erg boos werd.

Maar het mooiste van dit deel vier zijn toch de eerste twee bundels. Uren met Henk Broekhuis is al vaak geroemd en dat is terecht. In korte hoofdstukjes ontkracht Van het Reve algemeen geaccepteerde uitspraken en gedachten, zoals het idee dat een potlood in kunst en literatuur een fallisch symbool is, of de gedachte dat massaproductie tot eenvormigheid leidt, of dat iemands gedrag in een boek ‘psychologisch verantwoord’ moet zijn.

Van het Reve had een zesde zintuig voor onzin en wist dat met heel eenvoudige middelen te ontmaskeren. Twee hoogtepunten uit zijn werk, die dat heel goed illustreren, staan in Een Dag uit het Leven van de Reuzenkoeskoes. Het eerste is het titelstuk, een aanval op de evolutietheorie, althans het idee dat elke eigenschap die je bij een dier kunt aantreffen tot stand is gekomen op grond van natuurlijke selectie.  

Regelmatig kun je over dit essay lezen dat Van het Reve ernaast zat. Dat wordt dan niet verder uitgelegd. Het lijkt erop dat alleen al de roem van de evolutietheorie een maatje te groot is bevonden voor Van het Reve’s kritiek. Naar mijn idee is dat te kort door de bocht. Zijn bezwaren zijn veel meer logisch van aard dan dat ze bepaalde biologische feiten willen tegenspreken. Voor de goede orde, Van het Reve was geen creationist. Zijn kritiek komt voor een groot deel neer op het feit dat de evolutietheorie, of uitspraken daarover, niet te falsifiëren is. Maar laat ik daar hier niet verder over uitweiden.

Van het Reve weigerde trouwens over de evolutietheorie iets te lezen. Dat tot ergernis van bijvoorbeeld Maarten ’t Hart die met hem in discussie ging. <link: http://www.groene.nl/2008/48/met-karel-in-de-clinch > Iets niet lezen, en er wel over schrijven, deed Van het Reve wel vaker.  Je komt in dit deel herhaaldelijk tegen dat hij zich verzet om iets te lezen wat slecht geschreven is of wanneer hij de overtuiging heeft dat hij beter over het onderwerp na kan denken dan te lezen wat anderen er over gezegd hebben. In de hierboven genoemde stukken over Maatje komt hij niet verder dan bladzijde 80. In zijn dankwoord voor de Nijhoff prijs in 1979, die hij ontving voor zijn vertalingen uit het Russisch, zet hij zijn theorie over vertalen uiteen (‘Vertaal wat er staat’) en merkt daarbij op dat hij nooit boeken over vertaaltheorie heeft gelezen. NRC Handelsblad vraagt hem eens over burgerlijke ongehoorzaamheid een stukje te schrijven en stuurt hem alvast wat artikelen over het onderwerp. Van het Reve begint zijn stuk met het excuus dat hij ze niet meer kon vinden en dat zijn vrouw niet thuis is. Dan maar zonder. Overpeinzingen van een leek.

Het tweede hoogtepunt is de Huizingalezing uit 1978, Het Raadsel der Onleesbaarheid. Hij nam het op tegen de literatuurwetenschap, een wetenschap die volgens Van het Reve helemaal niet bestaat. In feite viel hij zijn eigen vakgebied aan, hij doceerde immers Slavische letterkunde.  ‘Aanvallen’ is hier niet het goede woord. Hijzelf noemt het ‘bezinnen’, maar dan wel een bezinnen dat zo ontnuchterend en geestig is dat het een vernietigende uitwerking had, en nog steeds heeft, op hen die het betreft. Hij kreeg er de literatuurwetenschappers de hoogste bomen mee in. Wat waren zij kwaad. 

Wie niet kwaad wordt en enigszins bekend is met de pretentie van wetenschappers ? en dat hoeven geen literatuurwetenschappers te zijn ? zal vaak moeten glimlachen en soms schateren om de ontmaskering van onzinnige ideeën en nuchtere constateringen als: ‘Van een zin als de daarnet geciteerde zin van Lotman begrijp ik niet hoe iemand zo’n zin kan opschrijven, en ten tweede begrijp ik niet hoe iemand die zo’n zin opgeschreven heeft zich niet dezelfde avond nog verhangt.’

Net als zijn aanval op de evolutietheorie ligt de kern van zijn bezwaar tegen de literatuurwetenschap weer bij het falsifiëren van zogenaamde wetenschappelijke uitspraken. Literatuurwetenschappers doen hun best de eigenschappen van goede boeken te beschrijven maar die eigenschappen kom je ook in slechte boeken tegen. Bovendien is wat er beweerd wordt zo triviaal of onzinnig dat het onleesbaar in een ‘dieventaal’ moet worden opgeschreven om niet direct als zodanig herkend te worden. Maar het allerergste is toch dat de literatuurwetenschap onleesbare teksten produceert terwijl je juist van liefhebbers van literatuur toch wel iets anders zou verwachten. ‘Als Multatuli zo volstrekt aan iemand voorbij gegaan is dat hij dit soort zinnen opschrijft ? waarom schrijft hij dan over Multatuli?’

Ook hier speelt het niet lezen weer een rol. Van het Reve wil wel, maar het is hem ‘fysiek onmogelijk’ de geschriften die de literatuurwetenschap voorbrengt te lezen.  Veel beter is het om zelf na te denken. Hij citeert dan ook Schopenhauer:  ‘Wie wenig muss doch einer zu denken gehabt haben, damit er soviel hat lesen können!’

Het Raadsel der Onleesbaarheid dient in de Canon te worden opgenomen. Het is één van de hoogtepunten in dit overigens prachtig uitgegeven deel. Wie kennis wil nemen van het werk van één van de beste essayisten die Nederland gekend heeft kan heel goed met dit boek beginnen. En om met iets aardigs af te sluiten: Van het Reve’s werk is verbazend actueel.  

Verzameld werk 4

Auteur: Karel van het Reve
Uitgeverij van Oorschot
Prijs: 45,-

Reageer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Nieuwe Chinese plantenkunde – J.B. Matto
25 mei 2012
Veel vragen, weinig antwoorden

Recensie door Rein Swart

Dit boek gaat niet over een onderdeel van de biologie, maar is een roman en wel een heel  bijzondere, omdat weinig van de bedoeling wordt prijsgegeven.
Lees verder >
de hemelse kamer – Huub Beurskens
23 mei 2012
Net iets te en daarom wat minder

Recensie door Machiel Jansen

Het is druk in de hemelse kamer de nieuwe roman van Huub Beurskens, dichter, schrijver en voormalig redacteur van De Gids. Niet omdat er veel romanfiguren in voorkomen, dat is niet het geval, maar omdat er zo heel veel wordt verwezen, geciteerd, uitgeweid en opgesomd.
Lees verder >
Mangalaan 27 – Kristine Groenhart
22 mei 2012
Een dramatisch leven in Nederlands-Indië

Recensie door Wil van Basten-Malipaard

‘Wat waren ze vol goede moed geweest'
Kristine Groenhart  beschrijft op verzoek van schrijfster Mischa de Vreede de levensgeschiedenis van haar vader Ernst de Vreede die in 1925 met zijn kersverse bruid Henny Bomers aankomt op Ambon.
Lees verder >
Kristalman – Atte Jongstra
15 mei 2012
Multatuli in een ander daglicht

Recensie door Jaap M. Jansen

Ach, we houden zoveel van lijstjes, van hiërarchieën. Héérlijk vinden we het, die Top 2000, die filmlijst van de IMDb, die peilingen van Maurice de Hond. Genieten.
Lees verder >
De dienares – Tim Parks
14 mei 2012
Een rockchick verloren in de edele Stilte 

Recensie door: Joost van der Vleuten

Een roman schrijven over een jonge vrouw met een leven vol sex, drugs en rock &roll, die zich terugtrekt in een Boeddhistisch klooster. Kan dat? Wordt dat geen blijmoedige kitsch of goedkope tirade tegen het westerse materialisme? Niet noodzakelijk.
Lees verder >
Een nieuwe generatie Literaire Magazines
25 mei 2012
Een nieuwe generatie literaire tijdschriften is opgestaan. Een generatie die mee gaat met de tijd en van hun tijdschriften méér maakt dan een blad alleen. Met namen als Strak, Das Magazin, Kutgitaar en de Optimist wordt de toon gezet voor een nieuwe en verrassende traditie.
Lees verder >
Writers Unlimited The Series: Zuid-Afrika en Nederland – 7 juni in Den Haag
25 mei 2012
Christine Otten praat op 6 juni met Ronelda Kamfer en Adriaan van Dis. Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) is een van de jonge Zuid-Afrikaanse dichters van dit moment en stond in haast iedere krant met het verhaal over haar poëzie.
Lees verder >
Tommy Wieringa en A.L. Snijders over reizen en thuisblijven
24 mei 2012
Twee begeesterde en eigenzinnige schrijvers in gesprek tijdens De geest moet waaien op vrijdag 1 juni in het Arnhemse Theater aan de Rijn.

Tommy Wieringa schreef de toonaangevende romans Joe Speedboot en Caesarion. Hij komt uit Twente maar woonde in zijn jeugd op de Antillen en is leeft nu in Noord-Holland.
Lees verder >
Literaire nalatenschap F. Harmsen van der Beek naar Letterkundig Museum
24 mei 2012
Nieuws van de redactie

Het Letterkundig Museum heeft sinds woensdag 23 mei de literaire nalatenschap van Fritzi ten Harmsen van der Beek (1927-2009) verworven. Harmsen van Beek is dichter van een klein oeuvre. De geringe omvang van haar werk is echter omgekeerd evenredig aan de grote bewondering die het vrijwel unaniem ten deel viel en valt.

Harmsen van der Beek vond dat vrijwel niets blijvende waarde had, ook haar gedichten en tekeningen niet. Ze tekende graag op bevroren ruiten en schiep er genoegen in te zien hoe die vervolgens door de warmte van de zon als kleine waterstraaltjeshun weg naar de vensterbank vonden. Desondanks laat ze een omvangrijk archief na. Behalve aantekeningen, manuscripten en (jeugd)foto’s bestaat de nalatenschap ook uit brieven, van onder meer Judith Herzberg, CharlotteMutsaers, Cees Nooteboom, Gerard Reve en Renate Rubinstein. Bijzonder zijn de vele tekeningen die Harmsen van der Beek maakte en de vele parafernalia waarmee zij zich omringde. Tot het archief behoren ook veel familiaire paparassen en boeken met opdrachten van schrijvers en kunstenaars waar onder A. Roland Holst, Matthijs Röling en M. Vasalis.

Tijdens de feestelijke overdracht van het archief werd ook de bundel In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van der Beek gepresenteerd.
'In samenspraak met de erven zijn nu haar publicaties bijeengebracht in een mooi verzorgde gebonden editie, waarin ook alle verspreid gepubliceerde gedichten en verhalen zijn opgenomen. De verschijning van In goed en kwaad is daarmee een literaire gebeurtenis, die er voor zorgt dat dit grootse en bruisende werk voor lange tijd beschikbaarblijft’, aldus uitgeverij De Bezige Bij.

www.letterkundigmuseum.nl

 
IJsseloever – een poëtische app
22 mei 2012
Dichter Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman maakten voor 'Poëzie op het mobiele scherm' van het Nederlands Letterenfonds en de Mondriaan Stichting de iPad app IJsseloever. In het verhaal zijn vijftien videogedichten en een audio clip verwerkt.

Omschrijving van de inhoud:
Twee bejaarde vrouwen wonen al tientallen jaren aan de rand van een Gelders dorp. De vriendinnen worden ze genoemd. Ze komen niet vaak in het dorp, ze hebben eigenlijk alleen contact met een twintigjarige jongen. Een keer peer week haalt hij de vriendinnen op, ze rijden dan naar de rivier, een kilometer of twintig stroomopwaarts. Ze kijken naar de schepen, lezen de opschriften en varen in gedachten mee naar Duitsland, naar Frankrijk. Zestien momenten uit hun levens zijn verborgen in de IJsselvallei ten westen van Zutphen, die zijn te vinden op de kaart en te lezen door de locaties aan te raken of door te bladeren.

Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman brachten beiden hun jeugd door in de IJssel-, respectievelijk Oude IJsselvallei in de provincie Gelderland. Zij onderzochten de mogelijkheid van het draagbare beeldscherm als literair podium in het kader van het project ‘Poëzie op het mobiele scherm’ van het Nederlands Letterenfonds en het Mondriaan Fonds.

Er verschijnt ook een gedrukte kaart van de IJsselvallei waarop de video’s te bekijken zijn wanneer met de Junaio augmented reality browser de smartphone op de markers richt €2,- (excl. verzenden).
De app wordt uitgegeven door TYP/Three Publishers en is verkrijgbaar in de App Store voor €1,59.
Voor de eerste 100 downloaders/kopers va de IJssel is er een extraatje. Ze ontvangen een speciale landkaart voor een bijzondere belevenis! Mail je AppStore-afrekening van IJsseloever en adresgegevens aan: ijsseloever@ttypp.nl en je krijgt de kaart! Je kunt de de IJsseloever-app kopen in de AppleStore, meer info vind je hier.

Zes verschillende teams van dichters en ontwerpers namen deel aan 'Poëzie op het mobiele scherm'. Hun eindresultaten werden 17 mei j.l.  gepresenteerd in het Trouw gebouw te Amsterdam.