Recensie: De wand – Marlen Haushofer

7 maart 2010

Recensie door: Carolien Lohmeijer

De wand vertelt het verhaal van een vrouw die van het ene op het andere moment volledig op zichzelf is aangewezen.

Zij vertrekt met een bevriend echtpaar voor een weekend naar de bergen. Het echtpaar gaat ‘nog even naar het dorp’ maar komt niet meer terug. Als de vrouw de volgende ochtend samen met de hond op onderzoek uitgaat ontdekt ze dat er een onzichtbare wand staat tussen haar en de bewoonde wereld. Zij kan nog net zien dat in de bewoonde wereld al het dierlijk en menselijk leven dood is, versteend.

Het is geen stolp die over haar heen geplaatst is want het weer en de seizoenen blijven. Het regent, de zon schijnt, er breekt onweer uit en het sneeuwt. Ook de temperaturen blijven als in normale seizoenen.

Gelukkig heeft zij de hond. En een huis dat in ieder geval voor de eerste tijd goed bevoorraad is. Ook ‘vindt’ zij een koe die van onschatbare waarde is want nu heeft zij ook melk. Als na een tijdje ook een kat komt aanzetten is het eigenaardige huishouden compleet.

Veel tijd om zich druk te maken om het oneigenlijke van de hele situatie gunt de vrouw zich nauwelijks. Zij begint meteen met overleven. Ze vraagt zich in de loop van het verhaal wel zo nu en dan af wat er gebeurd kan zijn, en hoe het met haar kinderen is ? dat weet ze eigenlijk wel -, maar ze neemt de situatie voornamelijk als een ‘fait accompli’. Op momenten dat het haar toch te kwaad wordt, gaat ze enorm aan de slag: …’Ook toen kwam er van de rustpauze niet veel terecht. Zo ging het steeds. Terwijl ik me afbeulde, droomde ik van stil en vreedzaam uitrusten op de bank. Maar zodra ik dan eindelijk op de bank zat, werd ik onrustig en keek ik uit naar nieuw werk. Dat kwam geloof ik niet voort uit grote ijver, ik ben van nature nogal lui, het was waarschijnlijk zelfbescherming, want wat zou ik tijdens die rust anders hebben gedaan dan in herinneringen verzinken en piekeren. En dat was precies wat ik niet moest doen, dus wat restte mij anders dan doorwerken?’

Tegen beter weten in blijft ze in het begin toch ook nog hopen op een einde van de situatie: dat ze nog gevonden zou worden.

Een enkele keer wordt ze moedeloos …’Ik had veel enerverende ervaringen achter de rug en nu was ik moe. Ik lag op de bank en als ik mijn ogen dicht deed, zag ik sneeuwbergen aan de horizon en witte vlokken die in een grote lichte stilte op mijn gezicht neerdwaalden. Er waren geen gedachten, geen herinneringen, er was alleen maar dat grote stille sneeuwlicht. Ik wist dat dit een gevaarlijk beeld was voor een eenzaam mens, maar ik kon de kracht niet opbrengen me ertegen te verzetten.’ 

Maar uiteindelijk legt ze zich bij de situatie neer en accepteert dat dit het voortaan is. Vanaf dat moment droomt ze ook niet meer over mensen maar over dieren. En zijn er momenten dat ze echt kan genieten van haar leven.

Om toch enigszins mens te blijven gaat ze schrijven en streept ze de dagen af in een agenda. Toch is het boek geen dagboek. Ze vertelt zelf  het verhaal. Het gaat over het heden, ze blikt terug en loopt ook op gebeurtenissen vooruit. Zo weet je aan het begin van het boek al dat de hond dood zal gaan, wat pas in de laatste pagina’s gebeurt. ‘Soms, als ik nu alleen in het winterse bos loop, praat ik net als vroeger tegen Luchs. Ik weet niet eens dat ik het doe, tot ik ergens van schrik en mijn mond houd. Ik draai mijn hoofd om en zie een roodbruine vacht schemeren. Maar het pad is leeg, kale struiken en natte stenen. Het verbaast me niet dat ik nog steeds de dorre takken achter mij hoor kraken onder de lichte tred van zijn voetsporen. Waar zou zijn kleine hondenziel anders rondspoken dan in mijn spoor? Het is een vriendelijk spook en ik ben er niet bang voor. Luchs, mooie brave hond, mijn hond, waarschijnlijk is het gewoon mijn eigen arme hoofd dat het geluid van jouwe stappen maakt en het schijnsel van je vacht. Zolang ik besta, zal je mijn spoor volgen, hongerig en vol verlangen, net zoals ik zelf hongerig en vol verlangen onzichtbare sporen volg. Geen van beiden zullen we ooit onze prooi te pakken krijgen.’

Soms is het net alsof je de tekenaar Escher leest. ‘Op de vijfde dag na het onweer brak eindelijk de zon door de witte nevelsluiers. Toen was ik nog tamelijk mededeelzaam en maakte ik dikwijls aantekeningen. Later worden ze schaarser en dan zal ik op mijn herinnering aangewezen zijn.’ Je begint een zin of een alinea die op een manier eindigt wat taalkundig helemaal niet kan. Maar dat stoort geenszins. Het leest allemaal heel logisch.

Informatie over haar vorige leven krijg je maar mondjesmaat. Ze vertelt een paar keer over haar dochters. Hoe moeilijk ze het vond toen die de kinderleeftijd ontgroeid waren en slechts één keer schrijft ze iets over haar echtgenoot, maar niet meer dan één of twee regels.

Het boek gaat over haar en haar kwetsbaarheid, over haar gedachten en over de verhouding tot haar dieren: … ‘en zoals altijd bij slecht weer moest ik aan de kat denken. Goed, ze had dat vrije leven zelf gekozen. Maar had ze dat echt, ze kon toch helemaal niet kiezen. Ik zag niet zoveel verschil tussen haar en mij. Ik kon dan wel kiezen, maar alleen met mijn hoofd en dat betekende voor mij bijna hetzelfde als helemaal niet. De kat en ik, we waren uit hetzelfde hout gesneden en we zaten in hetzelfde schuitje, dat met alles wat leefde op de grote duistere ondergang afstevende. Als mens had ik de eer dat te beseffen, zonder er iets tegen te kunnen doen. Welbeschouwd was dat een twijfelachtig geschenk van de natuur.’

Eigenlijk gebeurt er weinig in dit boek. En toch blijf je gefascineerd lezen. Misschien komt dat omdat er juist zo veel in het boek gebeurt: het wordt zomer, ze moet hooien en houthakken, de koe moet gemolken, het onweert, het wordt winter en het gaat sneeuwen, ze moet vissen, jagen, aardappels oogsten, de koe helpen kalveren, het vuur aanhouden, mest scheppen, bonen plukken, wild slachten enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Als je eenmaal in dit boek begint, is het moeilijk het weer weg te leggen. En doe je dat toch, dan blijft de thematiek je bezighouden. Daarnaast staat De wand vol prachtige zinnen en alinea’s die je voor je plezier herleest.

Haushofer (1920-1970) is één van de grote schrijfsters uit de Oostenrijkse literatuur. De wand verscheen voor het eerst in 1963 en wordt over het algemeen beschouwd als een hoogtepunt in haar oeuvre. In 1988 is de roman voor het eerst in Nederland verschenen. Ria van Hengel heeft haar vertaling voor deze nieuwe uitgave volledig herzien.

De wand

Auteur: Marlen Haushofer
Vertaald door: Ria van Hengel
Verschenen bij: Uitgeverij Van Gennep (febr. 2010)
Prijs: € 17,90

Reageer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Nieuwe Chinese plantenkunde – J.B. Matto
25 mei 2012
Veel vragen, weinig antwoorden

Recensie door Rein Swart

Dit boek gaat niet over een onderdeel van de biologie, maar is een roman en wel een heel  bijzondere, omdat weinig van de bedoeling wordt prijsgegeven.
Lees verder >
de hemelse kamer – Huub Beurskens
23 mei 2012
Net iets te en daarom wat minder

Recensie door Machiel Jansen

Het is druk in de hemelse kamer de nieuwe roman van Huub Beurskens, dichter, schrijver en voormalig redacteur van De Gids. Niet omdat er veel romanfiguren in voorkomen, dat is niet het geval, maar omdat er zo heel veel wordt verwezen, geciteerd, uitgeweid en opgesomd.
Lees verder >
Mangalaan 27 – Kristine Groenhart
22 mei 2012
Een dramatisch leven in Nederlands-Indië

Recensie door Wil van Basten-Malipaard

‘Wat waren ze vol goede moed geweest'
Kristine Groenhart  beschrijft op verzoek van schrijfster Mischa de Vreede de levensgeschiedenis van haar vader Ernst de Vreede die in 1925 met zijn kersverse bruid Henny Bomers aankomt op Ambon.
Lees verder >
Kristalman – Atte Jongstra
15 mei 2012
Multatuli in een ander daglicht

Recensie door Jaap M. Jansen

Ach, we houden zoveel van lijstjes, van hiërarchieën. Héérlijk vinden we het, die Top 2000, die filmlijst van de IMDb, die peilingen van Maurice de Hond. Genieten.
Lees verder >
De dienares – Tim Parks
14 mei 2012
Een rockchick verloren in de edele Stilte 

Recensie door: Joost van der Vleuten

Een roman schrijven over een jonge vrouw met een leven vol sex, drugs en rock &roll, die zich terugtrekt in een Boeddhistisch klooster. Kan dat? Wordt dat geen blijmoedige kitsch of goedkope tirade tegen het westerse materialisme? Niet noodzakelijk.
Lees verder >
Een nieuwe generatie Literaire Magazines
25 mei 2012
Een nieuwe generatie literaire tijdschriften is opgestaan. Een generatie die mee gaat met de tijd en van hun tijdschriften méér maakt dan een blad alleen. Met namen als Strak, Das Magazin, Kutgitaar en de Optimist wordt de toon gezet voor een nieuwe en verrassende traditie.
Lees verder >
Writers Unlimited The Series: Zuid-Afrika en Nederland – 7 juni in Den Haag
25 mei 2012
Christine Otten praat op 6 juni met Ronelda Kamfer en Adriaan van Dis. Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) is een van de jonge Zuid-Afrikaanse dichters van dit moment en stond in haast iedere krant met het verhaal over haar poëzie.
Lees verder >
Tommy Wieringa en A.L. Snijders over reizen en thuisblijven
24 mei 2012
Twee begeesterde en eigenzinnige schrijvers in gesprek tijdens De geest moet waaien op vrijdag 1 juni in het Arnhemse Theater aan de Rijn.

Tommy Wieringa schreef de toonaangevende romans Joe Speedboot en Caesarion. Hij komt uit Twente maar woonde in zijn jeugd op de Antillen en is leeft nu in Noord-Holland.
Lees verder >
Literaire nalatenschap F. Harmsen van der Beek naar Letterkundig Museum
24 mei 2012
Nieuws van de redactie

Het Letterkundig Museum heeft sinds woensdag 23 mei de literaire nalatenschap van Fritzi ten Harmsen van der Beek (1927-2009) verworven. Harmsen van Beek is dichter van een klein oeuvre. De geringe omvang van haar werk is echter omgekeerd evenredig aan de grote bewondering die het vrijwel unaniem ten deel viel en valt.

Harmsen van der Beek vond dat vrijwel niets blijvende waarde had, ook haar gedichten en tekeningen niet. Ze tekende graag op bevroren ruiten en schiep er genoegen in te zien hoe die vervolgens door de warmte van de zon als kleine waterstraaltjeshun weg naar de vensterbank vonden. Desondanks laat ze een omvangrijk archief na. Behalve aantekeningen, manuscripten en (jeugd)foto’s bestaat de nalatenschap ook uit brieven, van onder meer Judith Herzberg, CharlotteMutsaers, Cees Nooteboom, Gerard Reve en Renate Rubinstein. Bijzonder zijn de vele tekeningen die Harmsen van der Beek maakte en de vele parafernalia waarmee zij zich omringde. Tot het archief behoren ook veel familiaire paparassen en boeken met opdrachten van schrijvers en kunstenaars waar onder A. Roland Holst, Matthijs Röling en M. Vasalis.

Tijdens de feestelijke overdracht van het archief werd ook de bundel In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van der Beek gepresenteerd.
'In samenspraak met de erven zijn nu haar publicaties bijeengebracht in een mooi verzorgde gebonden editie, waarin ook alle verspreid gepubliceerde gedichten en verhalen zijn opgenomen. De verschijning van In goed en kwaad is daarmee een literaire gebeurtenis, die er voor zorgt dat dit grootse en bruisende werk voor lange tijd beschikbaarblijft’, aldus uitgeverij De Bezige Bij.

www.letterkundigmuseum.nl

 
IJsseloever – een poëtische app
22 mei 2012
Dichter Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman maakten voor 'Poëzie op het mobiele scherm' van het Nederlands Letterenfonds en de Mondriaan Stichting de iPad app IJsseloever. In het verhaal zijn vijftien videogedichten en een audio clip verwerkt.

Omschrijving van de inhoud:
Twee bejaarde vrouwen wonen al tientallen jaren aan de rand van een Gelders dorp. De vriendinnen worden ze genoemd. Ze komen niet vaak in het dorp, ze hebben eigenlijk alleen contact met een twintigjarige jongen. Een keer peer week haalt hij de vriendinnen op, ze rijden dan naar de rivier, een kilometer of twintig stroomopwaarts. Ze kijken naar de schepen, lezen de opschriften en varen in gedachten mee naar Duitsland, naar Frankrijk. Zestien momenten uit hun levens zijn verborgen in de IJsselvallei ten westen van Zutphen, die zijn te vinden op de kaart en te lezen door de locaties aan te raken of door te bladeren.

Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman brachten beiden hun jeugd door in de IJssel-, respectievelijk Oude IJsselvallei in de provincie Gelderland. Zij onderzochten de mogelijkheid van het draagbare beeldscherm als literair podium in het kader van het project ‘Poëzie op het mobiele scherm’ van het Nederlands Letterenfonds en het Mondriaan Fonds.

Er verschijnt ook een gedrukte kaart van de IJsselvallei waarop de video’s te bekijken zijn wanneer met de Junaio augmented reality browser de smartphone op de markers richt €2,- (excl. verzenden).
De app wordt uitgegeven door TYP/Three Publishers en is verkrijgbaar in de App Store voor €1,59.
Voor de eerste 100 downloaders/kopers va de IJssel is er een extraatje. Ze ontvangen een speciale landkaart voor een bijzondere belevenis! Mail je AppStore-afrekening van IJsseloever en adresgegevens aan: ijsseloever@ttypp.nl en je krijgt de kaart! Je kunt de de IJsseloever-app kopen in de AppleStore, meer info vind je hier.

Zes verschillende teams van dichters en ontwerpers namen deel aan 'Poëzie op het mobiele scherm'. Hun eindresultaten werden 17 mei j.l.  gepresenteerd in het Trouw gebouw te Amsterdam.