Rainer Maria Rilke had al naam gemaakt als dichter met zijn bundels Das Stundenbuch en Das buch der Bilder toen hij de literaire wereld versteld deed staan en wereldfaam verwierf met de publicatie van zijn tweededelige Neue Gedichte in 1907 en 1908. Hij verzamelde daarin het beste werk uit zijn vruchtbaarste periode, die hij grotendeels doorbracht in Parijs. In zijn gedichten (‘Ding-Gedichte’, zoals de dicher ze zelf noemde) probeerde Rilke zijn eigen emoties uit te bannen, gevoelens die tussen dichter en gedicht staan, zodat hij ‘objectieve’ kunst kon maken.
Rainer Maria Rilke (1875-1926) werd in Praag geboren. Onder druk van zijn ouders volgde hij een militaire opleiding, maar die rondde hij nooit af. In Parijs werkte hij als secretaris van Auguste Rodin en raakte diep onder de indruk van diens werk. Rodin, zei hij later, had hem leren kijken.
‘Rilke moet je niet, nee, die mag je lezen. Telkens weer.’ F. Starik
Rainer Maria Rilke, Nieuwe gedichten, vertaald en toegelicht door Peter Verstegen, met een nawoord van F. Starik, 394 pagina’s, Uitgeverij Atheneum Polak en Van Gennep.


Reageer op het artikel