De openhartige juffrouw

15 januari 2010

Erotische verhalen uit de Verlichting

Door Machiel Jansen

 

In 1672 schilderde Jan Steen zichzelf met een viool in het gezelschap van een jonge en een oude vrouw. Hij zit met een grote grijns te genieten en kijkt verliefd in de ogen van de jonge vrouw. Zij glimlacht naar hem maar ondertussen heeft ze met haar hand zijn beurs geopend en hem bestolen. De verliefde dwaas heeft niets door. Een oude vrouw, een koppelaarster, is nog tussen de twee te zien en biedt de vioolspeler een glas aan.

Het schilderij had heel goed een illustratie kunnen zijn bij het verhaal De openhartige juffrouw, uit 1680, dat nu, in modern Nederlands hertaald, is uitgegeven door uitgeverij Atheneum. Er staan wel illustraties in deze bundel met erotische verhalen uit de vroeg moderne tijd, maar geen Jan Steen. In plaats daarvan zijn er plaatjes met voornamelijk seksuele handelingen. Voor het titelverhaal is dat merkwaardig want zo expliciet als de gravures, die helaas niet voorzien zijn van een jaartal, wordt het niet.

De openhartige juffrouw  is de pseudoautobiografie van een prostituee, hoogstwaarschijnlijk door een man geschreven. Goed beschouwd lezen we in dit verhaal over niet veel meer dan wat we ook in zeventiende eeuwse schilderijen kunnen zien. Voor de echte seks moet je tussen de regels door lezen en worden er versluierde beschrijvingen gegeven. Net zoals in de schilderijen is het de losbandigheid die het meest in het oog springt. Maar als je goed kijkt zie je dat een morele boodschap niet zo ver te zoeken is. In de schilderijen van Steen vindt je bijvoorbeeld opvallend veel vogelkooien. In embleemboeken uit die tijd komt de vogelkooi ook regelmatig voor, voorzien van een moraliserend onderschrift. Jacob Cats bijvoorbeeld, toont een papegaai in een kooi met als onderschrift ‘Blij door slavernij’. De kooi staat hier symbool voor het huwelijk dat de vrijheid beknot, maar te preferen is boven bandeloosheid. De kennis van deze emblemata  heeft ervoor gezorgd dat kunsthistorici anders naar de zeventiende eeuwse schilderkunst zijn gaan kijken. Details die eerst realistische aardigheden leken, blijken opeens kleine moraliserende boodschapjes te kunnen bevatten.

Een voorbeeld van wat je typisch zeventiende eeuws moralisme kunt noemen, vind je al op de eerste bladzijde. De volledige titel luidt De openhartige juffrouw of de huichelarij ontmaskerd, (oorspronkelijk D’Openhertige juffrouw, of d’ontdekte geveinsdheid).  Daarna volgt een spreuk:  ‘Als je de naam verandert dan gaat dit verhaal over jou’. Die spreuk stond er oorspronkelijk in het Latijn en is afkomstig van Horatius. De boodschap is duidelijk. De lezer kan het werk afkeurend ter zijde schuiven maar is hij daarmee geen grote huichelaar? 

Ook het verhaal vertoont van die kleine morele verwijzingen die je in zeventiende eeuwse schilderijen kunt vinden. Liefde is niet wat het lijkt. Onze hoofdpersoon is in het eerste deel vooral bezig met het om de tuin leiden van mannen. Ze gaat meerdere relaties aan zonder dat de mannen dat weten, ze veinst een zwangerschap en profiteert van de verblindende geilheid van haar slachtoffers. Vooral in het begin zijn de anekdotes om te draaien tot waarschuwingen voor mannen.

Een ander voorbeeld is de beschrijving van het gebruik van make-up en de keuze van kleding. Het zijn vormen van bedrog waarbij vrouwen zich mooier voordoen dan ze eigenlijk zijn met het doel de man te misleiden. Als je je als man door je zintuigen laat leiden, wordt er misbruik van je gemaakt. Een beschrijving van misleiding kun je opvatten als een waarschuwing door er iets anders naar te kijken.

De aanwezigheid van morele boodschappen in deze tekst wordt overigens ontkend door Inger Leemans, de samenstelster van deze bundel, en gepromoveerd op Nederlandse pornografische romans tussen 1670 en 1700. Zij ziet in deze teksten juist een onafhankelijkheidsverklaring van de idealistische, gangbare literatuur uit die tijd. Het is wel waar dat onze juffrouw geen spijt betuigt, of dat het slecht met haar afloopt. De morele verwijzingen zijn steeds heel subtiel en dringen zich nauwelijks op. Bovendien zie ik ze alleen in het titelverhaal.

Meer opvallend dan de verborgen morele verwijzingen zijn de ontboezemingen die soms in de vorm van een klucht het verhaal aantrekkelijk moeten maken. Opvallend is ook dat er hier een vrouw aan het woord is. Over mannen wordt flink geklaagd, maar ook vrouwen worden niet gespaard. Wie geïnteresseerd is in de man/vrouwverhoudingen in de zeventiende eeuw, heeft aan De openhartige juffrouw een leuke bron. Het is naar mijn mening het meest leesbare verhaal in deze bundel.

Veel harder gaat het eraan toe in het andere lange verhaal dat in deze bundel is opgenomen:  De roemruchte daden van Jan Stront (1684). Het is een absurd werk dat in alle opzichten, ook wat de opbouw betreft, over de schreef wil gaan.  Het begint nog enigszins verhalend als we lezen hoe Jan blijft hangen in de anale fase van zijn ontwikkeling, om het maar eens Freudiaans uit te drukken. Hij haalt de ene poepgrap na de andere uit. Hij kakt onder de stoel van zijn schoolmeester, hij stopt drollen in kussens etc.

Dan gaat het verhaal plotseling over in een absurde dialoog tussen volstrekt willekeurige figuren met illustere namen, waaronder die van Plato, Cicero, Zeno, Caesar, Cleopatra, Epicurus, Spinoza en Erasmus om er maar een paar te noemen. Het grote gezelschap heeft het vooral over dat wat Jan Stront, die zelf ook aan het woord komt, het meest interesseert: stront en seks. Ik geef een vrij willekeurig gekozen voorbeeld:

Thomas Cavendish: ‘Weet je wel hoeveel kwaliteiten een drol heeft?’

Merlijn: ‘Vertel het zelf maar. Je moet hier ook alles leren.’

Canvendish: ‘Neem een drol en steek je neus erin, dan stinkt hij. Bijt erin en je zult merken dat hij smerig smaakt, en als je dat niet verdragen kunt, wat we mogen aannemen, wrijf er dan je smoel mee in, dan zul je er vies uitzien.’

Ferd. Vasquins: ‘Wat zeg je nu weer voor een ellendige vuiligheden?’

Francis Drake: ‘Wie is er smeriger, degene die erover spreekt, of degene die het in zich draagt  ?’

En zo gaat het door. Naar mijn idee staat Jan Stront ondersteboven. Zijn denkvermogen zit in de onderbuik en alles wat daar gebeurt is voor hem van groot belang.  Niet de mond spreekt, maar de anus en de geslachtsdelen.

De anonieme schrijver moet een hekel gehad hebben aan intellectuelen want de dialoog is een venijnige parodie op de humanistische dialogen waarin Plato en Cicero nagevolgd werden. De pseudodiscussie die wordt opgevoerd is bandeloos, waarbij alles bij de naam wordt genoemd. De anekdotes volgen elkaar in hoog tempo op en worden afgewisseld door pseudowijsheden over seks of poep.  Het is een harde, bij vlagen hilarische satire, op de humanistische intellectuelen.

Mij is het allemaal wat veel. Mijn seks en poep tolerantie is beperkt. Jan Stront is een stuk origineler dan een vijfjarige die in elke zin het liefst zoveel mogelijk poep en pies wil noemen. De beste schuine moppen en verhalen van Jan kunnen zich wat mij betreft meten met die uit de Decamarone (1350) van Boccaccio, maar op een gegeven moment weet je het wel.

Dat geldt ook voor de andere verhalen in deze bundel die wat korter zijn. Het meest onbegrijpelijk vind ik Het leven en gedrag van de moderne Haagse en Amsterdamse salondames (1696). Het is misschien nog het best te beschrijven als een luchtige, vroeg moderne versie van Passolini’s Salò. In deze film uit 1975 worden veertien jongens en meisjes door fascisten vastgehouden en maandenlang aan hun seksuele en sadistische grillen blootgesteld. Zo hard als Salò is dit verhaal niet, maar toch zijn er elementen zoals het genieten van iemand die tot bloedens toe wordt afgeranseld en het leven naar een geheime, seksueel getinte code die me aan Passolini deden denken.

De salondames vormen een geheime orde met duidelijke seksuele motieven. In hun code hebben ze zinnen staan als: Naar deze code zul je alles doen. Hoererij heet nu fatsoen,  dronkenschap blijdschap, bedrog verstand en overspel is de deugd van het land.

De lust heeft veel vormen in dit verhaal. We lezen over lesbische erotiek, mannen blijken vrouwen en andersom. Ook wordt er sadistisch afgeranseld en behoorlijk gevochten. Het is een verzameling fantasieën waar je als moderne lezer alleen met verbazing op kunt reageren. 

Wie in de bundel naar verklaringen van de verhalen zoekt, zoekt tevergeefs. In ieder geval kent het boek geen noten, verhelderende inleiding of nawoord.  De inleiding van Atte Jongstra, is wel amusant maar veel over de achtergrond van de verhalen leer je er niet. Af en toe miste ik een verklarende noot. Zo komt het woord hoorndrager voor in de De openhartige juffrouw, Jan Stront wijdt er zelfs een hele verhandeling aan. Via internet kwam ik er achter dat hoorndrager staat voor een man die overspel pleegt.

Ten slotte, denk ik dat dit mooi uitgegeven boek hoge ogen zou kunnen gooien bij de Bad Sex in Fiction Award die sinds 1993 elk jaar wordt uitgereikt door het Engelse Literary Review. Ik stel voor de anonieme auteur van Jan Stront posthuum de prijs te geven voor zijn gehele oevre.

 

De openhartige juffrouw

Erotische verhalen uit de Verlichting

 

Auteur: Han van der Vegt

Verschenen bij: Uitgeverij Atheneum

Prijs € 22,95

Reageer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Nieuwe Chinese plantenkunde – J.B. Matto
25 mei 2012
Veel vragen, weinig antwoorden

Recensie door Rein Swart

Dit boek gaat niet over een onderdeel van de biologie, maar is een roman en wel een heel  bijzondere, omdat weinig van de bedoeling wordt prijsgegeven.
Lees verder >
de hemelse kamer – Huub Beurskens
23 mei 2012
Net iets te en daarom wat minder

Recensie door Machiel Jansen

Het is druk in de hemelse kamer de nieuwe roman van Huub Beurskens, dichter, schrijver en voormalig redacteur van De Gids. Niet omdat er veel romanfiguren in voorkomen, dat is niet het geval, maar omdat er zo heel veel wordt verwezen, geciteerd, uitgeweid en opgesomd.
Lees verder >
Mangalaan 27 – Kristine Groenhart
22 mei 2012
Een dramatisch leven in Nederlands-Indië

Recensie door Wil van Basten-Malipaard

‘Wat waren ze vol goede moed geweest'
Kristine Groenhart  beschrijft op verzoek van schrijfster Mischa de Vreede de levensgeschiedenis van haar vader Ernst de Vreede die in 1925 met zijn kersverse bruid Henny Bomers aankomt op Ambon.
Lees verder >
Kristalman – Atte Jongstra
15 mei 2012
Multatuli in een ander daglicht

Recensie door Jaap M. Jansen

Ach, we houden zoveel van lijstjes, van hiërarchieën. Héérlijk vinden we het, die Top 2000, die filmlijst van de IMDb, die peilingen van Maurice de Hond. Genieten.
Lees verder >
De dienares – Tim Parks
14 mei 2012
Een rockchick verloren in de edele Stilte 

Recensie door: Joost van der Vleuten

Een roman schrijven over een jonge vrouw met een leven vol sex, drugs en rock &roll, die zich terugtrekt in een Boeddhistisch klooster. Kan dat? Wordt dat geen blijmoedige kitsch of goedkope tirade tegen het westerse materialisme? Niet noodzakelijk.
Lees verder >
Een nieuwe generatie Literaire Magazines
25 mei 2012
Een nieuwe generatie literaire tijdschriften is opgestaan. Een generatie die mee gaat met de tijd en van hun tijdschriften méér maakt dan een blad alleen. Met namen als Strak, Das Magazin, Kutgitaar en de Optimist wordt de toon gezet voor een nieuwe en verrassende traditie.
Lees verder >
Writers Unlimited The Series: Zuid-Afrika en Nederland – 7 juni in Den Haag
25 mei 2012
Christine Otten praat op 6 juni met Ronelda Kamfer en Adriaan van Dis. Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) is een van de jonge Zuid-Afrikaanse dichters van dit moment en stond in haast iedere krant met het verhaal over haar poëzie.
Lees verder >
Tommy Wieringa en A.L. Snijders over reizen en thuisblijven
24 mei 2012
Twee begeesterde en eigenzinnige schrijvers in gesprek tijdens De geest moet waaien op vrijdag 1 juni in het Arnhemse Theater aan de Rijn.

Tommy Wieringa schreef de toonaangevende romans Joe Speedboot en Caesarion. Hij komt uit Twente maar woonde in zijn jeugd op de Antillen en is leeft nu in Noord-Holland.
Lees verder >
Literaire nalatenschap F. Harmsen van der Beek naar Letterkundig Museum
24 mei 2012
Nieuws van de redactie

Het Letterkundig Museum heeft sinds woensdag 23 mei de literaire nalatenschap van Fritzi ten Harmsen van der Beek (1927-2009) verworven. Harmsen van Beek is dichter van een klein oeuvre. De geringe omvang van haar werk is echter omgekeerd evenredig aan de grote bewondering die het vrijwel unaniem ten deel viel en valt.

Harmsen van der Beek vond dat vrijwel niets blijvende waarde had, ook haar gedichten en tekeningen niet. Ze tekende graag op bevroren ruiten en schiep er genoegen in te zien hoe die vervolgens door de warmte van de zon als kleine waterstraaltjeshun weg naar de vensterbank vonden. Desondanks laat ze een omvangrijk archief na. Behalve aantekeningen, manuscripten en (jeugd)foto’s bestaat de nalatenschap ook uit brieven, van onder meer Judith Herzberg, CharlotteMutsaers, Cees Nooteboom, Gerard Reve en Renate Rubinstein. Bijzonder zijn de vele tekeningen die Harmsen van der Beek maakte en de vele parafernalia waarmee zij zich omringde. Tot het archief behoren ook veel familiaire paparassen en boeken met opdrachten van schrijvers en kunstenaars waar onder A. Roland Holst, Matthijs Röling en M. Vasalis.

Tijdens de feestelijke overdracht van het archief werd ook de bundel In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van der Beek gepresenteerd.
'In samenspraak met de erven zijn nu haar publicaties bijeengebracht in een mooi verzorgde gebonden editie, waarin ook alle verspreid gepubliceerde gedichten en verhalen zijn opgenomen. De verschijning van In goed en kwaad is daarmee een literaire gebeurtenis, die er voor zorgt dat dit grootse en bruisende werk voor lange tijd beschikbaarblijft’, aldus uitgeverij De Bezige Bij.

www.letterkundigmuseum.nl

 
IJsseloever – een poëtische app
22 mei 2012
Dichter Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman maakten voor 'Poëzie op het mobiele scherm' van het Nederlands Letterenfonds en de Mondriaan Stichting de iPad app IJsseloever. In het verhaal zijn vijftien videogedichten en een audio clip verwerkt.

Omschrijving van de inhoud:
Twee bejaarde vrouwen wonen al tientallen jaren aan de rand van een Gelders dorp. De vriendinnen worden ze genoemd. Ze komen niet vaak in het dorp, ze hebben eigenlijk alleen contact met een twintigjarige jongen. Een keer peer week haalt hij de vriendinnen op, ze rijden dan naar de rivier, een kilometer of twintig stroomopwaarts. Ze kijken naar de schepen, lezen de opschriften en varen in gedachten mee naar Duitsland, naar Frankrijk. Zestien momenten uit hun levens zijn verborgen in de IJsselvallei ten westen van Zutphen, die zijn te vinden op de kaart en te lezen door de locaties aan te raken of door te bladeren.

Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman brachten beiden hun jeugd door in de IJssel-, respectievelijk Oude IJsselvallei in de provincie Gelderland. Zij onderzochten de mogelijkheid van het draagbare beeldscherm als literair podium in het kader van het project ‘Poëzie op het mobiele scherm’ van het Nederlands Letterenfonds en het Mondriaan Fonds.

Er verschijnt ook een gedrukte kaart van de IJsselvallei waarop de video’s te bekijken zijn wanneer met de Junaio augmented reality browser de smartphone op de markers richt €2,- (excl. verzenden).
De app wordt uitgegeven door TYP/Three Publishers en is verkrijgbaar in de App Store voor €1,59.
Voor de eerste 100 downloaders/kopers va de IJssel is er een extraatje. Ze ontvangen een speciale landkaart voor een bijzondere belevenis! Mail je AppStore-afrekening van IJsseloever en adresgegevens aan: ijsseloever@ttypp.nl en je krijgt de kaart! Je kunt de de IJsseloever-app kopen in de AppleStore, meer info vind je hier.

Zes verschillende teams van dichters en ontwerpers namen deel aan 'Poëzie op het mobiele scherm'. Hun eindresultaten werden 17 mei j.l.  gepresenteerd in het Trouw gebouw te Amsterdam.