-
Archives
- mei 2012
- april 2012
- maart 2012
- februari 2012
- januari 2012
- december 2011
- november 2011
- oktober 2011
- september 2011
- augustus 2011
- juli 2011
- juni 2011
- mei 2011
- april 2011
- maart 2011
- februari 2011
- januari 2011
- december 2010
- november 2010
- oktober 2010
- september 2010
- augustus 2010
- juli 2010
- juni 2010
- mei 2010
- april 2010
- maart 2010
- februari 2010
- januari 2010
- december 2009
- november 2009
- oktober 2009
- september 2009
- augustus 2009
- juli 2009
- juni 2009
- mei 2009
- april 2009
- maart 2009
- februari 2009
- januari 2009
- december 2008
- november 2008
- oktober 2008
- september 2008
- augustus 2008
- juli 2008
- juni 2008
- mei 2008
- april 2008
- maart 2008
- februari 2008
- januari 2008
- december 2007
- november 2007
- oktober 2007
- september 2007
- augustus 2007
- juli 2007
- juni 2007
- mei 2007
- april 2007
- maart 2007
- februari 2007
- januari 2007
- december 2006
- november 2006
- oktober 2006
- september 2006
- augustus 2006
- juli 2006
- juni 2006
- mei 2006
- april 2006
- maart 2006
- februari 2006
- januari 2006
- december 2005
- november 2005
- oktober 2005
- september 2005
- augustus 2005
- juli 2005
- juni 2005
- mei 2005
- april 2005
- maart 2005
- februari 2005
- januari 2005
- december 2004
- november 2004
- oktober 2004
- september 2004
- augustus 2004
- juli 2004
- juni 2004
- mei 2004
- april 2004
- maart 2004
- februari 2004
- januari 2004
- december 2003
- november 2003
- oktober 2003
- september 2003
- augustus 2003
- juli 2003
- juni 2003
- mei 2003
- april 2003
- maart 2003
- februari 2003
- januari 2003
- december 2002
-
Meta
Monthly Archives: januari 2010
Lezing: Dagboeken uit kamp Vught
Dagboeken van mensen die de concentratiekampen van binnenuit beschrijven, zijn bijzonder schaars. Op zondag 7 februari neemt Neerlandicus Bettine Siertsema een aantal dagboeken van gevangenen uit kamp Vught onder de loep in Nationaal Monument Kamp Vught.
Bekend zijn de dagboeken van de joodse student David Koker uit Amsterdam en Helga Deen uit Tilburg.
Lees verder >
31 januari 2010
Bekend zijn de dagboeken van de joodse student David Koker uit Amsterdam en Helga Deen uit Tilburg.
Lees verder >
Het grote uitstel – Marc Reugebrink
Door Rein Swart
Vitaliserend proza over de jaren zeventig en tachtig
De drie delen over de jeugdjaren van Daniël Rega beginnen in Che, een oude boerderij die door een zevental jonge Twentenaren is gekraakt en tot een eigen honk is ingericht.
Lees verder >
28 januari 2010
Vitaliserend proza over de jaren zeventig en tachtig
De drie delen over de jeugdjaren van Daniël Rega beginnen in Che, een oude boerderij die door een zevental jonge Twentenaren is gekraakt en tot een eigen honk is ingericht.
Lees verder >
Awater poëzieprijs voor Arjen Duinker
De beste dichtbundel van het afgelopen jaar is, volgens een groot deel van de Nederlandse en Vlaamse poëziekritiek, geschreven door Arjen Duinker. Voor zijn bundel Buurtkinderen (Querido, 2009) is hem daarom dit jaar de Awater Poëzieprijs toegekend. Vorig jaar werd de Awater Poëzieprijs voor het eerst toegekend, toen aan Tonnus Oosterhoff.
Lees verder >
27 januari 2010
Lees verder >
Een stille moeder – Ariëlla Kornmehl
Door Hilde van Vlaanderen
Stil en liefdevol
Loenia werkt in Amsterdam bij een makelaarskantoor. Zij gaat vaak met potentiële huurders mee om een woning te bekijken en ze doet dat vriendelijk en duidelijk. Haar gedachten houdt ze voor zich.
Lees verder >
26 januari 2010
Stil en liefdevol
Loenia werkt in Amsterdam bij een makelaarskantoor. Zij gaat vaak met potentiële huurders mee om een woning te bekijken en ze doet dat vriendelijk en duidelijk. Haar gedachten houdt ze voor zich.
Lees verder >
150 jaar Max Havelaar
Het is geen roman, ’t is een aanklacht!
Het is 150 jaar geleden dat Multatuli zijn beroemde boek Max Havelaar schreef. De uitgave van dit belangrijke boek wordt herdacht met de tentoonstelling Het is geen roman, ’t is een aanklacht! 150 jaar Max Havelaar.
Lees verder >
26 januari 2010
Het is 150 jaar geleden dat Multatuli zijn beroemde boek Max Havelaar schreef. De uitgave van dit belangrijke boek wordt herdacht met de tentoonstelling Het is geen roman, ’t is een aanklacht! 150 jaar Max Havelaar.
Lees verder >
Uwe Telkamp in Amsterdam
Op woensdag 3 februari komt Uwe Telkamp, auteur van De Toren naar Nederland (zie bericht op deze site van 14 jan. jl). Hij vertelt over feiten en fictie in zijn roman. Vertaalster/schrijfster Gerda Meijerink gaat daarna met hem in gesprek.
De voertaal is Duits.
Lezing
Woensdag 3 februari 2010
Aanvang: 20.
Lees verder >
26 januari 2010
De voertaal is Duits.
Lezing
Woensdag 3 februari 2010
Aanvang: 20.
Lees verder >
Toneel van Jan Arends in de Balie – 12 februari 2010
Smeer of de weldoener des vaderlands: reading verloren toneeltekst Jan Arends
Vrijdag 12 februari, 20.30 uur in De Balie
Jan Arends (1925 - 1974) psychiatrisch patiënt, huisknecht, dichter en schrijver van onder andere Lunchpauzegedichten, Vrijgezel en Keefman, werkte als copywriter in de reclame.
Lees verder >
26 januari 2010
Vrijdag 12 februari, 20.30 uur in De Balie
Jan Arends (1925 - 1974) psychiatrisch patiënt, huisknecht, dichter en schrijver van onder andere Lunchpauzegedichten, Vrijgezel en Keefman, werkte als copywriter in de reclame.
Lees verder >
‘…de beste Enquist-bundel tot nu toe’

26 januari 2010
Door Karel Wasch
Nieuws van Nergens - Anna Enquist
De zevende bundel gedichten van Enquist is in een fraai vormgegeven boekje tot ons gekomen. De Arbeiderspers heeft er op een smaakvolle manier een omslag omheen gedaan en ook het lettertype is secuur gekozen. Het is duidelijk dat we na Vasalis met een gearriveerde dichteres te maken hebben. Is deze bundel wat we ervan mochten verwachten?
De vijf cycli zijn grofweg gegroepeerd rond de thema’s: Weer en binnennatuur, verdriet, muziek en het innerlijk behang, buitenwereld en persoonlijke beleving.
Maar bovenal schrijft Enquist in deze bundel over wat Goethe zou zeggen: Das Menslich al zu Mensliche oftewel verdriet en hartstocht en het verstrijken van de tijd. De dood van haar dochter komt weer om de hoek kijken in o.a.
Fantoom
Het is een woord voor pijn die geen
bestaansrecht heeft; je lijdt aan
een afwezigheid, je snakt met hart
en huid naar wat er eerst nog was.
Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk
op, je strekt je armen blind naar
de verzaagde voet, een leegte,
het verdwenen kind. Het is een naam
voor wat zich voordoet in de zestien
meter van de ziel: een spookbeeld snelt
de doelmond in en doet alle verlies
teniet, maakt alles goed.
En we kunnen zien dat de dichteres nu iets meer afstand heeft tot het verlies dan vroeger, de laatste strofe biedt iets van uitkomst. Wel is ze nog steeds woedend op het Amsterdamse stadsbestuur, dat laks reageerde en de verkeerssituaties niet genoeg aanpakte, het verplichte instellen van de dodemansspiegel op vrachtwagens bijvoorbeeld versliep. Het vers heet de Straatstenen van Amsterdam maar is opgedragen aan de Gemeenteraad van de hoofdstad. Gelukkig zijn er net zoals in Soldatenliederen en Jachtscènes de twee eerste bundels van de dichteres ook weer schitterende natuurbeschrijvingen zoals in
Uitnodiging om te schaatsen
Toen hier bergen waren, besneeuwde
hellingen en zwarte kloven, bewogen
wij tussen hoogte en diepte, hijgend,
huiverend. Zuur moeras vrat de rotsen,
water drong zich in groeven en gaten.
Het heet modder. Groeit er gras op
spreken wij van weide; plassen noemen
we de rest. Onder de spiegel verzonken
ministers (vermoedelijk waterstaat), thee-
serviezen,de brieven. Leegte daarboven.
Je moet geloven dat grijs het ijs zich
uitstrekt, grijp mijn gehandschoende hand.
Dan ademloos razen op snijdende ijzers;
we krassen de namen in sneeuw. Ik lik
het gruis uit je ogen. Kom dan. Kom.
De natuur als vervoermiddel voor hartstocht. In de cyclus over muziek ‘met esdoornhout en paardenhaar’ wordt de cello neergezet als een boodschap: Het gaat niet door! Wat een vondst, de lezer wordt gedwongen na te denken of hij het ermee eens is. En in het vers Van verre opgedragen aan Leonard Nolens schetst ze even de relatie tot andere dichters: (…) Ze vangen van elkaar verzen op, verstaan ze half, in tegenwind.(…).De onmogelijkheid van de ene dichter om de andere volledig te verstaan, volstrekt eerlijk neergezet.
Enquist laat ons in deze bundel zelden met een rustig gevoel achteroverleunen. Er waait op de achtergrond een onrustige wind, we moeten op onze hoede zijn. Dat komt tot een soort apotheose in het titelgedicht Nieuws van nergens. Ergens is een orkaan en mensen hier zien dat op de televisie, ze kunnen hun ogen sluiten of naar een andere zender doorzappen, maar de verslaggever op de beeldbuis vervult de rol van machteloze. (…) Maar tot het zover is staat op een berg/ te dun gekleed, iemand te briezen/ en een microfoon, een eindeloze stroom/ met nieuws van nergens (...)
De hoofdpersonen in deze verzen zijn eigenlijk in hun nietigheid, hun twijfels bijna nergens. Ze treuren, ze kunnen elkaar niet bereiken of zijn al dood voordat ze iemand ontmoeten zoals in het fraaie vers over Elvis, Een dikke jager, waarin een fietser, die lijkt op Elvis de oude moeder komt bezoeken. Hij ziet eruit als Elvis, die zij zo bewonderde, maar nu is het te laat.(…) De glitters waren van zijn pak gesleten/ maar het kon niemand ontgaan, daar/reed Elvis in zijn nadagen.(…)
Een en ander zou tot de sombere gedachte kunnen leiden, dat Enquist ons een erg sombere boodschap wil meegeven. ‘Maak je geen illusie, alles gaat uiteindelijk op niets af, er is geen hoop. Of nog erger: Maak je geen illusies, je verandert er toch weinig tot niets aan.’ Dat is echter niet waar, tussen de regels door van bijna alle verzen sijpelt de zachte vriendelijke toon van een gevoelige natuur. Na de schaatspartij in Uitnodiging om te schaatsen lezen we waar het eigenlijk om was begonnen (…) grijp mijn gehandschoende hand/ Dan ademloos razen op snijdende ijzers/ we krassen de namen in sneeuw. Ik lik/ het gruis uit je ogen. Kom dan. Kom(…) Bij slechte dichters staat de poëet vaak tussen zijn gedicht en de lezer. Bij Enquist is dat andersom, ze dringt zich niet op, maar soms - heel even- duikt ze op achter de regels met een kwinkslag of een mooie gevoelige gedachte. Met zachte stem.
Dit is de beste Enquist-bundel tot nu toe. En dat belooft nog veel goeds.
Nieuws van nergens
Auteur: Anna Enquist
Verschenen bij: Uitgeverij Arbeiderspers
Prijs: € 16,95
Nieuws van Nergens - Anna Enquist
De zevende bundel gedichten van Enquist is in een fraai vormgegeven boekje tot ons gekomen. De Arbeiderspers heeft er op een smaakvolle manier een omslag omheen gedaan en ook het lettertype is secuur gekozen. Het is duidelijk dat we na Vasalis met een gearriveerde dichteres te maken hebben. Is deze bundel wat we ervan mochten verwachten?
De vijf cycli zijn grofweg gegroepeerd rond de thema’s: Weer en binnennatuur, verdriet, muziek en het innerlijk behang, buitenwereld en persoonlijke beleving.
Maar bovenal schrijft Enquist in deze bundel over wat Goethe zou zeggen: Das Menslich al zu Mensliche oftewel verdriet en hartstocht en het verstrijken van de tijd. De dood van haar dochter komt weer om de hoek kijken in o.a.
Fantoom
Het is een woord voor pijn die geen
bestaansrecht heeft; je lijdt aan
een afwezigheid, je snakt met hart
en huid naar wat er eerst nog was.
Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk
op, je strekt je armen blind naar
de verzaagde voet, een leegte,
het verdwenen kind. Het is een naam
voor wat zich voordoet in de zestien
meter van de ziel: een spookbeeld snelt
de doelmond in en doet alle verlies
teniet, maakt alles goed.
En we kunnen zien dat de dichteres nu iets meer afstand heeft tot het verlies dan vroeger, de laatste strofe biedt iets van uitkomst. Wel is ze nog steeds woedend op het Amsterdamse stadsbestuur, dat laks reageerde en de verkeerssituaties niet genoeg aanpakte, het verplichte instellen van de dodemansspiegel op vrachtwagens bijvoorbeeld versliep. Het vers heet de Straatstenen van Amsterdam maar is opgedragen aan de Gemeenteraad van de hoofdstad. Gelukkig zijn er net zoals in Soldatenliederen en Jachtscènes de twee eerste bundels van de dichteres ook weer schitterende natuurbeschrijvingen zoals in
Uitnodiging om te schaatsen
Toen hier bergen waren, besneeuwde
hellingen en zwarte kloven, bewogen
wij tussen hoogte en diepte, hijgend,
huiverend. Zuur moeras vrat de rotsen,
water drong zich in groeven en gaten.
Het heet modder. Groeit er gras op
spreken wij van weide; plassen noemen
we de rest. Onder de spiegel verzonken
ministers (vermoedelijk waterstaat), thee-
serviezen,de brieven. Leegte daarboven.
Je moet geloven dat grijs het ijs zich
uitstrekt, grijp mijn gehandschoende hand.
Dan ademloos razen op snijdende ijzers;
we krassen de namen in sneeuw. Ik lik
het gruis uit je ogen. Kom dan. Kom.
De natuur als vervoermiddel voor hartstocht. In de cyclus over muziek ‘met esdoornhout en paardenhaar’ wordt de cello neergezet als een boodschap: Het gaat niet door! Wat een vondst, de lezer wordt gedwongen na te denken of hij het ermee eens is. En in het vers Van verre opgedragen aan Leonard Nolens schetst ze even de relatie tot andere dichters: (…) Ze vangen van elkaar verzen op, verstaan ze half, in tegenwind.(…).De onmogelijkheid van de ene dichter om de andere volledig te verstaan, volstrekt eerlijk neergezet.
Enquist laat ons in deze bundel zelden met een rustig gevoel achteroverleunen. Er waait op de achtergrond een onrustige wind, we moeten op onze hoede zijn. Dat komt tot een soort apotheose in het titelgedicht Nieuws van nergens. Ergens is een orkaan en mensen hier zien dat op de televisie, ze kunnen hun ogen sluiten of naar een andere zender doorzappen, maar de verslaggever op de beeldbuis vervult de rol van machteloze. (…) Maar tot het zover is staat op een berg/ te dun gekleed, iemand te briezen/ en een microfoon, een eindeloze stroom/ met nieuws van nergens (...)
De hoofdpersonen in deze verzen zijn eigenlijk in hun nietigheid, hun twijfels bijna nergens. Ze treuren, ze kunnen elkaar niet bereiken of zijn al dood voordat ze iemand ontmoeten zoals in het fraaie vers over Elvis, Een dikke jager, waarin een fietser, die lijkt op Elvis de oude moeder komt bezoeken. Hij ziet eruit als Elvis, die zij zo bewonderde, maar nu is het te laat.(…) De glitters waren van zijn pak gesleten/ maar het kon niemand ontgaan, daar/reed Elvis in zijn nadagen.(…)
Een en ander zou tot de sombere gedachte kunnen leiden, dat Enquist ons een erg sombere boodschap wil meegeven. ‘Maak je geen illusie, alles gaat uiteindelijk op niets af, er is geen hoop. Of nog erger: Maak je geen illusies, je verandert er toch weinig tot niets aan.’ Dat is echter niet waar, tussen de regels door van bijna alle verzen sijpelt de zachte vriendelijke toon van een gevoelige natuur. Na de schaatspartij in Uitnodiging om te schaatsen lezen we waar het eigenlijk om was begonnen (…) grijp mijn gehandschoende hand/ Dan ademloos razen op snijdende ijzers/ we krassen de namen in sneeuw. Ik lik/ het gruis uit je ogen. Kom dan. Kom(…) Bij slechte dichters staat de poëet vaak tussen zijn gedicht en de lezer. Bij Enquist is dat andersom, ze dringt zich niet op, maar soms - heel even- duikt ze op achter de regels met een kwinkslag of een mooie gevoelige gedachte. Met zachte stem.
Dit is de beste Enquist-bundel tot nu toe. En dat belooft nog veel goeds.
Nieuws van nergens
Auteur: Anna Enquist
Verschenen bij: Uitgeverij Arbeiderspers
Prijs: € 16,95
De spelers – Manon Uphoff
Door: Dominique Rothengatter
De spelers is een boeiend en indrukwekkend goed verteld verhaal waarin de situatie van het Joegoslavië van na de oorlog en de gevolgen hiervan, rijkelijk belicht worden.
Centraal staat de 29 jarige Manja die als docente, nieuwkomers in Nederland taalles geeft.
Lees verder >
25 januari 2010
De spelers is een boeiend en indrukwekkend goed verteld verhaal waarin de situatie van het Joegoslavië van na de oorlog en de gevolgen hiervan, rijkelijk belicht worden.
Centraal staat de 29 jarige Manja die als docente, nieuwkomers in Nederland taalles geeft.
Lees verder >
Winternummer e-zine blue-turns-grey
Het Winternummer van het e-zine blue-turns-grey is op www.blue-turns-grey.nl online gegaan. Blue-turns-grey is een internettijdschrift dat periodiek nieuw werk van jonge schrijvers, dichters en beeldend kunstenaars publiceert. In dit nummer ligt de nadruk bij het beeldend werk op het narratieve; het scheppen van een metaverhaal.
Lees verder >
25 januari 2010
Lees verder >
Dichtersmarathon in Perdu – 28 januari 2010
Op donderdag 28 januari om 19:45 zal de vijfde editie van de 30 +30 Dichtersmarathon plaatsvinden in Perdu met als thema: Over de grens.
Dat poëzie niet moeilijk is, bewijst Perdu jaarlijks op Gedichtendag.
Lees verder >
25 januari 2010
Dat poëzie niet moeilijk is, bewijst Perdu jaarlijks op Gedichtendag.
Lees verder >
Een pion voor een dame, Jacoba van Beieren 1401-1436 – Antheun Janse

25 januari 2010
Jong gestorven, vijf maal gehuwd, maar ongeschikt voor een soap.
Door Rein Swart
De titel duidt op een schaakspel waarbij echter niet twee deelnemers achter het bord zitten, maar meerdere partijen. In de epiloog spreekt Janse van een ingewikkelde kluwen van politieke tegenstellingen zoals tussen Hollanders en Zeeuwen (de zgn. Hoekse en Kabeljauwse twisten), de strijd tussen de Duitse Roomskoning en de Bourgondische hertog, de oorlog tussen Engeland en Frankrijk en allerlei vormen van interne machtsstrijd. ‘Veel van deze conflicten waren bovendien onderling verbonden.’
Al die partijen deden zetten op het politieke toneel die weer tegenzetten van anderen uitlokten. Het was de kunst om zoveel mogelijk landen te veroveren en Jacoba zat daartussen.
Jacoba maakte naam als strijdbare dame, maar Janse vraagt zich af of haar positie niet eerder die was van een vooruitgeschoven pion. ‘Op het politieke schaakbord van de vroege vijftiende eeuw heeft Jacoba op enkele momenten het verloop van de partij beïnvloed, maar ze deed dat als een afhankelijke pion, niet als een vrij bewegende dame.’
De biograaf Jansen (niet te verwarren met de auteur) plaatste haar positie in 1967 tegen de achtergrond van de opkomst van de moderne bureaucratische staat, die de feodale wereld verving waarin de ridderlijke aristocratie de dienst uitmaakte.
Haar herkomst maakte Jacoba tot een waardevolle pion op het politieke schaakbord. Haar Beierse vader Willem en haar Bourgondische moeder Margaretha ontmoetten elkaar na het huwelijk regelmatig, maar tot een zwangerschap wilde het eerst niet komen. Des te groter was de opluchting dat Margaretha in juli 1401 beviel van een dochter. De ingebouwde afhankelijkheid van een toekomstige echtgenoot maakte echter dat een erfdochter vaak een bron van instabiliteit was in een tijd waarin een huwelijk vooral van strategisch belang was. ‘Nog voordat Jacoba de kleuterjaren achter zich had gelaten, werd al op hoog niveau over haar huwelijk vergaderd.’ De Franse prins Jan van Touraine werd haar eerste echtgenoot.
Janse vraagt zich af of Hella Haase in Het woud der verwachting de wereld van de kinderen goed heeft ingeschat, als zouden die tijdens hun huwelijksfeest gierend van de lach met eten hebben gegooid.
Janse heeft, zo zegt hij in de verantwoording, deze biografie geschreven omdat er, na een vijftal oudere wetenschappelijke biografieën, al lang niet meer over Jacoba van Beieren gepubliceerd was én omdat hij haar persoonlijke invloed op de maatschappelijke gebeurtenissen wilde onderzoeken. Hij vergelijkt Jacoba met een personage in een roman van Dostojevski en voelde zichzelf, omdat hij te weinig tijd had voor bronnenonderzoek, een diepzeeduiker die te weinig zuurstof heeft om de bodem te bereiken.
Janse vormt zich een oordeel in gesprek met de eerdere biografen. In de inleiding noemt hij ook Bilderdijk die als privé docent in 1819 met afgrijzen tegen zijn studenten over de onverzadigbare wellust van Jacoba sprak, omdat ze in haar 35 jarige leven vijf mannen verslond.
In het bijzonder gaat Janse in op de amoureuze affaire tussen Jacoba en de Zeeuwse edelman Frank van Borssele, die door Filips van Bourgondië werd afgewezen. Frank werd gevangen genomen en door Jacoba vrijgekocht tegen inlevering van al haar bezittingen.
Hun liefdesverhaal inspireerde schrijvers als Betje Wolff en Albert Verwey, die Jacoba neerzetten als een koppige, ambitieuze en impulsieve vrouw. Maar was dat ook zo? Janse reconstruceert de geschiedenis en concludeert dat er van verliefdheid geen sprake was. Het portret op de omslag van het boek werd geschilderd om een juiste man aan te trekken en kon niet voor Frank bedoeld zijn omdat die haar al kende.
Volgens Janse is Jacoba geen ster uit Hollywood, die mooi en verleidelijk en wispelturig is en is ze evenmin een mannenverslindster. Dus jammer voor een soapschrijver die nog een historische figuur voor de hoofdrol zoekt. Janse acht het interessant de beeldvorming rond Jacoba te onderzoeken, maar dat is niet het doel van zijn biografie. Hij wil de historische Jacoba tot leven wekken.
Janse vindt haar ook geen Lady Diana, die met een ontwapende optreden de harten van haar onderdanen won, maar ze lijkt mijn inziens wel een beetje op Maxima, want zij schaatste op de Hofvijver, terwijl haar moeder allerlei politieke besprekingen voerde.
‘Later schreef ze zelf “alle dingen altijd met raad van anderen” te hebben gedaan,’ noteert Janse. Jacoba leefde onder de hoede van haar moeder en haar raadsmannen.
Toch vindt Janse een plaatsje voor haar in de canon te verdedigen. ‘De geschiedenis wordt immers niet alleen bepaald door winnaars.’
‘Wie in het schaakspel een dame inruilt voor een pion, maakt niet veel kans daarmee de partij te winnen,’ zegt de schrijver over zijn biografie, omdat die bestaat uit grijstinten en witte vlekken waar zijn voorgangers haar in felle kleuren schilderden. Toch blijft ze een sleutelfiguur, omdat de Lage Landen daarna definitief de weg naar eenwording insloegen.
Een pion voor een dame
Jacoba van Beieren 1401 ? 1436
Auteur: Antheun Janse
Verschenen bij: Uitgeverij Balans (2009)
Prijs: € 19,95
Door Rein Swart
De titel duidt op een schaakspel waarbij echter niet twee deelnemers achter het bord zitten, maar meerdere partijen. In de epiloog spreekt Janse van een ingewikkelde kluwen van politieke tegenstellingen zoals tussen Hollanders en Zeeuwen (de zgn. Hoekse en Kabeljauwse twisten), de strijd tussen de Duitse Roomskoning en de Bourgondische hertog, de oorlog tussen Engeland en Frankrijk en allerlei vormen van interne machtsstrijd. ‘Veel van deze conflicten waren bovendien onderling verbonden.’
Al die partijen deden zetten op het politieke toneel die weer tegenzetten van anderen uitlokten. Het was de kunst om zoveel mogelijk landen te veroveren en Jacoba zat daartussen.
Jacoba maakte naam als strijdbare dame, maar Janse vraagt zich af of haar positie niet eerder die was van een vooruitgeschoven pion. ‘Op het politieke schaakbord van de vroege vijftiende eeuw heeft Jacoba op enkele momenten het verloop van de partij beïnvloed, maar ze deed dat als een afhankelijke pion, niet als een vrij bewegende dame.’
De biograaf Jansen (niet te verwarren met de auteur) plaatste haar positie in 1967 tegen de achtergrond van de opkomst van de moderne bureaucratische staat, die de feodale wereld verving waarin de ridderlijke aristocratie de dienst uitmaakte.
Haar herkomst maakte Jacoba tot een waardevolle pion op het politieke schaakbord. Haar Beierse vader Willem en haar Bourgondische moeder Margaretha ontmoetten elkaar na het huwelijk regelmatig, maar tot een zwangerschap wilde het eerst niet komen. Des te groter was de opluchting dat Margaretha in juli 1401 beviel van een dochter. De ingebouwde afhankelijkheid van een toekomstige echtgenoot maakte echter dat een erfdochter vaak een bron van instabiliteit was in een tijd waarin een huwelijk vooral van strategisch belang was. ‘Nog voordat Jacoba de kleuterjaren achter zich had gelaten, werd al op hoog niveau over haar huwelijk vergaderd.’ De Franse prins Jan van Touraine werd haar eerste echtgenoot.
Janse vraagt zich af of Hella Haase in Het woud der verwachting de wereld van de kinderen goed heeft ingeschat, als zouden die tijdens hun huwelijksfeest gierend van de lach met eten hebben gegooid.
Janse heeft, zo zegt hij in de verantwoording, deze biografie geschreven omdat er, na een vijftal oudere wetenschappelijke biografieën, al lang niet meer over Jacoba van Beieren gepubliceerd was én omdat hij haar persoonlijke invloed op de maatschappelijke gebeurtenissen wilde onderzoeken. Hij vergelijkt Jacoba met een personage in een roman van Dostojevski en voelde zichzelf, omdat hij te weinig tijd had voor bronnenonderzoek, een diepzeeduiker die te weinig zuurstof heeft om de bodem te bereiken.
Janse vormt zich een oordeel in gesprek met de eerdere biografen. In de inleiding noemt hij ook Bilderdijk die als privé docent in 1819 met afgrijzen tegen zijn studenten over de onverzadigbare wellust van Jacoba sprak, omdat ze in haar 35 jarige leven vijf mannen verslond.
In het bijzonder gaat Janse in op de amoureuze affaire tussen Jacoba en de Zeeuwse edelman Frank van Borssele, die door Filips van Bourgondië werd afgewezen. Frank werd gevangen genomen en door Jacoba vrijgekocht tegen inlevering van al haar bezittingen.
Hun liefdesverhaal inspireerde schrijvers als Betje Wolff en Albert Verwey, die Jacoba neerzetten als een koppige, ambitieuze en impulsieve vrouw. Maar was dat ook zo? Janse reconstruceert de geschiedenis en concludeert dat er van verliefdheid geen sprake was. Het portret op de omslag van het boek werd geschilderd om een juiste man aan te trekken en kon niet voor Frank bedoeld zijn omdat die haar al kende.
Volgens Janse is Jacoba geen ster uit Hollywood, die mooi en verleidelijk en wispelturig is en is ze evenmin een mannenverslindster. Dus jammer voor een soapschrijver die nog een historische figuur voor de hoofdrol zoekt. Janse acht het interessant de beeldvorming rond Jacoba te onderzoeken, maar dat is niet het doel van zijn biografie. Hij wil de historische Jacoba tot leven wekken.
Janse vindt haar ook geen Lady Diana, die met een ontwapende optreden de harten van haar onderdanen won, maar ze lijkt mijn inziens wel een beetje op Maxima, want zij schaatste op de Hofvijver, terwijl haar moeder allerlei politieke besprekingen voerde.
‘Later schreef ze zelf “alle dingen altijd met raad van anderen” te hebben gedaan,’ noteert Janse. Jacoba leefde onder de hoede van haar moeder en haar raadsmannen.
Toch vindt Janse een plaatsje voor haar in de canon te verdedigen. ‘De geschiedenis wordt immers niet alleen bepaald door winnaars.’
‘Wie in het schaakspel een dame inruilt voor een pion, maakt niet veel kans daarmee de partij te winnen,’ zegt de schrijver over zijn biografie, omdat die bestaat uit grijstinten en witte vlekken waar zijn voorgangers haar in felle kleuren schilderden. Toch blijft ze een sleutelfiguur, omdat de Lage Landen daarna definitief de weg naar eenwording insloegen.
Een pion voor een dame
Jacoba van Beieren 1401 ? 1436
Auteur: Antheun Janse
Verschenen bij: Uitgeverij Balans (2009)
Prijs: € 19,95
Een prachtig eerbetoon
‘Bespaar ons die strijdkreet van de schoolfrik, dat afgezaagde “Geen woord te veel”. Een adagium dat je blijkbaar ook nog eens hoort uit te spreken alsof je juist een nachtemmer azijn hebt leeggedronken.
Lees verder >
25 januari 2010
Lees verder >
Elf ? Daniël Rovers
Een ode aan de vriendschap
Voor Elf heeft Daniël Rovers een originele opzet gekozen. Het boek gaat over elf personen die een bestaan proberen op te bouwen in Brussel. Niet altijd met evenveel succes. Zekerheden zijn er amper in hun leven. Ze hebben allemaal één ding gemeen, het zijn de vrienden en vriendinnen van de verteller.
Lees verder >
24 januari 2010
Voor Elf heeft Daniël Rovers een originele opzet gekozen. Het boek gaat over elf personen die een bestaan proberen op te bouwen in Brussel. Niet altijd met evenveel succes. Zekerheden zijn er amper in hun leven. Ze hebben allemaal één ding gemeen, het zijn de vrienden en vriendinnen van de verteller.
Lees verder >
Afrikaans geheim – Roger Martin du Gard

door Wil van Basten-Malipaard
In 1931, tijdens een onderbreking van het schrijven aan zijn romancyclus Les Thibault, schrijft Roger Martin du Gard (1881-1958) deze korte novelle over een incestueuze liefde tussen broer (Leandro Barbazzano) en zijn 4 jaar oudere zus (Amalia). In een niet nader te noemen grote Algerijnse stad groeien zij samen op en wonen boven de boekwinkel van hun zeer strenge, hardvochtige en ontoegankelijke vader. Hun moeder is al jong overleden. Broer en zus delen vanaf hun prille jeugd dezelfde slaapkamer, gescheiden door een schot met een gordijn. Er ontstaat een stormachtige liefdesverhouding die door niemand wordt opgemerkt.
Maar, na vier jaar, komt hieraan een bruusk einde. Leandro moet zijn dienstplicht gaan vervullen in het Italiaanse leger en zal twee jaar wegblijven. Amalia wordt verplicht door haar vader te trouwen met de dertig jaar oudere, welgestelde boekhandelaar Ignazio Luzzati waarvan ze walgt en die zij (broer en zus) ‘het ouwe varken’ noemen. Doet zij dat niet dan zal ze tot nader order opgesloten worden in een klooster. Amalia heeft dan een heel onverwacht idee. ‘Ja, ik trouw met de ouwe. Maar alleen als we het voor die tijd zo regelen dat ik zwanger ben’ ? blz. 38.
Aldus geschiedde. Leandro vertrekt in oktober naar Sicilië, het huwelijk vindt plaats. Zeven maanden later bevalt Amalia: een jongen, Michele. ‘Hij was heel zwakjes, alsof hij echt te vroeg geboren was. Alleen al in het eerste jaar dachten ze hem wel tien keer te verliezen.’- blz. 39. Michele wordt niet ouder dan 16 jaar en sterft in een Frans sanatorium aan tuberculose. Deze episode is tevens het begin van deze novelle, de introductie op het Afrikaans Geheim.
Roger Martin du Gard ontmoet Leandro (inmiddels een gerenommeerd boekhandelaar) in dit sanatorium in Font-Romeu. Er ontstaat een hechte vriendschap tussen Leandro en ‘meneer du Gard’.
De schrijver heeft Michele slechts één keer gezien op zijn doodsbed ‘(…) broodmager maar van een grote schoonheid’. Ongeveer twee, drie jaar later maakt hij kennis met Leandro’s zus, haar man en hun half dozijn kinderen bij wie Leandro inwoont. Het contrast van deze zes kinderen met die prachtige Michele is verbijsterend. Deze kleine Luzzati’s zijn ‘kort en dik, week als kikvorsen, met bolle wangen en dikke billen, schorre stemmen en verwarde, wollige haardossen, en allemaal hopeloos alledaags’, constateert Du Gard.
Broer, zus en zwager zijn inmiddels gezamenlijk eigenaar van de Librairie Barbazzano-Luzzati, opgericht door hun vader en nu een van de belangrijkste boekwinkels van de stad.
Na zijn bezoek besluiten Leandro en Du Gard samen de mailboot vanuit Afrika naar Marseille te nemen en dan vertelt Leandro, naast elkaar gezeten op het dek, zijn ‘Afrikaans geheim’ aan de schrijver. Een bekentenis in de vorm van een monoloog, zonder enige schaamte of spijt, in simpele feiten, maar met veel gevoel verwoord. Het is aan de toehoorder of de lezer hierover een oordeel te vellen.
Roger Martin du Gard die voor zijn omvangrijke saga Les Thibault in 1937 de Nobelprijs voor de Literatuur ontving toont ook in deze ultrakorte novelle zijn meesterschap als verteller. Vooral zijn beschrijvingen van de personages zijn markant naturalistisch en doen denken aan Honoré de Balzac, Emile Zola, Gustave Flaubert en André Gide, die zich in hun tijd ook nogal wat vrijheden permitteerden. Wij zien een verfijning in de monoloog op de boot; rauw realistisch is de stijl in bijvoorbeeld de beschrijving van het gezin Luzzati. Vooral van Amalia die in de Frans-Italiaanse film La Grande Bouffe van Marco Ferreri (1973) beslist niet uit de toon zou vallen door haar weelderig, doch wanstaltig voorkomen en vooral de beschrijving van haar manier van voedsel naar binnen schrokken werkt misselijkmakend op de lezer.
Du Gard beschrijft op blz. 13-14 deze ‘oosterse corpulentie’: ‘Nee, mooi was Amalia niet; ik zou zelfs zeggen dat haar gerimpelde schildpadoogleden, haar dikke papperige gezicht, haar vettige huid, haar peervormige lijf, uitgezakt door de door de zwangerschappen en het zogen, haar doelbewust tot een probaat middel tegen zinnelijke lust maakten. (…) Naast de grote porties macaroni die ze tijdens de maaltijden opschrokte, zat ze van ’s ochtend tot ’s avonds kleverig Turks fruit te kauwen en sprak ze bijna altijd met volle mond’. De schrijver vergoelijkt overigens min of meer deze dwingende en hartstochtelijke snoeplust : ‘die gulzigheid leek de revanche, de toevlucht voor alle passie van een vrouw, en dat had bijna iets pathetisch.’
Wanneer Leandro zijn bekentenis doet, lijkt het alsof hij tegelijkertijd zijn geheim weer herbeleeft, beter begrijpt, maar er tevens volledig afstand van neemt door geen enkele verantwoordelijkheid hiervoor te aanvaarden. Blz. 43: ‘Ineens schoot het door mijn hoofd dat ik in feite verantwoordelijk was voor die geboorte, en ook ? misschien? ? voor die zwakke gezondheid, die ziekte…. Verantwoordelijk? Dat staat nog te bezien… Daar valt over te twisten! Bloedverwantschap levert soms wonderbare resultaten op…’. Het standpunt van Amalia komen wij niet te weten. Zij lijkt letterlijk en figuurlijk goed te gedijen in de slachtofferrol. Slachtoffer van de mannen om haar heen, zou je kunnen zeggen.
De aandachtige lezer leest op blz. 6 dat Leandro ‘een nog jonge man (…)’ was bij de eerste ontmoeting met Du Gard in het sanatorium waar zijn 16-jarige ‘neef’ Michele verpleegd werd.
Een paar jaar later volgt dan de bekentenis. Een rekensommetje leert dat Leandro toen ongeveer 38 jaar moet zijn geweest. Toch heb je steeds de indruk dat het een oude(re) man is die eindelijk zijn geheim prijsgeeft. Hoewel, …. de beschrijving van Amalia met haar kroost waarvan ze er nog een zoogt, bewijst dat broer en zus beiden nog vrij jong zijn. Opmerkelijk!
Het ontroerendste moment in het verhaal was voor mij: ‘Maar twee of drie keer misschien, tijdens mijn bezoeken en de maaltijden die ik verplicht was bij de Luzzati’s te gebruiken, werd er tussen Leandro en mij gezinspeeld op onze ontmoeting in Font-Romeu, en iedere keer vulden de ogen van papa Luzzati zich stilletjes met tranen. Michele was kennelijk het lievelingetje van zijn vader geweest’ aldus de schrijver op blz. 15. Het lijkt dat de ‘stiefvader’ misschien nog wel het meest van het kind gehouden heeft.
Toch is het even wennen om Confidence Africaine in hedendaags Nederlands te lezen. Het Frans van de jaren 30 van Roger Martin du Gard is, zeg ik met enig chauvinisme, zo veel rijker in woordenschat.
Dat neemt niet weg dat deze eerste Nederlandse vertaling van een werk van Du Gard zeer zeker de moeite van het lezen waard is en zal zorgen voor veel vragen en discussies. Deze novelle suddert na lezing nog enige tijd na. Ik adviseer dan ook de diverse leeskringen in het land om dit boekje in hun leeslijst op te nemen als voorproefje op het hoofdwerk van Martin du Gard, de achtdelige serie Les Thibault, die de komende jaren bij J.M. Meulenhoff zal verschijnen. Hulde voor dit initiatief!
In België en Frankrijk is enkele jaren geleden deze novelle al voor het toneel bewerkt en heeft geruime tijd gezorgd voor volle zalen. Persoonlijk kijk ik dus nu uit naar de vertolking van Leandro door bv. Thom Hoffman of Daan Schuurmans of wie weet, toch door een oude(re) man …. Helmert Woudenberg!?
Afrikaans Geheim
Auteur: Roger Martin du Gard
Oorspronkelijke titel: Confidence Africaine
Vertaald en van een nawoord voorzien door : Anneke Alderlieste
Verschenen bij: J.M. Meulenhoff bv (2009)
Prijs: € 10,-
23 januari 2010
'Het waren de vier mooiste, de vier enige echt mooie jaren van mijn leven!”'? blz. 33
door Wil van Basten-Malipaard
In 1931, tijdens een onderbreking van het schrijven aan zijn romancyclus Les Thibault, schrijft Roger Martin du Gard (1881-1958) deze korte novelle over een incestueuze liefde tussen broer (Leandro Barbazzano) en zijn 4 jaar oudere zus (Amalia). In een niet nader te noemen grote Algerijnse stad groeien zij samen op en wonen boven de boekwinkel van hun zeer strenge, hardvochtige en ontoegankelijke vader. Hun moeder is al jong overleden. Broer en zus delen vanaf hun prille jeugd dezelfde slaapkamer, gescheiden door een schot met een gordijn. Er ontstaat een stormachtige liefdesverhouding die door niemand wordt opgemerkt.
Maar, na vier jaar, komt hieraan een bruusk einde. Leandro moet zijn dienstplicht gaan vervullen in het Italiaanse leger en zal twee jaar wegblijven. Amalia wordt verplicht door haar vader te trouwen met de dertig jaar oudere, welgestelde boekhandelaar Ignazio Luzzati waarvan ze walgt en die zij (broer en zus) ‘het ouwe varken’ noemen. Doet zij dat niet dan zal ze tot nader order opgesloten worden in een klooster. Amalia heeft dan een heel onverwacht idee. ‘Ja, ik trouw met de ouwe. Maar alleen als we het voor die tijd zo regelen dat ik zwanger ben’ ? blz. 38.
Aldus geschiedde. Leandro vertrekt in oktober naar Sicilië, het huwelijk vindt plaats. Zeven maanden later bevalt Amalia: een jongen, Michele. ‘Hij was heel zwakjes, alsof hij echt te vroeg geboren was. Alleen al in het eerste jaar dachten ze hem wel tien keer te verliezen.’- blz. 39. Michele wordt niet ouder dan 16 jaar en sterft in een Frans sanatorium aan tuberculose. Deze episode is tevens het begin van deze novelle, de introductie op het Afrikaans Geheim.
Roger Martin du Gard ontmoet Leandro (inmiddels een gerenommeerd boekhandelaar) in dit sanatorium in Font-Romeu. Er ontstaat een hechte vriendschap tussen Leandro en ‘meneer du Gard’.
De schrijver heeft Michele slechts één keer gezien op zijn doodsbed ‘(…) broodmager maar van een grote schoonheid’. Ongeveer twee, drie jaar later maakt hij kennis met Leandro’s zus, haar man en hun half dozijn kinderen bij wie Leandro inwoont. Het contrast van deze zes kinderen met die prachtige Michele is verbijsterend. Deze kleine Luzzati’s zijn ‘kort en dik, week als kikvorsen, met bolle wangen en dikke billen, schorre stemmen en verwarde, wollige haardossen, en allemaal hopeloos alledaags’, constateert Du Gard.
Broer, zus en zwager zijn inmiddels gezamenlijk eigenaar van de Librairie Barbazzano-Luzzati, opgericht door hun vader en nu een van de belangrijkste boekwinkels van de stad.
Na zijn bezoek besluiten Leandro en Du Gard samen de mailboot vanuit Afrika naar Marseille te nemen en dan vertelt Leandro, naast elkaar gezeten op het dek, zijn ‘Afrikaans geheim’ aan de schrijver. Een bekentenis in de vorm van een monoloog, zonder enige schaamte of spijt, in simpele feiten, maar met veel gevoel verwoord. Het is aan de toehoorder of de lezer hierover een oordeel te vellen.
Roger Martin du Gard die voor zijn omvangrijke saga Les Thibault in 1937 de Nobelprijs voor de Literatuur ontving toont ook in deze ultrakorte novelle zijn meesterschap als verteller. Vooral zijn beschrijvingen van de personages zijn markant naturalistisch en doen denken aan Honoré de Balzac, Emile Zola, Gustave Flaubert en André Gide, die zich in hun tijd ook nogal wat vrijheden permitteerden. Wij zien een verfijning in de monoloog op de boot; rauw realistisch is de stijl in bijvoorbeeld de beschrijving van het gezin Luzzati. Vooral van Amalia die in de Frans-Italiaanse film La Grande Bouffe van Marco Ferreri (1973) beslist niet uit de toon zou vallen door haar weelderig, doch wanstaltig voorkomen en vooral de beschrijving van haar manier van voedsel naar binnen schrokken werkt misselijkmakend op de lezer.
Du Gard beschrijft op blz. 13-14 deze ‘oosterse corpulentie’: ‘Nee, mooi was Amalia niet; ik zou zelfs zeggen dat haar gerimpelde schildpadoogleden, haar dikke papperige gezicht, haar vettige huid, haar peervormige lijf, uitgezakt door de door de zwangerschappen en het zogen, haar doelbewust tot een probaat middel tegen zinnelijke lust maakten. (…) Naast de grote porties macaroni die ze tijdens de maaltijden opschrokte, zat ze van ’s ochtend tot ’s avonds kleverig Turks fruit te kauwen en sprak ze bijna altijd met volle mond’. De schrijver vergoelijkt overigens min of meer deze dwingende en hartstochtelijke snoeplust : ‘die gulzigheid leek de revanche, de toevlucht voor alle passie van een vrouw, en dat had bijna iets pathetisch.’
Wanneer Leandro zijn bekentenis doet, lijkt het alsof hij tegelijkertijd zijn geheim weer herbeleeft, beter begrijpt, maar er tevens volledig afstand van neemt door geen enkele verantwoordelijkheid hiervoor te aanvaarden. Blz. 43: ‘Ineens schoot het door mijn hoofd dat ik in feite verantwoordelijk was voor die geboorte, en ook ? misschien? ? voor die zwakke gezondheid, die ziekte…. Verantwoordelijk? Dat staat nog te bezien… Daar valt over te twisten! Bloedverwantschap levert soms wonderbare resultaten op…’. Het standpunt van Amalia komen wij niet te weten. Zij lijkt letterlijk en figuurlijk goed te gedijen in de slachtofferrol. Slachtoffer van de mannen om haar heen, zou je kunnen zeggen.
De aandachtige lezer leest op blz. 6 dat Leandro ‘een nog jonge man (…)’ was bij de eerste ontmoeting met Du Gard in het sanatorium waar zijn 16-jarige ‘neef’ Michele verpleegd werd.
Een paar jaar later volgt dan de bekentenis. Een rekensommetje leert dat Leandro toen ongeveer 38 jaar moet zijn geweest. Toch heb je steeds de indruk dat het een oude(re) man is die eindelijk zijn geheim prijsgeeft. Hoewel, …. de beschrijving van Amalia met haar kroost waarvan ze er nog een zoogt, bewijst dat broer en zus beiden nog vrij jong zijn. Opmerkelijk!
Het ontroerendste moment in het verhaal was voor mij: ‘Maar twee of drie keer misschien, tijdens mijn bezoeken en de maaltijden die ik verplicht was bij de Luzzati’s te gebruiken, werd er tussen Leandro en mij gezinspeeld op onze ontmoeting in Font-Romeu, en iedere keer vulden de ogen van papa Luzzati zich stilletjes met tranen. Michele was kennelijk het lievelingetje van zijn vader geweest’ aldus de schrijver op blz. 15. Het lijkt dat de ‘stiefvader’ misschien nog wel het meest van het kind gehouden heeft.
Toch is het even wennen om Confidence Africaine in hedendaags Nederlands te lezen. Het Frans van de jaren 30 van Roger Martin du Gard is, zeg ik met enig chauvinisme, zo veel rijker in woordenschat.
Dat neemt niet weg dat deze eerste Nederlandse vertaling van een werk van Du Gard zeer zeker de moeite van het lezen waard is en zal zorgen voor veel vragen en discussies. Deze novelle suddert na lezing nog enige tijd na. Ik adviseer dan ook de diverse leeskringen in het land om dit boekje in hun leeslijst op te nemen als voorproefje op het hoofdwerk van Martin du Gard, de achtdelige serie Les Thibault, die de komende jaren bij J.M. Meulenhoff zal verschijnen. Hulde voor dit initiatief!
In België en Frankrijk is enkele jaren geleden deze novelle al voor het toneel bewerkt en heeft geruime tijd gezorgd voor volle zalen. Persoonlijk kijk ik dus nu uit naar de vertolking van Leandro door bv. Thom Hoffman of Daan Schuurmans of wie weet, toch door een oude(re) man …. Helmert Woudenberg!?
Afrikaans Geheim
Auteur: Roger Martin du Gard
Oorspronkelijke titel: Confidence Africaine
Vertaald en van een nawoord voorzien door : Anneke Alderlieste
Verschenen bij: J.M. Meulenhoff bv (2009)
Prijs: € 10,-
E. du Perronprijs 2009 voor Abdelkader Benali
Benali ontvangt de prijs omdat hij als exponent van de ‘migrantenliteratuur’ met zijn boek De stem van mijn moeder aantoont dat we de ’migrantenroman’ voorbij zijn. Met dit boek heeft hij niet een roman van een rijkgeschakeerd Nederland geschreven, maar een rijkgeschakeerde Nederlandse roman.
De E.
Lees verder >
23 januari 2010
De E.
Lees verder >
Nynade – kunst en letteren
Voor Aart van Zoest zijn schoonheid, betekenis en gevoel de wezenskenmerken van poëzie. Dit schrijft hij in zijn afscheidswoord als hoofdredacteur van het onlangs verschenen, 10e nummer van het zo mooi uitgegeven tijdschrift Nynade. Hij heeft deze kenmerken ongetwijfeld gevonden in dit nummer.
Lees verder >
23 januari 2010
Lees verder >
Glovers vergissing ? Nick Laird
Door Karel Wasch
Nick Laird kreeg de Rooney Prize voor Irish Literature 2005 en Utterly Monkey werd bekroond met de Betty Trask Prize en stond op de shortlist van de Kerry Group Irish Fiction Award. Op de achterkant van de door Nicolette Hoekmeijer vertaalde roman, krijgen we de jubelende kritieken voorgeschoteld uit Engelse en Amerikaanse kranten.
Lees verder >
21 januari 2010
Nick Laird kreeg de Rooney Prize voor Irish Literature 2005 en Utterly Monkey werd bekroond met de Betty Trask Prize en stond op de shortlist van de Kerry Group Irish Fiction Award. Op de achterkant van de door Nicolette Hoekmeijer vertaalde roman, krijgen we de jubelende kritieken voorgeschoteld uit Engelse en Amerikaanse kranten.
Lees verder >
Een ontmoeting ? Milan Kundera
Door: Lodewijk Lasschuijt
Essays over literatuur, beeldende kunst en muziek
Het beschouwende proza van Kundera is zonder meer fascinerend. Hij noemt het zelf een ontmoeting van zijn bespiegelingen en zijn herinneringen en ook van zijn oude thema’s en oude (literaire) liefdes.
Lees verder >
21 januari 2010
Essays over literatuur, beeldende kunst en muziek
Het beschouwende proza van Kundera is zonder meer fascinerend. Hij noemt het zelf een ontmoeting van zijn bespiegelingen en zijn herinneringen en ook van zijn oude thema’s en oude (literaire) liefdes.
Lees verder >
De etaleur ? Christiaan Weijts
Door Karel Wasch
Het derde boek van Christiaan Weijts werd geschreven in opdracht van het Nederlands Dans Theater. Weijts zou geprobeerd hebben, volgens een interview achter in het boek, om de lezer op het ‘verkeerde been’ te zetten. Grappig gegeven voor een dansboek.
Lees verder >
20 januari 2010
Het derde boek van Christiaan Weijts werd geschreven in opdracht van het Nederlands Dans Theater. Weijts zou geprobeerd hebben, volgens een interview achter in het boek, om de lezer op het ‘verkeerde been’ te zetten. Grappig gegeven voor een dansboek.
Lees verder >
Poëzie is zo moeilijk nie! Poëzie-Marathon Enschede
Enschede dompelt zich onder in poëzie op 25 plaatsen in de stad.
Rondom de Gedichtendag organiseert de Poëzie Marathon Enschede al vier jaar met groot enthousiasme en succes een week lang allerlei poezie-activiteiten. Dit jaar is de Poëzie Marathon Enschede van 24 tot en met 30 januari.
Feestelijke opening Poëzie Marathon Enschede.
Lees verder >
19 januari 2010
Rondom de Gedichtendag organiseert de Poëzie Marathon Enschede al vier jaar met groot enthousiasme en succes een week lang allerlei poezie-activiteiten. Dit jaar is de Poëzie Marathon Enschede van 24 tot en met 30 januari.
Feestelijke opening Poëzie Marathon Enschede.
Lees verder >
Michael Axworthy over Iran
Op woensdag 27 januari zal Michael Axworthy in de Rode Hoed in Amsterdam een lezing geven over Iran. Michael Axworthy is voormalig hoofd van de afdeling Iran van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken, en auteur van het boek Iran, een cultuurgeschiedenis.
Lees verder >
18 januari 2010
Lees verder >
De tas van de leraar – Kawakami
Door Frank Heinen
Niets moeilijker dan geloofwaardig schrijven over de liefde. Hiromi Kawakami (1958) doet in De tas van de leraar een meer dan geslaagde poging. Het verhaal van de ontluikende liefde tussen de oude leraar Sensei en zijn oud-leerlinge Tsukiko is een fraaie vertelling van een schrijfster die een groot publiek verdient.
Lees verder >
17 januari 2010
Niets moeilijker dan geloofwaardig schrijven over de liefde. Hiromi Kawakami (1958) doet in De tas van de leraar een meer dan geslaagde poging. Het verhaal van de ontluikende liefde tussen de oude leraar Sensei en zijn oud-leerlinge Tsukiko is een fraaie vertelling van een schrijfster die een groot publiek verdient.
Lees verder >
Een particulier universum, maar hoe lang nog?
Wim Vogel in gesprek met D.
Lees verder >
16 januari 2010
Lees verder >
Nieuwsbrief
Facebook
Twitter
RSS