Recensie Tommy Wieringa – Caesarion

1 juni 2009

Het permanente karakter van vernietiging

In elke recensie over Caesarion, de nieuwe roman van Tommy Wieringa, wordt de voorganger genoemd, Joe Speedboot. Dat boek kwam net als zijn hoofdpersoon als een meteoriet de Nederlandse letteren binnen en is er sindsdien ook niet meer uit weg te denken. Een everseller hoort die roman vol dromen en beweging te zijn.

Hoe kom je als schrijver over dat succes heen? Wieringa heeft het zichzelf in ieder geval niet gemakkelijk gemaakt en heeft geen kloon gemaakt van zijn succesboek. Integendeel zelfs. Waar in Joe Speedboot constructie, actie en beweging motieven zijn vind je in Caesarion het tegenovergestelde: destructie, inertie en afbraak. Of zoals de vader van hoofdpersoon Ludwig Unger op het einde van het boek zegt: ‘Alleen de vernietiging heeft een permanent karakter.’
Die vader is overigens de grote afwezige in het boek, want de moeder van Ludwig Unger wordt al vroeg in de steek gelaten in Alexandrië door haar man, een kunstenaar. Via het noorden van Nederland, waar haar gelovige zus woont die haar leven afkeurt, trekt ze met haar zoon door naar de rotsige gronden van Engeland. Ze verblijven daar net zo lang tot de erosie de rotsen afkalft en hun huis in de afgrond sleurt. De titel van het eerste deel is dan ook ‘Erosie’ en deze grondtoon van afbraak en neergang verlaat het boek niet meer. Die vind je niet alleen terug in de fysieke zaken die teloor gaan of verloren raken, maar ook in de psychologische verhoudingen tussen de personages. De omgang tussen moeder en zoon wordt stroever als hij ontdekt dat zij als pornoster gewerkt heeft. Als ze om weer aan geld te komen haar oude werk weer oppakt in Amerika dan kan de zoon nog slechts minachtend met haar omgaan. Toch blijft hij bij haar, om haar in de gaten te houden. Als zijn moeder naar Europa gaat, volgt hij gedwee, ondanks dat hij volwassen is en een verhouding heeft met een meisje.

Het gevaar dreigt dat ik het hele verhaal ga navertellen en dat moet niet. We moeten naar een oordeel toe. De adrenalinestoot die je bij het lezen van Joe Speedboot kreeg, blijft hier uit. Dat komt omdat Caesarion veel weerbarstiger is. Bleef Joe Speedboot beperkt tot één plek, in Caesarion gaan we van Engeland, naar Alexandrië, naar de provincie Groningen, naar Engeland, naar Amerika, naar Wenen, naar Praag, naar allerlei exotische plekken, opnieuw naar Groningen en tenslotte naar Zuid-Amerika. Volgens mij is dat een constructiefout in de roman. Alhoewel elke plek zijn eigen symboliek meeneemt, vraag je van de lezer telkens weer zich in te leven in een nieuwe omgeving. Bovendien hoorde ik in de stukken die in Wenen en Praag spelen meer de stem van Wieringa (die we kennen uit zijn reisverhalen) dan die van Ludwig Unger.
Het lijkt ook wel of er per plek een verhaal verteld wordt dat een eigen roman verdiend had. De personages schreeuwen om meer bladzijden. De weerbarstige Warren die in tevergeefs een kuststrook probeert te bouwen om de erosie tegen te gaan; de tante en oom in Groningen, star en stuurs, maar uiteindelijk ook liefdevol; de trouwhartige Sarah met wie Ludwig een verhouding krijgt; de vader die in de jungle een berg aan het vernietigen is. Bij iedereen wil je meer weten. Je zou willen dat Tommy Wieringa Caesarion beschouwde als een oerboek waaruit minimaal een trilogie te halen valt of nog meer delen zoals Simon Vestdijk deed met zijn Kind tussen vier vrouwen.
Caesarion zit mij te vol. Teveel personages, teveel motieven en thema’s. Er wordt óók een oedipaal verhaal verteld, waarbij de liefde voor de moeder alleen maar blijkt uit de leeftijd van de vrouwen die Ludwig mee naar bed neemt. Tegen zijn eigen moeder blijft Ludwig bitse en afkeurende opmerkingen maken. Er wordt óók een verhaal verteld over het gevaar van alternatieve genezers die voorkomen dat de moeder zich onderwerpt aan de medische wetenschap om haar kanker te genezen. En zo worden er meer verhalen verteld. Ook kleine lijnen in het verhaal, zoals de verloren grandeur van steden als Wenen en Praag, waar de oude cultuur aan het afsterven is, roepen om meer, meer, meer. In Caesarion zit een geniale cyclus verborgen.

Het kan ook zijn dat de leeservaring van Joe Speedboot mij teveel in de weg zit. Dat er nog enkele jaren overheen moeten gaan om Caesarion goed te kunnen beoordelen. Dat je nog te vol bent van een oude geliefde om een nieuwe geliefde toe te staan.

Coen Peppelenbos

TOMMY WIERINGA: Caesarion. De Bezige Bij, Amsterdam, 366 blz. €19,90 (€24,90 hardcover).

Bekijk Reacties

7 Responses to Recensie Tommy Wieringa – Caesarion

  1. rein swart says:

    in de beperking toont zich de meester, denk ik dan

  2. Frank says:

    Ik deel de mening van de recensent niet; ik vond het een geweldig boek. Bij vlagen zelfs geniaal. Een literair hoogtepunt.

  3. Elisa van Rossum says:

    Prachtig boeiend boek!

  4. Heerlijk boek daar wordt ik blij van

  5. marian says:

    Ik ben het volledig eens met de mening van de recensent, daarbij kan ik toevoegen dat ik Joe Speedboot NIET heb gelezen. Dan nog is Caesarion teveel van het goede en hoopte ik als lezer veel meer van al die personages te weten te komen………..wat helaas uitbleef.

  6. Josefien says:

    Ik vond het juist mooi dat je niet zo veel over de personages te weten krijgt. Dat maakt het boek op een bepaalde manier oppervlakkig, wat goed past is omdat Ludwig in het boek ook van hot naar her gaat en niks vind. “Hij geleerd heeft nergens een thuis te verlangen”

  7. rita says:

    heeeeeeerlijk boek.in 1 adem uitgelezen !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

 

De drie plagen van Manirema – José J. Veiga
2 juli 2015
Allegorische fantasie streelt de zintuigen

Recensie door Anky Mulders

José Veiga’s boeken beginnen volgens vertaler Harrie Lemmens steeds in een dorp, waarin het onschuldige, gezapig leventje van buitenaf ruw wordt verstoord.
Lees verder >
Het nulnummer – Umberto Eco
1 juli 2015
Zelfspot en ironie in ogenschijnlijk lichtvoetige roman van Eco

Door Geurt Franzen

Umberto Eco (1932) rijgt historische feiten aan een kralensnoer en maakt die ketting met behulp van zijn verbeelding sluitend. Maar zelfs de schakeltjes die het product zijn van zijn fantasie, zijn echt.
Lees verder >
Franz Kafka, Schrijver van schuld en schaamte – Saul Friedländer
30 juni 2015
‘Onweerlegbare, ondraaglijke angst’

Recensie door Evert Woutersen

Franz Kafka (1883-1924) schreef in 1921 aan zijn vriend Max Brod: ‘Beste Max, mijn laatste wens: alles wat zich aan dagboeken, manuscripten, brieven van mij of anderen, tekeningen, enzovoorts in mijn nalatenschap bevindt (dus in de boekenkast, in de linnenkast, in de schrijftafel,
Lees verder >
De stad aan de rand van de hemel – Elif Shafak
29 juni 2015
Wit als gekookte rijst, zwart als de nacht

Recensie door Els van Swol

Achter in het achtste boek van de schrijfster Elif Shafak dat bij uitgeverij De Geus verschijnt, zit een verklarende woordenlijst die bij lange na niet voldoet. Dat zegt veel over de westerse onkunde wat betreft de oosterse wereld in het algemeen en de islam in het bijzonder.
Lees verder >
Levenswerk. Verzamelde non-fictie – Paul Auster
25 juni 2015
Non-fictie van een Amerikaanse eurofiel

Recensie door Maarten Buser

Paul Auster (1947) is in Nederland vooral bekend als romancier maar voor zijn eerste roman verscheen, debuteerde hij met een gedichtenbundel waarna er nog drie bundels volgden en een memoires. Maar hij is ook vertaler, nawoord-schrijver, essayist en kenner van de Europese literatuur.
Lees verder >

Ontvang onze nieuwsbrief

De stad der blinden door Theater Utrecht
29 juni 2015
'En die nacht droomde de blinde man dat hij blind was.'

Agenda / Theatervoorstelling: Stad der blinden / 2 t/m 11 juli / Over het IJ festival / Amsterdam

Stad der blinden gaat over de inwoners van een stad waarvan de de ene na de andere opeens blind wordt. Zomaar in een auto, op straat, in een hotel of thuis.
Lees verder >
Oogst week 26
25 juni 2015
door Menno Hartman

Het is een pil, deze ruime keuze uit de gedichten van Joseph Brodsky, en wat een rijk boek! Voor de liefhebbers van deze Nobelprijswinnaar van 1987 is het een intense 'eindelijk!' ervaring. Bij verschillende uitgevers, maar met name De Bezige Bij waren in de loop der jaren, vooral de 90-er jaren wel een aantal kleinere verzamelingen verschenen in vertalingen van verscheidene vertalers. Nu heeft Kees Verheul, vertaler, essayist, romanschrijver en gewezen vriend van Brodsky de redactie gevoerd over de grootste keuze. En daar mogen we blij mee zijn: meticuleus geannoteerd, en wellicht zijn de vertalingen her en der ook wat rechtgetrokken door een centraal redactie-oog. Hulde voor Verheul.

Schrijver dezes heeft zich bijvoorbeeld al geheel verloren in een paginalang gedicht getiteld De Vlieg:

'Terwijl je zong, is 't najaar aangebroken
Een spaander heeft de kachel aangestoken.
Terwijl je zong en vloog en snorde,is 't koud geworden.

En langzaam kruip je nu langs het vervuild
geraakte kookfornuis. Je blik vermijdt
de plek waar je vandaan kwam in april.
Nu kan of wil

je niet bewegen. Jou te doden kost me dus
geen moeite. Maar, als een historicus
die lijden mooier vindt dan dood of leven,
wacht ik nog even.'

Van klein naar groot: een exercitie die bij Brodsky in goede handen is, dit gedicht over een vlieg, gaat over heel veel meer.Dit is een prachtig boek! Omslagontwerp Brigitte Slangen. Bezige Bij , € 59,90.

indexTim Parks legt ons uit waarom hij leest. Alleen het register op het boek is al een heel fraaie combinatie van schitterende bekende namen en namen die onbekend zijn en een blijde verwachting wekken. De Italië specialist Parks noemt gelukkig net genoeg Italianen, onder wie Veronesi en Svevo, Gadda. Maar mist er ook een paar, onder wie Fenoglio en Satta en Pirandello. Desalniettemin een fijn vakantieboek dat zich al door het register tegen het e-book keert: dit is een boek om te bladeren. Omslag Jan van Zomeren. Arbeiderspers, € 17,99.

9200000040900085Houdt hem in de gaten deze man, alles kan hij, dichten, romans schrijven, en... fotograferen. Het omslag is van Steven van der Gaauw maar met foto van Schiferli, waarin, van nabij gezien in het wat vage mistige landschap de minuscule wasknijpers elk  gekleurd zijn, op zich een zeer geslaagd beeld van wat Schiferli in zijn gedichten vermag.

Arbeiderspers met € 18,99 wel een wonderlijk hoopgeprijsd boek.
Oogst van week 25
17 juni 2015
Door Ingrid van der Graaf

Philibert Schogt (1960) debuteerde in 1998 bij De Arbeiderspers met De wilde getallen, wat internationaal een succes werd. End of Story - Einde verhaal, is zijn vijfde roman. Het is een tweetalige roman die als twee op zichzelf staande verhalen gelezen kan worden, het ene in het Nederlands, het andere in het Engels. Schogt heeft de verhalen zo gecomponeerd, dat ze tezamen een groter geheel vormen. End of story gaat over een literair vertaler in ruste die zijn memoires gaat schrijven, met zijn tweetalige achtergrond als rode draad. Van jongs af aan heeft hij het gevoel twee verschillende persoonlijkheden in zich te bergen, een Engelstalige en een Nederlandstalige. De ene persoonlijkheid neemt het op tegen de andere. Een boeiend gegeven van een auteur die zelf opgroeide in de VS en Canada en tegenwoordig in Amsterdam woont. Uitgegeven bij De Arbeiderspers, prijs € 19,99, 344 pagina's.

De jury van de C. Buddingh’-prijs 2014 noemde hem 'Een uiterst beweeglijk en vindingrijk dichter.’ Maarten van der Graaff  (1987) debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten die werd bekroond met bovengenoemde prijs.

Dood werk/Maarten van der graaff

Dood werk is zijn tweede bundel die Van der Graaff als volgt samenvat: Nederland, ik schrijf dit niet zomaar, / ik zoek naar je dood en gemeenschap. / Ik zoek naar je waarheid en haat. / Ik schrijf gedichten. / Ik ben in de war. / Ik zoek naar je lichaam. Ik ben oppervlakkig.
Een oproep om grondig te lezen, deze bundel. Dood werk blijkt naast tegenstrijdigheden, vooral vol leven te zitten. Uitgegeven bij Atlas/Contact, Prijs € 19,99.

 

9200000043452647A.L. Snijders (1937) maakt mee wat iedereen meemaakt maar in tegenstelling tot velen, schrijft hij het op. Op een schetsmatige wijze beschrijft hij wat hij ziet/hoort/leest. De libelleman is een bundeling verhalen. Het titelverhaal gaat over een man die libellen fotografeert. Hij staat een halve nacht tot zijn nek in een inktzwarte bosvijver met de camera in zijn ene hand en een felle lamp in zijn andere. Die man zou Snijders kunnen zijn: een waarnemer en ooggetuige zonder oordeel. 'De libelleman vertelde me dat hij ooit als goudsmid voor een weddenschap een zeer klein doosje met een scharnierende deksel had gemaakt, een kubus van een millimeter. Ik kon mijn oren niet geloven, maar ik had het goed verstaan, hij zou het bij zijn volgende bezoek meenemen.'
De illustraties in dit boek zijn gekozen door Y. Sweering. Het is materiaal uit haar eigen verzameling werk: beelden die zij vond passen bij het werk van haar man. Prijs € 34,50, pagina's 324, bij AFdH Uitgevers.
Ter Braak & Du Perron in Salon Saffier
11 juni 2015
Agenda / vrijdag 19 juni / 20.15 uur / Utrecht

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Menno ter Braak en Eddy du Perron op 14 mei 1940 overleden. Ter Braak maakte op de dag van de capitulatie van Nederland een eind aan zijn leven, Du Perron overleed aan een hartaanval.
Lees verder >
Oogst week 24
11 juni 2015
Door Menno Hartman

Swanns kant op heet het eerste deel van de roman Op zoek naar de verloren tijd nu. 'Was een nieuwe Proust-vertaling nodig?' vroeg Michael Bellon aan Eric de Kuyper, Proust kenner en liefhebber.
De Kuyper: 'Toch wel. Omdat de vorige Nederlandse vertalingen toch altijd wat stroef waren. Je voelde heel goed dat de vertalers moeilijkheden hadden en dat vergemakkelijkt de lectuur natuurlijk niet. Wat in het Frans vlot leest, wordt in het Nederlands snel stijf en droog. Proust heeft ook veel humor en zelfspot die in de Nederlandse vertaling vaak verdwenen. Deze nieuwe poging vertrekt ook vanuit het standpunt dat de tekst makkelijk leesbaar moet zijn. De vertalers permitteren zich bijvoorbeeld om de lange zinnen soms door te knippen en een punt te zetten waar Proust een kommapunt gebruikte. Dat had Proust in het Frans zelf ook gekund, want hij overdrijft soms met zijn kommapunt. Proust schreef trouwens ook veel directe dialogen die altijd puntig en vlot zijn en helemaal niet retorisch. Ik merk dat de vertalers dat goed hebben overgenomen. Ze hanteren normale spreektaal.'

Veel discussie over de titel al, en veel discussie over de vertaling. De vertalers Rokus Hofstede en Martin de Haan geven zelf antwoord.

Binnenkort op Literair Nederland.