Recensie ‘Nachtlied’ – Bas van Putten

13 april 2009

Door Marjolein Paalvast

Het is een zaterdag eind maart, het begin van een nieuwe lente. Voor het eerst in weken is het warm en zonnig ? een ideale dag om met een boek te genieten van de buitenlucht. Gewapend met een zonnebril, een fles zonnebrandmelk en een volle pot thee, installeer ik me in de luwte van mijn balkon met Nachtlied, de nieuwe roman van Bas van Putten.
Het eerste hoofdstuk had geen groter contrast kunnen vormen met de stralende eerste lentedag. We schrijven oktober 1838: in het holst van de nacht hobbelt een passagierskoets van Praag naar Wenen. Op de bok, naast een benevelde koetsier, zit Richard Hauch, een bekend componist uit Leipzig. Hauch is een man met een doel: hij is door het donker op weg naar Wenen om daar als chef-redacteur een muziektijdschrift op de markt te brengen en om er als componist ‘een voorbeeld te stellen’. In Wenen wil hij te zijner tijd ook trouwen met zijn ‘gepantserde’ verloofde, Agnes.
Meeschommelend op het ritme van de koets, arriveer ik achttien pagina’s later in de Oostenrijkse hoofdstad. Het kost me moeite om in het verhaal te komen. Dat ligt vooral aan de formulering van Nachtlied. Het taalgebruik van Van Putten is erg aanwezig. Zijn schrijfstijl is ‘gedragen’, verheven. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, zoveel mogelijk buiten de standaard woordkeus, en bouwt zinnen die haast melodieus aandoen. Door de grote mate van aandacht voor de formulering is deze echter zo sterk aanwezig, dat de inhoud op de achtergrond raakt. Het verhaal krijgt me niet te pakken ? ik blijf van een afstand observeren.
In het negentiende-eeuwse Wenen strijden twee verhaallijnen om de aandacht van de lezer. Enerzijds is er de beschrijving van de pogingen van Hauch om vaste voet aan de grond te krijgen als componist en als vertegenwoordiger van tijdschrift Die Musik. Anderzijds zijn er de reminiscenties over en brieven aan zijn geliefde Agnes, waarin we een beeld krijgen van de gecompliceerde relatie tussen het muzikale paar.
Verbindende factor tussen de twee verhaallijnen is de vader van Agnes, herr Rochlitz. De bureaucratische problemen die Hauch ondervindt bij het lobbyen voor een stevige bodem voor zijn tijdschrift, worden veroorzaakt door een breed opgezette lastercampagne van de oude Rochlitz. Maar belangrijker: ook de liefdesproblemen die Hauch ondervindt in zijn relatie met Rochlitz’ dochter, zijn aan hem toe te schrijven. Naarmate het boek vordert wordt steeds duidelijker in welke obsessieve mate Rochlitz pogingen onderneemt om Hauch bij Agnes weg te houden: het stel lijkt vogelvrij verklaard.
Van Putten weet een mooi tijdsbeeld te schetsen. Zijn schrijfstijl past bij mijn voorstelling van Oostenrijk in de negentiende eeuw en de karakters die hij neerzet doen denken aan Hildebrands Camera Obscura. Door zijn wijdlopige beschrijvingen en gedetailleerde weergave van de muur van bureaucratisch vertoon waar Hauch in Wenen tegenaan loopt, vertraagt het verhaal in het middenstuk echter te sterk. De lezer dreigt te verdwalen in een woud van namen, opsommingen en gedachtesprongen.
Nachtlied laat zich het beste te vergelijken met een muziekstuk. Qua opbouw maakt het een golfbeweging. Versnelling ? vertraging ? versnelling: allegro ? adagio ? allegro. Qua formulering heeft de tekst een sterk muzikale klank ? ik betrap mezelf erop dat ik zinnen zachtjes voor mezelf uitspreek om de cadans van de woorden beter te voelen. ‘Ritmisch bewegend, zwevend licht, onmogelijk paradoxaal staccato en legato tegelijk, dat als een luie bliksem gaten schiet in het toneelgordijn waarmee een goede god bij nacht de grootsheid van zijn schepping afschermt voor de boze blikken van de ketters die zijn macht nooit hebben leren vrezen.’ Maar: hoewel de roman technisch gezien gedegen in elkaar steekt, raakt het verhaal me ? juist door het opvallende taalgebruik – nergens echt. Zoals Hauch schrijft: ‘De symfonie ? ik heb het eenmaal geprobeerd en dat is niets geworden. Dat is een genre dat niet wacht op de muziek en er de vorm voor in de plaats stelt.’ Ik had het zelf niet beter kunnen verwoorden.

Bas van Putten, Nachtlied. De Arbeiderspers, 2009. Vrij gebaseerd op de lotgevallen van het echtpaar Robert Schumann (componist) en Clara Wieck (pianiste)

Reageer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

de hemelse kamer – Huub Beurskens
23 mei 2012
Net iets te en daarom wat minder

Recensie door Machiel Jansen

Het is druk in de hemelse kamer de nieuwe roman van Huub Beurskens, dichter, schrijver en voormalig redacteur van De Gids. Niet omdat er veel romanfiguren in voorkomen, dat is niet het geval, maar omdat er zo heel veel wordt verwezen, geciteerd, uitgeweid en opgesomd.
Lees verder >
Mangalaan 27 – Kristine Groenhart
22 mei 2012
Een dramatisch leven in Nederlands-Indië

Recensie door Wil van Basten-Malipaard

‘Wat waren ze vol goede moed geweest'
Kristine Groenhart  beschrijft op verzoek van schrijfster Mischa de Vreede de levensgeschiedenis van haar vader Ernst de Vreede die in 1925 met zijn kersverse bruid Henny Bomers aankomt op Ambon.
Lees verder >
Kristalman – Atte Jongstra
15 mei 2012
Multatuli in een ander daglicht

Recensie door Jaap M. Jansen

Ach, we houden zoveel van lijstjes, van hiërarchieën. Héérlijk vinden we het, die Top 2000, die filmlijst van de IMDb, die peilingen van Maurice de Hond. Genieten.
Lees verder >
De dienares – Tim Parks
14 mei 2012
Een rockchick verloren in de edele Stilte 

Recensie door: Joost van der Vleuten

Een roman schrijven over een jonge vrouw met een leven vol sex, drugs en rock &roll, die zich terugtrekt in een Boeddhistisch klooster. Kan dat? Wordt dat geen blijmoedige kitsch of goedkope tirade tegen het westerse materialisme? Niet noodzakelijk.
Lees verder >
Liever waanzin dan weemoed
10 mei 2012
Recensie door Albert Hogeweij

Ademhalen onder de maan is Ingmar Heytzes tiende bundel. Eentje met gedichten over dagelijkse gebeurlijkheden, zelf beleefd dan wel opgepikt uit krantenberichten, alledaagse gedachten en ervaringen en bij voorkeur afgeleiden daarvan, al dan niet in opdracht geschreven en 39 in getal.
Lees verder >
Tommy Wieringa en A.L. Snijders over reizen en thuisblijven
24 mei 2012
Twee begeesterde en eigenzinnige schrijvers in gesprek tijdens De geest moet waaien op vrijdag 1 juni in het Arnhemse Theater aan de Rijn.

Tommy Wieringa schreef de toonaangevende romans Joe Speedboot en Caesarion. Hij komt uit Twente maar woonde in zijn jeugd op de Antillen en is leeft nu in Noord-Holland.
Lees verder >
Literaire nalatenschap F. Harmsen van der Beek naar Letterkundig Museum
24 mei 2012
Nieuws van de redactie

Het Letterkundig Museum heeft sinds woensdag 23 mei de literaire nalatenschap van Fritzi ten Harmsen van der Beek (1927-2009) verworven. Harmsen van Beek is dichter van een klein oeuvre. De geringe omvang van haar werk is echter omgekeerd evenredig aan de grote bewondering die het vrijwel unaniem ten deel viel en valt.

Harmsen van der Beek vond dat vrijwel niets blijvende waarde had, ook haar gedichten en tekeningen niet. Ze tekende graag op bevroren ruiten en schiep er genoegen in te zien hoe die vervolgens door de warmte van de zon als kleine waterstraaltjeshun weg naar de vensterbank vonden. Desondanks laat ze een omvangrijk archief na. Behalve aantekeningen, manuscripten en (jeugd)foto’s bestaat de nalatenschap ook uit brieven, van onder meer Judith Herzberg, CharlotteMutsaers, Cees Nooteboom, Gerard Reve en Renate Rubinstein. Bijzonder zijn de vele tekeningen die Harmsen van der Beek maakte en de vele parafernalia waarmee zij zich omringde. Tot het archief behoren ook veel familiaire paparassen en boeken met opdrachten van schrijvers en kunstenaars waar onder A. Roland Holst, Matthijs Röling en M. Vasalis.

Tijdens de feestelijke overdracht van het archief werd ook de bundel In goed en kwaad. Verzameld werk van F.Harmsen van der Beek gepresenteerd.
'In samenspraak met de erven zijn nu haar publicaties bijeengebracht in een mooi verzorgde gebonden editie, waarin ook alle verspreid gepubliceerde gedichten en verhalen zijn opgenomen. De verschijning van In goed en kwaad is daarmee een literaire gebeurtenis, die er voor zorgt dat dit grootse en bruisende werk voor lange tijd beschikbaarblijft’, aldus uitgeverij De Bezige Bij.

www.letterkundigmuseum.nl

 
IJsseloever – een poëtische app
22 mei 2012
Dichter Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman maakten voor 'Poëzie op het mobiele scherm' van het Nederlands Letterenfonds en de Mondriaan Stichting de iPad app IJsseloever. In het verhaal zijn vijftien videogedichten en een audio clip verwerkt.

Omschrijving van de inhoud:
Twee bejaarde vrouwen wonen al tientallen jaren aan de rand van een Gelders dorp. De vriendinnen worden ze genoemd. Ze komen niet vaak in het dorp, ze hebben eigenlijk alleen contact met een twintigjarige jongen. Een keer peer week haalt hij de vriendinnen op, ze rijden dan naar de rivier, een kilometer of twintig stroomopwaarts. Ze kijken naar de schepen, lezen de opschriften en varen in gedachten mee naar Duitsland, naar Frankrijk. Zestien momenten uit hun levens zijn verborgen in de IJsselvallei ten westen van Zutphen, die zijn te vinden op de kaart en te lezen door de locaties aan te raken of door te bladeren.

Wim Brands en grafisch ontwerper Max Kisman brachten beiden hun jeugd door in de IJssel-, respectievelijk Oude IJsselvallei in de provincie Gelderland. Zij onderzochten de mogelijkheid van het draagbare beeldscherm als literair podium in het kader van het project ‘Poëzie op het mobiele scherm’ van het Nederlands Letterenfonds en het Mondriaan Fonds.

Er verschijnt ook een gedrukte kaart van de IJsselvallei waarop de video’s te bekijken zijn wanneer met de Junaio augmented reality browser de smartphone op de markers richt €2,- (excl. verzenden).
De app wordt uitgegeven door TYP/Three Publishers en is verkrijgbaar in de App Store voor €1,59.
Voor de eerste 100 downloaders/kopers va de IJssel is er een extraatje. Ze ontvangen een speciale landkaart voor een bijzondere belevenis! Mail je AppStore-afrekening van IJsseloever en adresgegevens aan: ijsseloever@ttypp.nl en je krijgt de kaart! Je kunt de de IJsseloever-app kopen in de AppleStore, meer info vind je hier.

Zes verschillende teams van dichters en ontwerpers namen deel aan 'Poëzie op het mobiele scherm'. Hun eindresultaten werden 17 mei j.l.  gepresenteerd in het Trouw gebouw te Amsterdam.

 
Wat een geluk – Gerry van der Linden, feestelijke presentatie 24 mei
21 mei 2012
Gesignaleerd door de redactie

Wat een geluk is de negende dichtbundel van Gerry van der Linden. In deze bundel onderzoekt Van der Linden sporen uit haar verleden, die zij opnieuw gestalte geeft door ze tegen het licht van het heden te houden. Daarbij zichzelf en anderen niet sparend.
Lees verder >
Open stad – Teju Cole
21 mei 2012
Teju Cole, auteur van het onlangs verschenen Open stad brengt binnenkort een bezoek aan Amsterdam (29 mei) en Brussel (30 mei). In zowel Nederland als België is dit boek lovend ontvangen. Open stad is het romandebuut van de van oorsprong Nigeriaanse schrijver. Het gaat over het lot van de hedendaagse immigrant in het New York van nu.
Lees verder >