De Maximalen, een samenzwering van dichters

10 juli 2008

Door Martien Bos
mei 2005

Ik wil niet stoken, maar is het niet vreemd dat er zo weinig geruziet wordt in de poëzie? Ja, misschien af en toe, tussen twee personen onderling (verkeerde vrouw gekust, een bierrekening die nog vereffend moet worden), of tamelijk obligaat tussen aanhangers van Ilja Leonard Pfeiffer en die van Driek van Wissen. Af en toe wat gerommel vlak voor een prijsuitreiking, maar een donderend onweer blijft steevast uit.

Hoe lang is het geleden dat twee continenten dichters op elkaar botsten en een zeebeving veroorzaakten? (Poëzie heeft meer met water te maken dan met land.) De laatste groep of beter dus: stroming die de literatuurgeschiedenis meldt, is die van de Maximalen, een stroming waarvan Zwagerman en Boskma misschien de bekendsten zijn geworden, maar wat stellen zij tegenwoordig programmatisch nog voor in hun oude teamverband? De Maximalen zijn allemaal uiteindelijk solo gegaan ik weet niet precies hoe snel na hun bloemlezing Maximaal, maar in ieder geval is het alweer zo’n tijd geleden, dat geen enkele dichter van onder de dertig iets van die rimpeling in de vaderlandse literatuurgeschiedenis gemerkt heeft.

Puur alleen al uit historisch oogpunt zou het geen slecht moment zijn voor een dichtersbende om zich te verenigen en zich duidelijk uit te spreken. Als de geschiedenis zich altijd herhaalt, waarom nu dan kennelijk niet? Om meer redenen zou het niet vreemd zijn als er juist nu een collectief gevormd werd, compleet met manifesten, drankgelag en poëtische, op papier uitgevochten meningsverschillen. Niet alleen domweg omdat de jaren ’80 zo ver achter ons liggen zou een samenzwering van dichters voor de hand liggen, maar ook om inhoudelijke redenen is er aanleiding voor. Op dit moment is er een aanzienlijke groep jonge dichters waarin zonder al te veel moeite een eigen geluid op lijkt te klinken. Dichters die toegankelijke en toch niet meteen te doorgronden poëzie maken. Vaak bij uitstek beeldende poëzie, niet zonder humor, licht-absurdistisch zelfs, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Opvallend vaak gaan de gedichten over schijnbaar onbeduidende voorvallen, zinloze feiten, of lijken het niet meer te zijn dan vreemde registraties poëzie waarbij de betekenis van het gedicht in kwestie zich eerder laat navoelen dan verklaren, maar tegelijkertijd poëzie die urgent is en de lezer aan de haren uit de wereld trekt en er evenhard naartoe sleurt. Ik denk nu aan de poëzie van Joep Kuijper, Erik Solvanger, Bas Belleman, Saskia de Jong… maar deze rij namen is ongetwijfeld makkelijk aan te vullen en te verscherpen. Ik vermoed dat het dichters zullen zijn die zich eerder verwant voelen met Wouter Godijn, Erik Menkveld en Nachoem Wijnberg dan met Jules Deelder of Martinus Nijhoff.

Het is bekend dat een nieuwe groep zich af hoort te zetten. Zonder rumoer kom je immers nergens. En er zijn kandidaten genoeg waar die nieuwe groep zich tegen af zou kunnen zetten. Voor de hand ligt: de Maximalen, of de groep Van Wissen-Rawie. En een tegengeluid als reactie op het barre gerijm van de gemiddelde Nederhop-rapper is ook niet ondenkbaar, maar de duidelijkste, grootste en meest logische opponent lijkt me de groep podiumdichters. Dan kunnen discussies in ieder geval over iets inhoudelijks gaan, namelijk over de eeuwige vraag wat poëzie tot poëzie maakt.

Het is natuurlijk goed dat de podiumdichters er zijn; ze brengen literatuur aan de man de dichtkunst nog wel, ze opereren in een vruchtbare, competatieve underground-sfeer en er is publiek: de ultieme vorm van bestaansrecht. Maar daar gaat het niet om. (Met deze redenatie heeft de societypagina van De Telegraaf ook bestaansrecht, net zoals Costa, het kapsel van onze minster-president Balkenende of de atoombom.) Hoe kan het dat podiumpoëzie zo soepel en vanzelfsprekend het literaire klimaat binnengewaaid is? Je zou je immers voor kunnen stellen dat papieren dichters niet moe worden te wijzen op een soort effectbejag (herhaling, populaire humor, rijm) dat niet tot het stilistische takenpakket behoort van de ware dichter. Die dicht immers voor de eeuwigheid en niet voor een halfvolle zaal met bevriende studenten en toevallige cafégangers. Een herdruk als grootste applaus. Ik meen me te herinneren ooit wel eens soortgelijke bezwaren gehoord te hebben, maar dat waren toch niet meer dan losse flodders in vergelijking met wat een groep dichters aan arsenaal in huis zou moeten hebben.

Nogmaals, ik wil niet stoken, maar er mogen voor de goede zaak best woorden vallen. Bovendien hoeven onze podiumdichters maar naar de tradities uit de Klassieke Oudheid te verwijzen of ze hebben het literaire gelijk weer aan hun zijde. Even maar, want iedereen snapt dat traditie alles behalve een garantie is voor goede kunst. Misschien ontbreekt de aanleiding voor een dergelijke discussie (en daarmee onderscheidingsdrift), maar hé, het is geen oorlog, en bovendien, ik hoef helemaal geen nieuwe stroming of  groepering, ik vind het alleen opvallend dat een verzameling dichters hun overeenkomsten niet uitbuiten. Of zou iedereen murw gebeukt zijn door het postmodernisme, die hinderlijke parapluterm die het zicht op een helder gesprek vaak ontneemt?

Het kan ook zijn dat er om praktische redenen geen verbonden gesmeed worden: er bestaat in het Nederlands taalgebied heen literair tijdschrift met een duidelijk programmatisch smoel, laat staan een tijdschrift met een onweerstaanbare aantrekkingskracht op jonge schrijvers en dichters. Van uitgevers hoef je zo’n blad niet te verwachten, maar in dit tijdperk van laptops, laser- en kleurenprinters en on demand-drukkerijtjes kunnen ambitieuze dichters enige vorm van passiviteit niet meer verantwoorden. Nee, een podium is zo geregeld voor een groep dichters die als zodanig de boeken in willen. Het kan zijn dat ik ernaast zit, maar volgens mij is dit het moment waarop dichters geschiedenis zouden kunnen schrijven. Nu, dit jaar nog, 2005, misschien zelfs nog voor de zomer. Ton Anbeek mag z’n tekstverwerker alvast aanzetten als het aan mij ligt.

 

Reageer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Kristalman – Atte Jongstra
15 mei 2012
Multatuli in een ander daglicht

Recensie door Jaap M. Jansen

Ach, we houden zoveel van lijstjes, van hiërarchieën. Héérlijk vinden we het, die Top 2000, die filmlijst van de IMDb, die peilingen van Maurice de Hond. Genieten.
Lees verder >
De dienares – Tim Parks
14 mei 2012
Een rockchick verloren in de edele Stilte 

Recensie door: Joost van der Vleuten

Een roman schrijven over een jonge vrouw met een leven vol sex, drugs en rock &roll, die zich terugtrekt in een Boeddhistisch klooster. Kan dat? Wordt dat geen blijmoedige kitsch of goedkope tirade tegen het westerse materialisme? Niet noodzakelijk.
Lees verder >
Liever waanzin dan weemoed
10 mei 2012
Recensie door Albert Hogeweij

Ademhalen onder de maan is Ingmar Heytzes tiende bundel. Eentje met gedichten over dagelijkse gebeurlijkheden, zelf beleefd dan wel opgepikt uit krantenberichten, alledaagse gedachten en ervaringen en bij voorkeur afgeleiden daarvan, al dan niet in opdracht geschreven en 39 in getal.
Lees verder >
Peuteren aan de rafelranden van het gewone
8 mei 2012
Recensie door Machiel Jansen

De Canadese pianist Glenn Gould (1932-1983), ooit wereldberoemd door zijn onnavolgbare uitvoeringen van Bach, waarbij je hem kon horen neuriën en zichzelf met één hand zag dirigeren, had een voorliefde voor de muziek van Arnold Schönberg. Deze had in 1921 de zogenaamde twaalf tonen muziek bedacht.
Lees verder >
Gedichten voor mensenkinderen
4 mei 2012
Recensie door Joost van der Vleuten

J.C. Bloem heeft het in één van zijn gedichten over ‘Moeilijk gewoon geluk’. Zeker in poëzie is dat een precaire zaak. Kitsch en wezenloosheid liggen op de loer. Hoewel: Gorter (Verzen 1890), Leo Vroman (maar lang niet altijd) en zelfs Gerrit Achterberg (bij vlagen, in Hoonte) wisten er wel weg mee.
Lees verder >
Spinvis te gast bij Literair Dispuut Flanor te Groningen
17 mei 2012
Dinsdagavond 29 mei is muzikant en zanger Erik de Jong van de eenmansband Spinvis te gast bij Literair Dispuut Flanor.
Lees verder >
Staande receptie. Literatuur, kritiek en literatuurwetenschap – Jos Joosten
16 mei 2012
Gesignaleerd

Vorige maand verscheen bij uitgeverij Vantilt het boek Staande receptie met als ondertitel Literatuur, kritiek en literatuurwetenschap.

'Vanaf het moment dat het eerste kritische oordeel over een boek werd gepubliceerd, waren er betrokkenen boos of blij. En derden wisten zeker dat het helemaal anders moest.
Lees verder >
Poetry International Festival – dinsdag 12 juni t/m zondag 17 juni
16 mei 2012
Door Ingrid van der Graaf

Het enerverendste evenement van de Stichting Poetry International is het jaarlijkse Poetry International Festival waarvan het eerste festival  plaats vond in 1970. Sindsdien groeide het uit tot een van de grootste en toonaangevendste poëziepodia van de wereld.

Het alweer 43e Poetry International Festival loopt van dinsdag 12 tot en met zondag 17 juni in de Rotterdamse Schouwburg. Recente edities van het Poetry International Festival openden steeds op zaterdag met een drukbezochte poëzieparade. Sinds vorig jaar start het festival op dinsdag met een grootschalige opening, waarna de opbouw begint naar een weekend vol dichters, poëzie, debat en speciale programma’s op vele locaties in en om de Rotterdamse Schouwburg.

Centraal in het programma staan de international poëzievoordrachten van twintig festivaldichters afkomstig uit de hele wereld. Daarnaast zijn er speciale programma's die zich richten op een bijzondere dichter, poëzievorm of maatschappelijke of literaire actualiteit. In een aantal van deze specials wordt het jaarlijkse festival thema uitgediept. Ieder jaar is er speciale aandacht voor de winnaar van de VSB Poëzieprijs. Dit jaar is dat de dichter Jan Lauwereyns. Tijdens het festival wordt de C. Buddingh'-prijs uitgereikt aan de schrijver van het beste Nederlandstalige poëziedebuut. In de loop der jaren heeft het festival zich dusdanig ontwikkeld dat er steeds meer ruimte is voor het publiek om actief mee te doen door bijvoorbeeld een  masterclass poëzie schrijven of poëzie lezen te volgen. Of deelnemen aan vertaalprojecten of schrijfworkshops/wedstrijden. De zogenaamde Rotterdamdag focust zich hoofdzakelijk op Poëzie in Rotterdam.

Sinds 2008 konden de bezoekers van Poetry International een entreeprijs 'naar eigen waardering' betalen. Omdat in deze tijd de crisis overal toeslaat, zal voor het Poetry International Festival weer gewoon kaarten worden verkocht die via de kassa en de website van de Rotterdamse Schouwburg te verkrijgen zijn.

De deelnemende festivaldichters staan inmiddels online.

Prijzen variëren per festivalavond van € 7,50 tot en met € 15,-.
Met een passe partout variërend in prijs van € 20,- tot € 29,50 heeft u voordelig toegang tot alle festivalprogramma's.
Kortingen zijn er op vertoon van studentenkaart, CJP, seniorenkaart, Rotterdampas, Schouwburgkaart en Schouwburg Vakpas.
Kijk voor meer informatie over kaartverkoop op de site van de Rotterdamse Schouwburg.

Lees hier meer over de geschiedenis van Poetry International.

 

 
Boekenwijsheid: boekbespreking met Paul van Tongeren over nihilisme
16 mei 2012
Door Ingrid van der Graaf

Dinsdag 22 mei onderzoekt ethicus Paul van Tongeren aan de hand van de roman Speeldrift van Juli Zeh, of het leven waarde heeft en of de begrippen goed en kwaad enige betekenis hebben.
Lees verder >
Rug aan Rug – Julia Franck
15 mei 2012
Gesignaleerd door de redactie

De kritieken zijn vooral in Duitsland verdeeld over de nieuwe roman van Julia Franck, auteur van De middagvrouw die internationaal geroemd werd. Jeroen van Kan sprak met haar voor het radioprogramma De Avonden.
Lees verder >