-
Archives
- mei 2012
- april 2012
- maart 2012
- februari 2012
- januari 2012
- december 2011
- november 2011
- oktober 2011
- september 2011
- augustus 2011
- juli 2011
- juni 2011
- mei 2011
- april 2011
- maart 2011
- februari 2011
- januari 2011
- december 2010
- november 2010
- oktober 2010
- september 2010
- augustus 2010
- juli 2010
- juni 2010
- mei 2010
- april 2010
- maart 2010
- februari 2010
- januari 2010
- december 2009
- november 2009
- oktober 2009
- september 2009
- augustus 2009
- juli 2009
- juni 2009
- mei 2009
- april 2009
- maart 2009
- februari 2009
- januari 2009
- december 2008
- november 2008
- oktober 2008
- september 2008
- augustus 2008
- juli 2008
- juni 2008
- mei 2008
- april 2008
- maart 2008
- februari 2008
- januari 2008
- december 2007
- november 2007
- oktober 2007
- september 2007
- augustus 2007
- juli 2007
- juni 2007
- mei 2007
- april 2007
- maart 2007
- februari 2007
- januari 2007
- december 2006
- november 2006
- oktober 2006
- september 2006
- augustus 2006
- juli 2006
- juni 2006
- mei 2006
- april 2006
- maart 2006
- februari 2006
- januari 2006
- december 2005
- november 2005
- oktober 2005
- september 2005
- augustus 2005
- juli 2005
- juni 2005
- mei 2005
- april 2005
- maart 2005
- februari 2005
- januari 2005
- december 2004
- november 2004
- oktober 2004
- september 2004
- augustus 2004
- juli 2004
- juni 2004
- mei 2004
- april 2004
- maart 2004
- februari 2004
- januari 2004
- december 2003
- november 2003
- oktober 2003
- september 2003
- augustus 2003
- juli 2003
- juni 2003
- mei 2003
- april 2003
- maart 2003
- februari 2003
- januari 2003
- december 2002
-
Meta
Monthly Archives: maart 2008
Het uur van de waarheid

31 maart 2008
De euforie die ik voelde, toen de dames Van Binnendijk en Moor me vroegen om een stukje te schrijven voor de Literaire Pagina. Zelden heb ik me zo vereerd gevoeld. Dat debuut, een interview met Netty Simons, de schrijfster die later bekend is geworden als Annel de Noré, heeft me toen heel wat uurtjes ploeteren gekost. Nog vele portretten en verslagen volgden. En natuurlijk op een gegeven moment ook de eerste boekbesprekingen, die ik tot de dag van vandaag liever geen recensies wil noemen. Eerst een beetje aarzelend, mezelf afvragend: wie ben ik nou helemaal om allerlei kritische kanttekeningen te plaatsen? Maar al snel werd mijn toon zekerder.
Het blijft echter een dun koord waar critici op balanceren, en zeker in Suriname. Wat is een kwestie van persoonlijke smaak van de recensent, wat is slordigheid of juist vaardigheid van de schrijver, wat is technisch ‘on-kan’ en wat is een creatief hoogstandje? Waar mag de kritische lezer een westerse bril opzetten en wanneer moet hij in de felle tropenzon zijn ogen half dichtknijpen? Hoe langer ik medewerker was en hoe meer ik te weten kwam over de literatuur in Suriname, des te meer kreeg ik het gevoel op eieren te lopen. Op het dieptepunt van mijn verwarring was ik, naast mijn redacteurschap voor dWT-L en Literair Nederland, ook actief betrokken bij de organisatie van het vierde internationale literatuurfestival in Suriname: Werelden in ontmoeting. Waar lagen mijn loyaliteiten, en was het überhaupt eigenlijk niet een rare combinatie: ‘loyaliteit’ en ‘neutraliteit’?
Terwijl de kwetsbare eieren onder mijn voeten langzaam maar zeker veranderde in een explosief literair mijnenveld, schreef ik temidden van die wereld die aanvoelde als die beroemde kamer van Edgar Allan Poe, waarvan de muren letterlijk op de hoofdpersoon afkomen en hem dreigen te vermorzelen, in deze toestand van toenemende beklemmendheid, schreef ik een mail. Een collega in Nederland had me een aantal vragen over het literaire circuit in Suriname voorgelegd. Ik reageerde daarop, opeens op de pré-Surinaamse manier waarvan ik dacht dat ik die verleerd had. Heel open, een beetje kattig, erg kritisch en nogal bijdehand. Een fragment: ‘Het is ook heel pijnlijk omdat avond na avond (elke laatste woensdag van de maand) mensen met bagger daar komen staan en nooit leren dat ze door schaven en herschrijven en opnieuw beginnen van een stukje huisvlijt iets prachtigs kunnen maken.’. En: ‘(…) dichters denken dat ze goede presentaties geven wanneer ze keer op keer nog een half uur het publiek vervelen met mopjes, omdat ze van zichzelf denken dat ze zo’n goede voordracht doen’. Met als uitsmijter: ‘God en de bijbel wordt ook overal bijgesleept, en dan mag je helemaal niets zeggen’.
De nachtmerrie van iedere Internetgebruiker werd werkelijkheid: ik had de mail niet alleen naar de bevriende journalist verzonden, maar ook naar tout Paramaribo … Het moment dat ik daarachter kwam wilde ik zelf wel God en de bijbel erbij slepen: ik werd koud, ik kreeg het warm en ik kreeg een diep verlangen naar een hongerige Moeder Aarde die mij terstond liefdevol zou verzwelgen, tot in de eeuwigheid der dagen! Met gebogen hoofd bewoog ik mij beschaamd door het leven. Twee reacties maakten dat ‘mi ben kisi mi srefi’. Ismene Krishnadath, die door mij ook zeer zwart-wit beschreven was in mijn betoog, die lachte er zo smakelijk om dat ik niet anders kon dan meedoen, zij het een beetje als de spreekwoordelijke boer met kiespijn. En John Elskamp, die me uitbundig complimenteerde met deze volgens hem zo broodnodige openheid van zaken. Ik hief mijn hoofd weer op, het schaamrood verdween direct, ook tot in de eeuwigheid der dagen naar ik hoop, en ik nam mij voor om met ingang van onmiddellijk een einde te maken aan de zelfcensuur die ik steeds meer was gaan toepassen op mijn besprekingen. Eieren gebruik ik nu weer gewoon om een lekkere omelet mee te maken en mijnen die zijn er om opgeruimd te worden. Vrijen doe ik veilig, rijden ook, maar lezen, en schrijven over lezen? Zonder enige terughoudendheid! En wie ik wel denk dat ik ben dat ik dat zomaar mag doen?
Marieke Visser
Het blijft echter een dun koord waar critici op balanceren, en zeker in Suriname. Wat is een kwestie van persoonlijke smaak van de recensent, wat is slordigheid of juist vaardigheid van de schrijver, wat is technisch ‘on-kan’ en wat is een creatief hoogstandje? Waar mag de kritische lezer een westerse bril opzetten en wanneer moet hij in de felle tropenzon zijn ogen half dichtknijpen? Hoe langer ik medewerker was en hoe meer ik te weten kwam over de literatuur in Suriname, des te meer kreeg ik het gevoel op eieren te lopen. Op het dieptepunt van mijn verwarring was ik, naast mijn redacteurschap voor dWT-L en Literair Nederland, ook actief betrokken bij de organisatie van het vierde internationale literatuurfestival in Suriname: Werelden in ontmoeting. Waar lagen mijn loyaliteiten, en was het überhaupt eigenlijk niet een rare combinatie: ‘loyaliteit’ en ‘neutraliteit’?
Terwijl de kwetsbare eieren onder mijn voeten langzaam maar zeker veranderde in een explosief literair mijnenveld, schreef ik temidden van die wereld die aanvoelde als die beroemde kamer van Edgar Allan Poe, waarvan de muren letterlijk op de hoofdpersoon afkomen en hem dreigen te vermorzelen, in deze toestand van toenemende beklemmendheid, schreef ik een mail. Een collega in Nederland had me een aantal vragen over het literaire circuit in Suriname voorgelegd. Ik reageerde daarop, opeens op de pré-Surinaamse manier waarvan ik dacht dat ik die verleerd had. Heel open, een beetje kattig, erg kritisch en nogal bijdehand. Een fragment: ‘Het is ook heel pijnlijk omdat avond na avond (elke laatste woensdag van de maand) mensen met bagger daar komen staan en nooit leren dat ze door schaven en herschrijven en opnieuw beginnen van een stukje huisvlijt iets prachtigs kunnen maken.’. En: ‘(…) dichters denken dat ze goede presentaties geven wanneer ze keer op keer nog een half uur het publiek vervelen met mopjes, omdat ze van zichzelf denken dat ze zo’n goede voordracht doen’. Met als uitsmijter: ‘God en de bijbel wordt ook overal bijgesleept, en dan mag je helemaal niets zeggen’.
De nachtmerrie van iedere Internetgebruiker werd werkelijkheid: ik had de mail niet alleen naar de bevriende journalist verzonden, maar ook naar tout Paramaribo … Het moment dat ik daarachter kwam wilde ik zelf wel God en de bijbel erbij slepen: ik werd koud, ik kreeg het warm en ik kreeg een diep verlangen naar een hongerige Moeder Aarde die mij terstond liefdevol zou verzwelgen, tot in de eeuwigheid der dagen! Met gebogen hoofd bewoog ik mij beschaamd door het leven. Twee reacties maakten dat ‘mi ben kisi mi srefi’. Ismene Krishnadath, die door mij ook zeer zwart-wit beschreven was in mijn betoog, die lachte er zo smakelijk om dat ik niet anders kon dan meedoen, zij het een beetje als de spreekwoordelijke boer met kiespijn. En John Elskamp, die me uitbundig complimenteerde met deze volgens hem zo broodnodige openheid van zaken. Ik hief mijn hoofd weer op, het schaamrood verdween direct, ook tot in de eeuwigheid der dagen naar ik hoop, en ik nam mij voor om met ingang van onmiddellijk een einde te maken aan de zelfcensuur die ik steeds meer was gaan toepassen op mijn besprekingen. Eieren gebruik ik nu weer gewoon om een lekkere omelet mee te maken en mijnen die zijn er om opgeruimd te worden. Vrijen doe ik veilig, rijden ook, maar lezen, en schrijven over lezen? Zonder enige terughoudendheid! En wie ik wel denk dat ik ben dat ik dat zomaar mag doen?
Marieke Visser
Hans Lodeizen,Koen Hilberdink
Na de biografie over Hans Lodeizen van Gerard Bes uitgegeven in 2001 nu wederom een biografie over deze dichter. Als je de kritieken mag geloven is de biografie van Hilberdink een stuk beter en helderder. Zelf heb ik het boek van Bes niet gelezen dus daar kan ik niet over oordelen. Hans Lodeizen is vooral bekend als de gevoelige, jonggestorven dichter.
Lees verder >
31 maart 2008
Lees verder >
Hugo Claus overleden
Hugo Claus is op 78-jarige leeftijd in Antwerpen overleden. Claus debuteerde in 1947 met de dichtbundel Kleine Reeks. Zijn eerste roman, De Metsiers, werd direct bekroond. Vijfentwintig jaar geleden verscheen Het Verdriet van België, dat als zijn grootste werk wordt beschouwd.
Lees verder >
19 maart 2008
Lees verder >
Dietsche Warande en Belfort, Literair tijdschrift
Het oeroude Vlaamse literaire tijdschrift DWB (Dietsche Warande en Belfort) begint zijn 153ste jaargang met een nummer over Diclit.
Lees verder >
17 maart 2008
Lees verder >
Het omslagpunt in de Boekenweek

17 maart 2008
Ik vind de Boekenweek erg leuk. Vooral omdat de Boekenweek een soort tiendaagse is: nog meer week voor je geld. Het nadeel is dat de tweede helft er een beetje bij is komen te hangen. Je weet dat het feest al over zijn hoogtepunt heen is, maar je blijft toch stug de polonaise lopen.
Ik heb dit jaar ook voor het eerst gehoord over een vorm van agressie voordat de boekenweek begonnen is. Op het weblog van Gerbrand Bakker las ik deze reactie van boekhandelaar Inge Happé uit Bloemendaal: 'Vervelender vind ik de Boekenweekpromotie dagen voor de boekenweek op WOENSDAG van start gaat. Geen hond (eh.. klant) die wil accepteren dat ze het dan nog niet op maandag en dinsdag mogen hebben. Ik denk erover de zaak te sluiten in die dagen ervoor. De agressiviteit is soms echt niet leuk meer. En dat ik geen boete wil oplopen of collega's vals wil beconcurreren, daar hebben klanten geen boodschap aan.' In Groningen heb ik bij een boekhandel precies hetzelfde verhaal gehoord. Boekenhooligans.
Bart Temme van boekhandel Van der Velde uit Leeuwarden is op hetzelfde weblog ook boos: 'Vandaag had ik de hele dag klanten aan de kassa die bij het kopen van één boek per se twéé Boekenweekgeschenken wilden, omdat ze morgen met hun partner, vriend, vriendin, zus, broer, buurman, buurvrouw, neef, nicht, vader, moeder, opa of oma gratis (!) met de trein wilden reizen. God-nog-aan-toe!'
Ja, die schrijvers kunnen lekker boekenballen en zich een stuk in de kraag zuipen, maar het ware leed zit bij de boekhandelaar, een soort NS-loket. Maar die vrij-reizendag zit erop en nu moeten ze nog een hele week. Een hele week uitkijkend naar al die oude mensen die voorbijgaan. Een hele week nog aankijken met dat reclamespul van de grijze golf. Een hele week uitleggen dat dat kaartje niet meer geldig is. Een hele week wachten op het commentaar van CPNB-directeur Henk Kraima dat als volgt zal luiden: Deze Boekenweek heeft al onze verwachtingen overtroffen.
Nog een prettige week.
Coen Peppelenbos
Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel,Gerard Reve Willem Frederik Hermans
Eindelijk is dan de langverwachte correspondentie tussen de twee literaire reuzen Hermans en Reve verschenen.
Lees verder >
17 maart 2008
Lees verder >
De eerste liefde
Op zaterdag 5 april 2008, besluit de openingsdag van De week van de poëzie, met een avond over De eerste liefde. Deelnemende dichters zijn: Maria Barnas, Mark Boog, Anneke Claus, Erik Menkveld, Bart Moeyaert, Nafiss Nia en Elly de Waard. Het programma bestaat uit vele verschillende voordrachten afgewisseld met muziek van onder andere Habiba.
Lees verder >
13 maart 2008
Lees verder >
De samenkomst, Anne Enright
Zintuiglijk rauwe wanhoop in strelend proza
Tijdens de zondagse mis ziet Anne Enrights hoofdfiguur Veronica Hegarty een ernstig door syfilis getekende kerkbezoeker.
Lees verder >
10 maart 2008
Tijdens de zondagse mis ziet Anne Enrights hoofdfiguur Veronica Hegarty een ernstig door syfilis getekende kerkbezoeker.
Lees verder >
De pianoman, Bernlef
Iemand die zwijgt, is verdacht
Het begin van het Boekenweekgeschenk De pianoman van Bernlef is een beetje clichématig voor wie in het noorden van het land woont. De mensen zijn daar nogal stug en zwijgzaam. Zeker de vader en moeder van Thomas Boender, die pas op zijn vierde zijn eerste woordjes zegt: ‘Honger. Koek.
Lees verder >
10 maart 2008
Het begin van het Boekenweekgeschenk De pianoman van Bernlef is een beetje clichématig voor wie in het noorden van het land woont. De mensen zijn daar nogal stug en zwijgzaam. Zeker de vader en moeder van Thomas Boender, die pas op zijn vierde zijn eerste woordjes zegt: ‘Honger. Koek.
Lees verder >
Het kan verkeren

10 maart 2008
Ik ben tamelijk rechtlijnig in mijn boekenkeuze. Ik ga maar zelden af op het oordeel van recensenten (al verslind ik wel alle boekenbijlagen), kies in boekhandels die boeken die niet in de toptien staan, of die in grote stapels op tafel liggen en als iedereen om me het over een bepaald boek heeft, dan is voor mij de lol er eigenlijk al af. Gevaar van deze starre, wat arrogante houding (ik bepaal zelf wel wat ik lees) is dat ik soms veel tijd verspil aan slechte boeken (had ik nu toch maar vertrouwd op het oordeel van die recensent over de nieuwe Noordervliet) en dat er soms pareltjes aan mijn aandacht ontsnappen.
Gelukkig zijn er dan nog de leesexemplaren die uitgevers opsturen of vrienden die me overtuigen om toch dat ene boek te lezen. Zo heb ik mijn mening over Charlotte Mutsaers flink moeten bijstellen en bekruipt me nu zelfs een gevoel van schaamte over het feit dat ik nog maar een maand geleden heb lopen te verkondigen dat ik Koetsier Herfst écht niet zou gaan lezen, omdat ik ‘niets met Mutsaers heb en al helemaal niet met het onderwerp van haar nieuwe boek’ (ik had iets opgevangen over dierenactivisme). Ik was zelfs een beetje geïrriteerd dat een goede vriendin zo lyrisch was over het boek.
Maar op een druilerige zondagmiddag zat ik zonder boek. Koetsier Herfst lag al een week onaangeroerd op de die-boeken-ga-ik-toch-niet-lezen-stapel. Ik sloeg het open in de volle overtuiging dat ik het na twee bladzijden weg zou leggen en mezelf op de borst zou slaan, trots op het feit dat ik mijn eigen smaak zo goed ken… Maar wegleggen bleek helemaal geen optie, al na tien bladzijden moest ik me gewonnen geven en die grijze zondag gaf ik me volledig over aan het kleurrijke, absurde universum van Charlotte Mutsaers, aan haar humor, vitaliteit en creativiteit. Nu verkondig ik te pas en te onpas: lees Koetsier Herft, want - zoals wat flauw op de achterflap staat - ‘wie instapt in zijn koest zal nooit meer dezelfde zijn.’
Anne-Marie van der Poel
Zie ook de recensie van Patrick Bassant op deze site.
Gelukkig zijn er dan nog de leesexemplaren die uitgevers opsturen of vrienden die me overtuigen om toch dat ene boek te lezen. Zo heb ik mijn mening over Charlotte Mutsaers flink moeten bijstellen en bekruipt me nu zelfs een gevoel van schaamte over het feit dat ik nog maar een maand geleden heb lopen te verkondigen dat ik Koetsier Herfst écht niet zou gaan lezen, omdat ik ‘niets met Mutsaers heb en al helemaal niet met het onderwerp van haar nieuwe boek’ (ik had iets opgevangen over dierenactivisme). Ik was zelfs een beetje geïrriteerd dat een goede vriendin zo lyrisch was over het boek.
Maar op een druilerige zondagmiddag zat ik zonder boek. Koetsier Herfst lag al een week onaangeroerd op de die-boeken-ga-ik-toch-niet-lezen-stapel. Ik sloeg het open in de volle overtuiging dat ik het na twee bladzijden weg zou leggen en mezelf op de borst zou slaan, trots op het feit dat ik mijn eigen smaak zo goed ken… Maar wegleggen bleek helemaal geen optie, al na tien bladzijden moest ik me gewonnen geven en die grijze zondag gaf ik me volledig over aan het kleurrijke, absurde universum van Charlotte Mutsaers, aan haar humor, vitaliteit en creativiteit. Nu verkondig ik te pas en te onpas: lees Koetsier Herft, want - zoals wat flauw op de achterflap staat - ‘wie instapt in zijn koest zal nooit meer dezelfde zijn.’
Anne-Marie van der Poel
Zie ook de recensie van Patrick Bassant op deze site.
De tuinkamer,Lilian Blom
De schrijver Louis Ferron overleed in 2005 na een langdurig ziekbed. Hij droeg zijn echtgenote Lilian Blom op een boek over hem te schrijven. Lilian Blom is docente Engelse literatuur en schreef columns in de Volkskrant. Dat dit haar eerste boek zou worden, met deze thematiek, had niemand verwacht, zijzelf het allerminst. Na het verschijnen van I.
Lees verder >
10 maart 2008
Lees verder >
Kind van Tibet,Soname Yangchen
Een boek over een Tibetaanse vrouw, dat trok mijn aandacht. Na het lezen van Zeven jaar in Tibet heeft Tibet mijn belangstelling gehouden. Maar de twijfel was ook aanwezig, het is een waargebeurd verhaal en daar ben ik niet echt gek op.
Lees verder >
3 maart 2008
Lees verder >
Nieuwsbrief
Facebook
Twitter
RSS