-
Archives
- mei 2012
- april 2012
- maart 2012
- februari 2012
- januari 2012
- december 2011
- november 2011
- oktober 2011
- september 2011
- augustus 2011
- juli 2011
- juni 2011
- mei 2011
- april 2011
- maart 2011
- februari 2011
- januari 2011
- december 2010
- november 2010
- oktober 2010
- september 2010
- augustus 2010
- juli 2010
- juni 2010
- mei 2010
- april 2010
- maart 2010
- februari 2010
- januari 2010
- december 2009
- november 2009
- oktober 2009
- september 2009
- augustus 2009
- juli 2009
- juni 2009
- mei 2009
- april 2009
- maart 2009
- februari 2009
- januari 2009
- december 2008
- november 2008
- oktober 2008
- september 2008
- augustus 2008
- juli 2008
- juni 2008
- mei 2008
- april 2008
- maart 2008
- februari 2008
- januari 2008
- december 2007
- november 2007
- oktober 2007
- september 2007
- augustus 2007
- juli 2007
- juni 2007
- mei 2007
- april 2007
- maart 2007
- februari 2007
- januari 2007
- december 2006
- november 2006
- oktober 2006
- september 2006
- augustus 2006
- juli 2006
- juni 2006
- mei 2006
- april 2006
- maart 2006
- februari 2006
- januari 2006
- december 2005
- november 2005
- oktober 2005
- september 2005
- augustus 2005
- juli 2005
- juni 2005
- mei 2005
- april 2005
- maart 2005
- februari 2005
- januari 2005
- december 2004
- november 2004
- oktober 2004
- september 2004
- augustus 2004
- juli 2004
- juni 2004
- mei 2004
- april 2004
- maart 2004
- februari 2004
- januari 2004
- december 2003
- november 2003
- oktober 2003
- september 2003
- augustus 2003
- juli 2003
- juni 2003
- mei 2003
- april 2003
- maart 2003
- februari 2003
- januari 2003
- december 2002
-
Meta
Monthly Archives: juli 2007
Bewegen naar het licht, Jef Crab
Inspiratie voor innerlijke ontwikkeling
Ook in Suriname is er een steeds groeiende behoefte aan boeken die kunnen fungeren als wegwijzers. Levensbeschouwelijke boeken, filosofische literatuur, de trendy ‘self help’-titels waar Oprah Winfrey zo enthousiast over is.
Lees verder >
30 juli 2007
Ook in Suriname is er een steeds groeiende behoefte aan boeken die kunnen fungeren als wegwijzers. Levensbeschouwelijke boeken, filosofische literatuur, de trendy ‘self help’-titels waar Oprah Winfrey zo enthousiast over is.
Lees verder >
God van de dieren,Aryn Kyle
De twaalfjarige Alice Winston woont met haar ouders in een afgelegen huis in Desert Valley. Haar moeder is na de geboorte van Alice in bed gekorpen en komt er zelden meer uit. Haar vader probeert met veel pijn en moeite een paardenfokkerij draaiende te houden.
Lees verder >
30 juli 2007
Lees verder >
Liefdesval, Esther Freud
Balanceren op een lijn tussen rust en onrust
Tegen de achtergrond van het huwelijk van prins Charles en lady Diana in 1981, wordt de zeventienjarige Lara door haar vader uitgenodigd voor een vakantie bij vrienden in Toscane.
Lees verder >
23 juli 2007
Tegen de achtergrond van het huwelijk van prins Charles en lady Diana in 1981, wordt de zeventienjarige Lara door haar vader uitgenodigd voor een vakantie bij vrienden in Toscane.
Lees verder >
Burgerrecensenten versus ‘echte’ recensenten, deel III

23 juli 2007
In de afgelopen week was op deze plek een discussie te lezen over de waarde van 'burgerrecensies'. Professioneel recensent Herman Stevens waarschuwde tegen het gevaar van middelmatigheid wanneer 'gewone' lezers zich een mening aanmatigen over de schone letteren en daar via het internet een miljoenenpubliek mee bereiken. Mijn eerste reactie is dat Stevens de recensielezers wel erg weinig onderscheidingsvermogen toekent. 'Van de meeste slechte boeken zal niemand ooit horen', zegt hij. Geldt hetzelfde dan niet voor recensies? Als je met behulp van Google belandt bij een slechtgeschreven of onbenullige recensie, dan haak je toch ook af? Ik denk ook dat 'burgerrecensenten' wellicht vaker boeken bespreken die de 'eliterecensenten' terzijde hebben geschoven. En aangezien 'burgerlezers' een ander leesgedrag hebben dan 'eliterecensenten', betekent dat dat ze nu iets extra's kunnen meepikken - of niet: aan hun de keus.
Al herkauwend op deze kwestie vroeg ik me af in hoeverre deze hele discussie niet achterhaald is. Oh the times, they are a-changing. In deze tijd wordt er toch veel meer televisie gekeken, muziek geluisterd, gechat en gecyberd dan dat je nog met een boekje in een hoekje duikt? The happy few die in staat zijn een onderscheid te maken tussen literatuur en lectuur vinden hun weg ook wel in het weelderige woud van amateuristische boekbesprekingen, lovende flapteksten en serieuze recensies. Waarbij ik overigens vind dat een leek op het gebied van recenseren vaak een heel frisse kijk kan bieden, of misschien vanuit een andere discipline iets waardevols kan toevoegen.
En ten slotte, is het zo erg als we als lezer, maar ook als recensent, van tijd tot tijd de haute cuisine afwisselen met een hamburgertje? Mijn kinderen zijn toch ook niet verplicht om zich te beperken tot Dick Bruna, Roald Dahl en Annie M.G. Schmidt? Die mogen van mij ook wegdromen bij Barbie de circusprinses en als ze later groot zijn een lieve Batman worden die met de monsters gaat vechten. Zo lang het een het ander niet uitsluit vind ik een groter aanbod altijd een verrijking.
Marieke Visser
Al herkauwend op deze kwestie vroeg ik me af in hoeverre deze hele discussie niet achterhaald is. Oh the times, they are a-changing. In deze tijd wordt er toch veel meer televisie gekeken, muziek geluisterd, gechat en gecyberd dan dat je nog met een boekje in een hoekje duikt? The happy few die in staat zijn een onderscheid te maken tussen literatuur en lectuur vinden hun weg ook wel in het weelderige woud van amateuristische boekbesprekingen, lovende flapteksten en serieuze recensies. Waarbij ik overigens vind dat een leek op het gebied van recenseren vaak een heel frisse kijk kan bieden, of misschien vanuit een andere discipline iets waardevols kan toevoegen.
En ten slotte, is het zo erg als we als lezer, maar ook als recensent, van tijd tot tijd de haute cuisine afwisselen met een hamburgertje? Mijn kinderen zijn toch ook niet verplicht om zich te beperken tot Dick Bruna, Roald Dahl en Annie M.G. Schmidt? Die mogen van mij ook wegdromen bij Barbie de circusprinses en als ze later groot zijn een lieve Batman worden die met de monsters gaat vechten. Zo lang het een het ander niet uitsluit vind ik een groter aanbod altijd een verrijking.
Marieke Visser
De boot en het meisje,Jonathan van het Reve
Waar heb ik die naam eerder gehoord? De debutant Het aantal debuten dat wordt uitgegeven, groeit als kool. Dit blijkt ook uit het bericht, dat vorige maand in Boekblad stond: ‘Literair agent Sebes kent succesvol eerste half jaar’. Wie geregeld een boekwinkel bezoekt, ziet op de presentatietafels vaak boeken van debutanten liggen.
Lees verder >
23 juli 2007
Lees verder >
Morgen zijn we in Pamplona, Jan Van Mersbergen
De magie van het eenvoudige zwijgen en doen.
Jan van Mersbergen (1971, Gorinchem) levert met Morgen zijn we in Pamplona zijn vierde roman, een roadnovel af. Net zoals in De Grasbijter (2001), De macht over het stuur (2003) en De Hemelrat (2005) staat een stereotyp mannelijk communicatiepatroon centraal.
Lees verder >
16 juli 2007
Jan van Mersbergen (1971, Gorinchem) levert met Morgen zijn we in Pamplona zijn vierde roman, een roadnovel af. Net zoals in De Grasbijter (2001), De macht over het stuur (2003) en De Hemelrat (2005) staat een stereotyp mannelijk communicatiepatroon centraal.
Lees verder >
Radioboeken
Radioboeken, speciaal voor de radio geschreven verhalen via de site van deBuren.
Het Vlaams Nederlands Huis deBuren in Brussel probeert in die overwegend Franstalige stad een plek te bieden voor de liefhebbers van cultuur in het Nederlands.
Lees verder >
16 juli 2007
Het Vlaams Nederlands Huis deBuren in Brussel probeert in die overwegend Franstalige stad een plek te bieden voor de liefhebbers van cultuur in het Nederlands.
Lees verder >
Burgerrecensenten versus ‘echte’ recensenten, deel II

16 juli 2007
Belegerd door slechte boeken
Het internet is winst voor literatuurliefhebbers. Meer boeken zijn binnen ons bereik dan ooit tevoren. Onvindbare titels bestaan niet meer. Lezers kunnen schrijvers op hun websites opzoeken, en vreemden kunnen elkaar boeken aanbevelen. Een lezer kan op een onbewoond eiland zitten en hij hoeft nog niet eenzaam te zijn. Hij kan dit stuk lezen. Het lijkt allemaal winst, en toch zijn er schrijvers die zich zorgen maken, vooral over de websites waar hun boeken worden besproken door burgerrecensenten.
Schrijvers staan per definitie ambivalent tegenover recensies. Zelfs op een enthousiaste recensie valt nog wel wat aan te merken, want wie ziet er nu graag een boek van honderden pagina’s teruggebracht tot een stukje dat je in een paar minuten uit hebt? In het verleden konden schrijvers zich troosten met de gedachte dat recensies zo vluchtig waren als de krant waarin ze werden afgedrukt. De komst van de internetrecensie heeft hier echter verandering in gebracht. Wat op het internet staat, gaat nooit meer weg, en wat op een krachtige website als RecensieWeb, 8Weekly of LiterairNederland staat, komt meestal hoog op Google. Ongeacht hoe knullig de recensie is geschreven.
Het lijkt zo eenvoudig, een recensie schrijven. Je leest het boek, je vat het samen en ten slotte zeg je wat je ervan vindt. Iedereen kan in een paar zinnen zeggen of hij een boek goed of slecht vindt, maar voor het schrijven van een recensie komt meer kijken. Het vergt grote behendigheid om de essentiële ingrediënten van een roman zo te reorganiseren dat de bespreking een redelijke indruk van het boek geeft, zonder de lezer te bedelven onder de details. Een van de voornaamste misvattingen in deze discussie is dat de burgerrecensent ‘gewoon een lezer’ is. Geen recensent. Het is heel simpel. Wie een recensie schrijft, is een recensent. Het maakt niet uit of hij wordt betaald.
Het verschil is evident. Een lezer hoeft niet over een boek te schrijven. Een lezer kan een boek dat hem niet bevalt wegleggen. En later weer oppakken wanneer hij een betere bui heeft, of opeens snapt wat de schrijver hem wil vertellen. Hij kan er net zo lang over doen als hij wil. Allemaal voorrechten die een recensent niet heeft. Voor een recensent is lezen werk. Hij moet het boek uit krijgen en zijn stuk schrijven. En dat is zijn laatste woord erover, want een criticus die van mening verandert verliest zijn krediet - vraag me niet waarom.
Literaire kritiek is een vak, met een traditie die in ons land een dikke eeuw oud is. Dat is vrij kort, maar onze romantraditie is eigenlijk nog korter als je vanaf Couperus en Van Schendel rekent. De stichting Auteursdomein heeft een poging gedaan een recensiecode op te stellen, die niet in alle opzichten is geslaagd. Maar in de inleiding wordt wel duidelijk gemaakt dat ‘kwaliteiten als levenservaring, emotionele ontvankelijkheid, intellectuele horizon, belezenheid en gevoel voor taal een voorwaarde voor een bekwaam oordeel zijn.’
Zo lijkt het alsof je een heilige moet zijn om recensies te schrijven. Een blik op critici uit het verleden die nog steeds de moeite waard zijn om te lezen (om nog maar te zwijgen van de huidige generatie) wijst uit dat dit onnodig hoog gegrepen is. Het recept is heel simpel. Goede critici kunnen goed schrijven. En dan kunnen ze meestal ook goed lezen. Andersom is weinig zo bizar als een recensent die ons in kreupel proza wil vertellen dat een boek slecht is geschreven.
Je hoeft geen genie te zijn om een behoorlijke recensie te schrijven. Maar je moet het wel willen leren. Het probleem van websites als RecensieWeb en 8Weekly is dat hun recensies er net zo uitzien als in de dagbladen - intro, een informatieve expositie en een oordeel - terwijl er inhoudelijk zelden een acceptabel niveau wordt bereikt. De meeste burgerrecensenten houden het na een handvol pogingen dan ook voor gezien, want het valt niet mee om een goede recensie te schrijven. Het blijkt al snel dat je je leesplezier bederft als je geen boek meer kunt lezen zonder een notitieblok erbij. Het is veel leuker om literatuur gewoon te ondergaan. En dan kun je altijd nog in een paar zinnen je mening geven op bolcom of elders.
De opkomst van het internet loopt gelijk op met de cultus van de mening. Op het internet heeft iedereen gelijk en Elvis leeft nog. Op het politiek klimaat heeft de meningencultus geen goed effect gehad, en ook onze beleving van de literatuur is veranderd. We zitten niet langer met een boekje in een hoekje. We nemen deel aan een debat. Het probleem is alleen dat de literatuur en het circus van de vrije mening niet goed bij elkaar aansluiten. Literatuur is niet bedoeld om het mee eens of oneens te zijn. Wie recensies gaat schrijven om zijn (of haar) mening te ventileren, zal worden teleurgesteld. Wie zijn spierballen wil laten zien en een boek gaat afkraken, merkt al snel dat hij in de lucht staat te meppen. Niemand is geinteresseerd in een slecht boek. Een vernietigende recensie is alleen leuk als hij duivels goed is geschreven, en voor virtuoos proza moeten we niet op het net zijn.
‘Maar kunnen burgerrecensenten ons dan niet waarschuwen tegen slechte boeken?’ vroeg een bezorgde dame van NRCV-radio. Het is een intrigerende gedachte. Een leger van slechte boeken dat ons omsingelt, en alleen de recensent die ons voor het onheil behoedt. Volkomen belangeloos! Ik ben de laatste om te ontkennen dat er slechte boeken bestaan. Alleen, wie heeft er last van? Van de meeste slechte boeken zal niemand ooit horen. De grote meerderheid gaat roemloos verloren zonder dat één recensent er aandacht aan besteedt.
En dan is er de rol van literaire websites bij de boeken die massaal worden gehyped. Harry Potter. Kluun. Heleen van Royen. Als burgerrecensenten het publiek al hebben gewaarschuwd dat er ook nog andere boeken zijn om te lezen, is die boodschap niet aangekomen. Integendeel, het internet speelt een duidelijke rol bij het marketen van dit type bestseller, want zolang er over een boek gepraat wordt - positief of negatief - blijft de bal rollen. Zo vervullen de literaire websites een ondersteunende functie in de hype. Volkomen belangeloos!
Is het internet daarom verloren voor de literatuur? Natuurlijk niet. Zeker niet als websites zoals RecensieWeb, 8Weekly en LiterairNederland beter worden dan ze nu zijn. Ze hebben grote macht op het internet, mooi, maar met die macht komt verantwoordelijkheid. Het is niet goed als de meest prominente recensies van een boek het werk zijn van amateurs die ook eens een keer recensentje willen spelen, om er na een paar pogingen de brui aan te geven. Die recensie gaat immers nooit meer weg. Daarom past de houding van een medewerkster van RecensieWeb niet die beweerde dat de meerwaarde van de internetrecensent is dat ‘zij lekker doen waar ze zelf zin in hebben.’ Dit is belletjestrekken en hard wegrennen.
Er is niets op tegen als iemand op zijn eigen houtje de dichter Rob Schouten gaat vertellen dat een woord als naaien (in de zin van neuken) niet in de poëzie thuishoort of dat Joost Zwagerman van zijn uitzonderlijke dichtbundel Roeshoofd hemelt beter een roman had kunnen maken. Maar als dit soort betweterij door een krachtige internetmachine naar een dominante positie wordt gestuwd, wordt het publiek voor de gek gehouden.
Het is één van tweeën. Er is plaats voor een website waar lezers hun meningen kunnen plaatsen zonder enige journalistieke pretentie. Of je maakt een website waar literaire journalistiek wordt bedreven. Recensies, interviews, discussies over zaken die in de reguliere pers niet aan bod komen. Wat niet kan is journalistje spelen, recensie-exemplaren incasseren, subsidie aanvragen en vervolgens alles plaatsen wat binnenkomt, om maar de grootste te worden.
Literaire websites moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Ik zie niets in het voorstel van Auteursdomein om schrijvers het recht op weerwoord te geven. Dan kan je wel aan de gang blijven. Het zou bij voorbeeld geen slecht idee zijn als een burgerrecensent eerst zijn sporen moet hebben verdiend voor hij een boek gaat kraken. Nu zijn er teveel besprekingen waarin de recensent denkt dat het de fout van de auteur is dat een boek hem niet aanstaat, terwijl het ligt aan zijn eigen onvermogen de zaken op een rijtje te krijgen. Het zou goed zijn als deze websites wat selectiever worden bij het verwelkomen van medewerkers. En waarom doen deze websites net alsof ze op duur papier worden gedrukt, door van ieder boek maar één recensie te publiceren? Het zou veel interessanter zijn om afwijkende recensies naast elkaar te zien. Op het internet is ruimte genoeg.
Misschien moet de remedie uit een andere hoek komen. Het zou goed zijn als meer professionele critici online gingen. Bij mijn weten zijn er tot dusverre maar drie critici die steeds hun boekbesprekingen op hun eigen website plaatsen: Max Pam, Arie Storm en ik. Het publiek zou ermee gediend zijn als andere schrijvers-critici hun kranten ervan konden overtuigen dat hun materiaal niet in de papieren archieven hoeft te vergelen. Want dan kan het nog interessant worden op het internet.
Herman Stevens
Het internet is winst voor literatuurliefhebbers. Meer boeken zijn binnen ons bereik dan ooit tevoren. Onvindbare titels bestaan niet meer. Lezers kunnen schrijvers op hun websites opzoeken, en vreemden kunnen elkaar boeken aanbevelen. Een lezer kan op een onbewoond eiland zitten en hij hoeft nog niet eenzaam te zijn. Hij kan dit stuk lezen. Het lijkt allemaal winst, en toch zijn er schrijvers die zich zorgen maken, vooral over de websites waar hun boeken worden besproken door burgerrecensenten.
Schrijvers staan per definitie ambivalent tegenover recensies. Zelfs op een enthousiaste recensie valt nog wel wat aan te merken, want wie ziet er nu graag een boek van honderden pagina’s teruggebracht tot een stukje dat je in een paar minuten uit hebt? In het verleden konden schrijvers zich troosten met de gedachte dat recensies zo vluchtig waren als de krant waarin ze werden afgedrukt. De komst van de internetrecensie heeft hier echter verandering in gebracht. Wat op het internet staat, gaat nooit meer weg, en wat op een krachtige website als RecensieWeb, 8Weekly of LiterairNederland staat, komt meestal hoog op Google. Ongeacht hoe knullig de recensie is geschreven.
Het lijkt zo eenvoudig, een recensie schrijven. Je leest het boek, je vat het samen en ten slotte zeg je wat je ervan vindt. Iedereen kan in een paar zinnen zeggen of hij een boek goed of slecht vindt, maar voor het schrijven van een recensie komt meer kijken. Het vergt grote behendigheid om de essentiële ingrediënten van een roman zo te reorganiseren dat de bespreking een redelijke indruk van het boek geeft, zonder de lezer te bedelven onder de details. Een van de voornaamste misvattingen in deze discussie is dat de burgerrecensent ‘gewoon een lezer’ is. Geen recensent. Het is heel simpel. Wie een recensie schrijft, is een recensent. Het maakt niet uit of hij wordt betaald.
Het verschil is evident. Een lezer hoeft niet over een boek te schrijven. Een lezer kan een boek dat hem niet bevalt wegleggen. En later weer oppakken wanneer hij een betere bui heeft, of opeens snapt wat de schrijver hem wil vertellen. Hij kan er net zo lang over doen als hij wil. Allemaal voorrechten die een recensent niet heeft. Voor een recensent is lezen werk. Hij moet het boek uit krijgen en zijn stuk schrijven. En dat is zijn laatste woord erover, want een criticus die van mening verandert verliest zijn krediet - vraag me niet waarom.
Literaire kritiek is een vak, met een traditie die in ons land een dikke eeuw oud is. Dat is vrij kort, maar onze romantraditie is eigenlijk nog korter als je vanaf Couperus en Van Schendel rekent. De stichting Auteursdomein heeft een poging gedaan een recensiecode op te stellen, die niet in alle opzichten is geslaagd. Maar in de inleiding wordt wel duidelijk gemaakt dat ‘kwaliteiten als levenservaring, emotionele ontvankelijkheid, intellectuele horizon, belezenheid en gevoel voor taal een voorwaarde voor een bekwaam oordeel zijn.’
Zo lijkt het alsof je een heilige moet zijn om recensies te schrijven. Een blik op critici uit het verleden die nog steeds de moeite waard zijn om te lezen (om nog maar te zwijgen van de huidige generatie) wijst uit dat dit onnodig hoog gegrepen is. Het recept is heel simpel. Goede critici kunnen goed schrijven. En dan kunnen ze meestal ook goed lezen. Andersom is weinig zo bizar als een recensent die ons in kreupel proza wil vertellen dat een boek slecht is geschreven.
Je hoeft geen genie te zijn om een behoorlijke recensie te schrijven. Maar je moet het wel willen leren. Het probleem van websites als RecensieWeb en 8Weekly is dat hun recensies er net zo uitzien als in de dagbladen - intro, een informatieve expositie en een oordeel - terwijl er inhoudelijk zelden een acceptabel niveau wordt bereikt. De meeste burgerrecensenten houden het na een handvol pogingen dan ook voor gezien, want het valt niet mee om een goede recensie te schrijven. Het blijkt al snel dat je je leesplezier bederft als je geen boek meer kunt lezen zonder een notitieblok erbij. Het is veel leuker om literatuur gewoon te ondergaan. En dan kun je altijd nog in een paar zinnen je mening geven op bolcom of elders.
De opkomst van het internet loopt gelijk op met de cultus van de mening. Op het internet heeft iedereen gelijk en Elvis leeft nog. Op het politiek klimaat heeft de meningencultus geen goed effect gehad, en ook onze beleving van de literatuur is veranderd. We zitten niet langer met een boekje in een hoekje. We nemen deel aan een debat. Het probleem is alleen dat de literatuur en het circus van de vrije mening niet goed bij elkaar aansluiten. Literatuur is niet bedoeld om het mee eens of oneens te zijn. Wie recensies gaat schrijven om zijn (of haar) mening te ventileren, zal worden teleurgesteld. Wie zijn spierballen wil laten zien en een boek gaat afkraken, merkt al snel dat hij in de lucht staat te meppen. Niemand is geinteresseerd in een slecht boek. Een vernietigende recensie is alleen leuk als hij duivels goed is geschreven, en voor virtuoos proza moeten we niet op het net zijn.
‘Maar kunnen burgerrecensenten ons dan niet waarschuwen tegen slechte boeken?’ vroeg een bezorgde dame van NRCV-radio. Het is een intrigerende gedachte. Een leger van slechte boeken dat ons omsingelt, en alleen de recensent die ons voor het onheil behoedt. Volkomen belangeloos! Ik ben de laatste om te ontkennen dat er slechte boeken bestaan. Alleen, wie heeft er last van? Van de meeste slechte boeken zal niemand ooit horen. De grote meerderheid gaat roemloos verloren zonder dat één recensent er aandacht aan besteedt.
En dan is er de rol van literaire websites bij de boeken die massaal worden gehyped. Harry Potter. Kluun. Heleen van Royen. Als burgerrecensenten het publiek al hebben gewaarschuwd dat er ook nog andere boeken zijn om te lezen, is die boodschap niet aangekomen. Integendeel, het internet speelt een duidelijke rol bij het marketen van dit type bestseller, want zolang er over een boek gepraat wordt - positief of negatief - blijft de bal rollen. Zo vervullen de literaire websites een ondersteunende functie in de hype. Volkomen belangeloos!
Is het internet daarom verloren voor de literatuur? Natuurlijk niet. Zeker niet als websites zoals RecensieWeb, 8Weekly en LiterairNederland beter worden dan ze nu zijn. Ze hebben grote macht op het internet, mooi, maar met die macht komt verantwoordelijkheid. Het is niet goed als de meest prominente recensies van een boek het werk zijn van amateurs die ook eens een keer recensentje willen spelen, om er na een paar pogingen de brui aan te geven. Die recensie gaat immers nooit meer weg. Daarom past de houding van een medewerkster van RecensieWeb niet die beweerde dat de meerwaarde van de internetrecensent is dat ‘zij lekker doen waar ze zelf zin in hebben.’ Dit is belletjestrekken en hard wegrennen.
Er is niets op tegen als iemand op zijn eigen houtje de dichter Rob Schouten gaat vertellen dat een woord als naaien (in de zin van neuken) niet in de poëzie thuishoort of dat Joost Zwagerman van zijn uitzonderlijke dichtbundel Roeshoofd hemelt beter een roman had kunnen maken. Maar als dit soort betweterij door een krachtige internetmachine naar een dominante positie wordt gestuwd, wordt het publiek voor de gek gehouden.
Het is één van tweeën. Er is plaats voor een website waar lezers hun meningen kunnen plaatsen zonder enige journalistieke pretentie. Of je maakt een website waar literaire journalistiek wordt bedreven. Recensies, interviews, discussies over zaken die in de reguliere pers niet aan bod komen. Wat niet kan is journalistje spelen, recensie-exemplaren incasseren, subsidie aanvragen en vervolgens alles plaatsen wat binnenkomt, om maar de grootste te worden.
Literaire websites moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Ik zie niets in het voorstel van Auteursdomein om schrijvers het recht op weerwoord te geven. Dan kan je wel aan de gang blijven. Het zou bij voorbeeld geen slecht idee zijn als een burgerrecensent eerst zijn sporen moet hebben verdiend voor hij een boek gaat kraken. Nu zijn er teveel besprekingen waarin de recensent denkt dat het de fout van de auteur is dat een boek hem niet aanstaat, terwijl het ligt aan zijn eigen onvermogen de zaken op een rijtje te krijgen. Het zou goed zijn als deze websites wat selectiever worden bij het verwelkomen van medewerkers. En waarom doen deze websites net alsof ze op duur papier worden gedrukt, door van ieder boek maar één recensie te publiceren? Het zou veel interessanter zijn om afwijkende recensies naast elkaar te zien. Op het internet is ruimte genoeg.
Misschien moet de remedie uit een andere hoek komen. Het zou goed zijn als meer professionele critici online gingen. Bij mijn weten zijn er tot dusverre maar drie critici die steeds hun boekbesprekingen op hun eigen website plaatsen: Max Pam, Arie Storm en ik. Het publiek zou ermee gediend zijn als andere schrijvers-critici hun kranten ervan konden overtuigen dat hun materiaal niet in de papieren archieven hoeft te vergelen. Want dan kan het nog interessant worden op het internet.
Herman Stevens
Stadsdichtercollectief Brussel
Stadsdichters Brussel
Schild en vriend: Bruxelles anti-con
Geen bundel van de week, maar een collectief voor twee jaar. Op 11 juli, de Vlaamse feestdag, werd het stadsdichterschap uitgeroepen over Brussel. Niet één welluidende stem verwoordt voortaan de gedachten van en over de stad, maar vier.
Lees verder >
16 juli 2007
Schild en vriend: Bruxelles anti-con
Geen bundel van de week, maar een collectief voor twee jaar. Op 11 juli, de Vlaamse feestdag, werd het stadsdichterschap uitgeroepen over Brussel. Niet één welluidende stem verwoordt voortaan de gedachten van en over de stad, maar vier.
Lees verder >
De tuinkamer,Lilian Blom
In de tuinkamer van hun Haarlemse woning beleeft Louis Ferron, schrijver en partner van Lilian Blom, de laatste weken van zijn leven. Op zijn sterfbed vraagt hij zijn echtgenote te noteren wat hij zelf niet meer zal kunnen schrijven over zijn leven.
Lees verder >
16 juli 2007
Lees verder >
Poëziefestival Onbederflijk Vers Nijmegen 2007
Sinds 2003 vindt Onbederf’lijk Vers jaarlijks plaats in Nijmegen en in het voorjaar van 2007 streek het poëziefestival voor het eerst neer te ‘s Hertogenbosch. Het concept is even simpel als succesvol. Op elke locatie wordt een gerenommeerd auteur geflankeerd door twee dichttalenten. De avond is verdeeld in drie rondes van drie kwartier.
Lees verder >
15 juli 2007
Lees verder >
Cultuurmarkt
Meer informatie en het volledige programma vind je http://www.prospekta.be/cultuurmarkt/2007/ - hier.
Lees verder >
15 juli 2007
Lees verder >
Programma Dichters in de Prinsentuin – 10e editie – 25, 26 en 27 juli 2007 te Groningen
Op woensdagavond zullen muzikanten, Wim Sebo - drums & samples, Obed Brinkman - trombone, Ernst Boiten - contrabas, Volken B. de Vlas - gitaar, improviseren bij de voordrachten van de dichters Erik-Jan Harmens, Erik Bindervoet, Hélène Gelèns, Tjitse Hofman en Maarten Das in Jazzcafé de Spieghel (Peperstraat 11).
Lees verder >
9 juli 2007
Lees verder >
Read Earth!

9 juli 2007
In navolging van het wereldwijde succes van Live Earth dit weekend, waarin muzikanten over de hele planeet voor het eerst hun shows uitlichtten met spaarlampen, ging Literair Nederland op zoek naar schrijvers die bereid zijn het goede voorbeeld te volgen. Het is begrijpelijk dat uit die hoek de eerste acties komen, maar natuurlijk heeft niet alleen de muziekindustrie boter op het hoofd. Exacte cijfers zijn bij publicatie nog niet bekend, maar verwacht wordt dat een aanzienlijk deel van het regenwoud vermalen wordt tot papier, dat schrijvers in nachtelijke sessies buitengewoon veel elektriciteit en zuurstof gebruiken en dat lezers van de boeken van Harry Mulisch meestal niet op biobrandstof rijden. Dat valt misschien in het niet bij het kwaad dat Justin Timberlake en Metallica aanrichten met de productie van miljarden cd’s die na een enkele luisterbeurt op de brandstapel belanden, of de alomtegenwoordige Bono die verantwoordelijk gesteld kan worden voor zeker 9 procent van het gat in de ozonlaag, maar het is goed dat de Nederlandstalige schrijvers en lezers gewezen worden op hun gebrek aan klimaatneutraliteit.
‘Het gaat om meer dan bewustwording,’ volgens Jan Siebelink, ‘we moeten allemaal doordrongen worden van de schuld die wij dragen tegenover de wereld en zo. We kunnen niet eeuwig rond blijven rennen en Gods akkers vertrappen. Daar staat een zware straf op.’ Gevraagd om een concrete leefregel voor zijn lezers, was het even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Ach, ik denk dat we voorlopig maar beter kunnen knielen op een kweker. Dat belet hem DDT en andere bestrijdingsmiddelen op bloemen te spuiten. En de kraan uitdoen tijdens het tandenpoetsen!’
Tom Lanoye vindt dat de verantwoordelijkheid bij het individu ligt. Hij voelt zich niet geroepen zijn lezers te vertellen wat ze moeten doen en vinden, ‘dat is mijn stijl niet.’ Hij heeft zich voorgenomen de aankomende twee jaar alleen nog maar in darkrooms voor te lezen, om zodoende kostbare stroom te sparen.
Jan Willem Anker, medewerker van het milieubelastende poëziefestival Poetry International, belde twee uur na ons eerste telefoontje terug met een statement van de hele organisatie. Het moest inderdaad uit zijn met de snoepreisjes van dichters over de hele wereld die gerieflijk ingevlogen worden. Poetry nam zijn verantwoordelijkheid, verklaarde Anker, door in de volgende editie alleen nog maar dichters op de fiets uit te nodigen (de zogenaamde EPO-ezie) en het zwaartepunt te leggen bij Vietnamese dichters die per boot naar Rotterdam willen komen.
Hugo Claus beloofde alleen nog maar biologische wijn te drinken.
Het was niet makkelijk AFTh aan de telefoon te krijgen, maar toen het eindelijk gelukt was, bleek hij wel degelijk met deze problematiek bezig te zijn. Vooral de dreigende stijging van de zeespiegel baarde hem desgevraagd veel zorgen. Persoonlijk zag hij niet zo veel problemen, ‘ik blijf wel drijven’, maar het idee dat Amsterdam onder water zou verdwijnen, heeft hem gezet tot het schrijven van een nieuw opus magnum, waarin hij de Deltawerken als handelend personage op wil laten treden, en waarin ook een belangrijke rol weggelegd was voor de aartsvijand, de watergod Neptunus, die onder de naam Al Gore is geïncarneerd. Lezers kunnen de roman, die naar een voorlopige schatting zal bestaan uit twintig delen van elk 1111 pagina’s, na het lezen op zorgvuldig uitgezochte plaatsen langs de kust van de Lage Landen plaatsen, ‘als een intellectuele waterkering.’
Patrick Bassant
‘Het gaat om meer dan bewustwording,’ volgens Jan Siebelink, ‘we moeten allemaal doordrongen worden van de schuld die wij dragen tegenover de wereld en zo. We kunnen niet eeuwig rond blijven rennen en Gods akkers vertrappen. Daar staat een zware straf op.’ Gevraagd om een concrete leefregel voor zijn lezers, was het even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Ach, ik denk dat we voorlopig maar beter kunnen knielen op een kweker. Dat belet hem DDT en andere bestrijdingsmiddelen op bloemen te spuiten. En de kraan uitdoen tijdens het tandenpoetsen!’
Tom Lanoye vindt dat de verantwoordelijkheid bij het individu ligt. Hij voelt zich niet geroepen zijn lezers te vertellen wat ze moeten doen en vinden, ‘dat is mijn stijl niet.’ Hij heeft zich voorgenomen de aankomende twee jaar alleen nog maar in darkrooms voor te lezen, om zodoende kostbare stroom te sparen.
Jan Willem Anker, medewerker van het milieubelastende poëziefestival Poetry International, belde twee uur na ons eerste telefoontje terug met een statement van de hele organisatie. Het moest inderdaad uit zijn met de snoepreisjes van dichters over de hele wereld die gerieflijk ingevlogen worden. Poetry nam zijn verantwoordelijkheid, verklaarde Anker, door in de volgende editie alleen nog maar dichters op de fiets uit te nodigen (de zogenaamde EPO-ezie) en het zwaartepunt te leggen bij Vietnamese dichters die per boot naar Rotterdam willen komen.
Hugo Claus beloofde alleen nog maar biologische wijn te drinken.
Het was niet makkelijk AFTh aan de telefoon te krijgen, maar toen het eindelijk gelukt was, bleek hij wel degelijk met deze problematiek bezig te zijn. Vooral de dreigende stijging van de zeespiegel baarde hem desgevraagd veel zorgen. Persoonlijk zag hij niet zo veel problemen, ‘ik blijf wel drijven’, maar het idee dat Amsterdam onder water zou verdwijnen, heeft hem gezet tot het schrijven van een nieuw opus magnum, waarin hij de Deltawerken als handelend personage op wil laten treden, en waarin ook een belangrijke rol weggelegd was voor de aartsvijand, de watergod Neptunus, die onder de naam Al Gore is geïncarneerd. Lezers kunnen de roman, die naar een voorlopige schatting zal bestaan uit twintig delen van elk 1111 pagina’s, na het lezen op zorgvuldig uitgezochte plaatsen langs de kust van de Lage Landen plaatsen, ‘als een intellectuele waterkering.’
Patrick Bassant
Zondagsgeld,Philip Snijder
In het boek zien we Bickerseiland door de ogen van een 11-jarige jongen. Hij woont daar samen met zijn ouders. Zijn moeder heeft altijd op het Bickerseiland gewoond, evenals haar familie, ooms en tantes, neven nichten. Iedereen loopt bij elkaar in en uit, een privéleven is er nauwelijks.
Lees verder >
9 juli 2007
Lees verder >
Louise Honing, Lucas Winnips
Het leuke van publiceren op internet is dat je lekker snel kan reageren op wat er in de wereld gebeurt. Bomaanslag in Glasgow? Majoor overleden? Première van een toneelstuk? Voordat het is afgekoeld (het autowrak, het lijk of het podium, voor de duidelijkheid) staan de eerste impressies al op het net; de doorwrochte complottheorieën volgen dra.
Lees verder >
2 juli 2007
Lees verder >
Burgerrecensenten versus ‘echte’ recensenten, deel I

2 juli 2007
Auteur Herman Stevens vroeg zich vorige week in het <a href="http://www.hermanstevens.nl/result_weblog.asp?Id=55">NRC </a>af waarom lezers op internetsites eigenlijk recensies schrijven. De recensenten van dag- en weekbladen zijn niet meer de leidsmannen en -vrouwen die ze waren constateert hij. ‘Als we marktonderzoek moeten geloven, laten lezers zich net zo lief leiden door het internet, waar vrijwilligers hun recensies op websites als Recensieweb, LiterairNederland en 8Weekly zetten.’ De ware ? belezen ? lezer tref je er echter niet aan, die kom je wél tegen op literaire avondjes in de provincie, meent Stevens. In het artikel plaatst hij de opkomst van de internetrecensie tegen een achtergrond van een afnemende ruimte voor boekrecensies in de krant.
Daarbij zou de dagbladrecensent verzuurder worden, omdat hij ? eeuwige freelancer ? niets in de melk te brokkelen heeft op de redactie. ‘Er is één reden dat de recensie-websites zo’n vlucht hebben genomen. Internet-recensies zijn direct op te zoeken via Google, terwijl de dagbladen slechts een klein deel van hun kritieken op het net zetten [...] als de websites die recensenten willen vasthouden, zal er ooit geld op tafel moeten komen. Want zoals de achttiende-eeuwse criticus Samuel Johnson al zei, alleen een domkop schrijft voor niets.’
Stevens opent hiermee een boeiend onderwerp dat nog wel wat andere facetten kent. De psyche van de internetrecensent verschilt niet zoveel van die van Herman Stevens wanneer hij een brief inzendt (waarvoor hij immers geen geld ontvangt) maar waarin hij de behoefte bevredigt een grote groep mensen in kennis te stellen van zijn inzichten en opvattingen. De lezer van de recensie op het internet lijkt vervolgens weer op de lezer van het opinieartikel van Stevens in de krant: hij is benieuwd naar wat iemand die er verder geen bewezen verstand van heeft over het onderwerp te berde brengt. Bijvoorbeeld omdat het onderwerp verder niet heel veel aandacht krijgt. Want het internet is hoe dan ook de redding van de kleine, onbesproken boeken. Er is tenslotte steeds minder ruimte in de dagbladen voor recensies.
Een ander aspect vind ik belangrijker. Stevens gaat naar mijn inzicht voorbij aan de veranderende behoeften van de lezer. Ik neem aan dat veel internetgebruikers gaandeweg een strategie ontwikkelen om vanuit een teveel aan informatie te komen tot genoeg om te weten wat je wilt weten. De recensent van de nieuwe vertaling van het werk van Emily Dickinson krijgt het niet makkelijk voor elkaar kort samen te vatten wat een heel gewone gebruiker van het internet goed bijeen kan zoeken. Zo’n gebruiker vindt ook veel rommel, maar neem maar aan dat wie voorheen de moeite nam een recensie van een boek te lezen, inmiddels in staat is in weinig tijd veel goeds uit de het grote aanbod te halen. Zo’n lezer weet bijvoorbeeld ook dat het verstandig is niet alleen de eerste twee recensies te lezen die Moederziel van Herman Stevens op het internet opleveren (8weekly en Recensieweb, niet zo positief) maar ook wat verder, naar de Volkskrant te zoeken (veel positiever).
Maar het gaat nog een beetje verder. Wie in literatuur geïnteresseerd is, kan bijvoorbeeld besluiten - door goed om zich heen te kijken - dat de geprezen dagbladrecensies een weergave van de literaire wereld geven die eenvoudigweg niet meer voldoet. En opgelucht ademhalen door eens een paar weken achterheen allen maar recensies hier of hier te bekijken. Alsof je na lange tijd weer boven water komt. Dagbladrecensies, ja, maar ook gebied dat de nederlandse krant niet kan bestrijken.
De bezorgdheid van Stevens is begrijpelijk, maar de goede lezer heeft zich ontwikkeld van een die geboeid de boekenbijlage doornam en daar zijn mening mede op baseerde, tot een die geboeid veel meer informatie bekijkt, daar in leert te selecteren en mede daarop zijn mening baseert. Persoonlijk vind ik het onjuist je te laten leiden door een dagbladrecensent, zomin als ik het juist vind de eerste de beste internetrecensie te geloven. De omgang met de media is wat ingewikkelder geworden. Dat is nog geen reden de lezer te onderschatten.
Menno Hartman
Daarbij zou de dagbladrecensent verzuurder worden, omdat hij ? eeuwige freelancer ? niets in de melk te brokkelen heeft op de redactie. ‘Er is één reden dat de recensie-websites zo’n vlucht hebben genomen. Internet-recensies zijn direct op te zoeken via Google, terwijl de dagbladen slechts een klein deel van hun kritieken op het net zetten [...] als de websites die recensenten willen vasthouden, zal er ooit geld op tafel moeten komen. Want zoals de achttiende-eeuwse criticus Samuel Johnson al zei, alleen een domkop schrijft voor niets.’
Stevens opent hiermee een boeiend onderwerp dat nog wel wat andere facetten kent. De psyche van de internetrecensent verschilt niet zoveel van die van Herman Stevens wanneer hij een brief inzendt (waarvoor hij immers geen geld ontvangt) maar waarin hij de behoefte bevredigt een grote groep mensen in kennis te stellen van zijn inzichten en opvattingen. De lezer van de recensie op het internet lijkt vervolgens weer op de lezer van het opinieartikel van Stevens in de krant: hij is benieuwd naar wat iemand die er verder geen bewezen verstand van heeft over het onderwerp te berde brengt. Bijvoorbeeld omdat het onderwerp verder niet heel veel aandacht krijgt. Want het internet is hoe dan ook de redding van de kleine, onbesproken boeken. Er is tenslotte steeds minder ruimte in de dagbladen voor recensies.
Een ander aspect vind ik belangrijker. Stevens gaat naar mijn inzicht voorbij aan de veranderende behoeften van de lezer. Ik neem aan dat veel internetgebruikers gaandeweg een strategie ontwikkelen om vanuit een teveel aan informatie te komen tot genoeg om te weten wat je wilt weten. De recensent van de nieuwe vertaling van het werk van Emily Dickinson krijgt het niet makkelijk voor elkaar kort samen te vatten wat een heel gewone gebruiker van het internet goed bijeen kan zoeken. Zo’n gebruiker vindt ook veel rommel, maar neem maar aan dat wie voorheen de moeite nam een recensie van een boek te lezen, inmiddels in staat is in weinig tijd veel goeds uit de het grote aanbod te halen. Zo’n lezer weet bijvoorbeeld ook dat het verstandig is niet alleen de eerste twee recensies te lezen die Moederziel van Herman Stevens op het internet opleveren (8weekly en Recensieweb, niet zo positief) maar ook wat verder, naar de Volkskrant te zoeken (veel positiever).
Maar het gaat nog een beetje verder. Wie in literatuur geïnteresseerd is, kan bijvoorbeeld besluiten - door goed om zich heen te kijken - dat de geprezen dagbladrecensies een weergave van de literaire wereld geven die eenvoudigweg niet meer voldoet. En opgelucht ademhalen door eens een paar weken achterheen allen maar recensies hier of hier te bekijken. Alsof je na lange tijd weer boven water komt. Dagbladrecensies, ja, maar ook gebied dat de nederlandse krant niet kan bestrijken.
De bezorgdheid van Stevens is begrijpelijk, maar de goede lezer heeft zich ontwikkeld van een die geboeid de boekenbijlage doornam en daar zijn mening mede op baseerde, tot een die geboeid veel meer informatie bekijkt, daar in leert te selecteren en mede daarop zijn mening baseert. Persoonlijk vind ik het onjuist je te laten leiden door een dagbladrecensent, zomin als ik het juist vind de eerste de beste internetrecensie te geloven. De omgang met de media is wat ingewikkelder geworden. Dat is nog geen reden de lezer te onderschatten.
Menno Hartman
Een zeer lichte ruiter,Paul Pennartz
Sommige schrijvers debuteren wanneer ze al oud zijn. Bijvoorbeeld de schrijver F.B.Hotz. Hij produceerde een respectabel oeuvre en hetzelfde geldt natuurlijk voor Hellema. Ook Paul Pennartz verrijkt ons met schitterende korte verhalen. In zijn vorige leven was Paul Pennartz helemaal nog geen schrijver. Toen was Dr.
Lees verder >
2 juli 2007
Lees verder >
Nieuwsbrief
Facebook
Twitter
RSS