-
Archives
- mei 2012
- april 2012
- maart 2012
- februari 2012
- januari 2012
- december 2011
- november 2011
- oktober 2011
- september 2011
- augustus 2011
- juli 2011
- juni 2011
- mei 2011
- april 2011
- maart 2011
- februari 2011
- januari 2011
- december 2010
- november 2010
- oktober 2010
- september 2010
- augustus 2010
- juli 2010
- juni 2010
- mei 2010
- april 2010
- maart 2010
- februari 2010
- januari 2010
- december 2009
- november 2009
- oktober 2009
- september 2009
- augustus 2009
- juli 2009
- juni 2009
- mei 2009
- april 2009
- maart 2009
- februari 2009
- januari 2009
- december 2008
- november 2008
- oktober 2008
- september 2008
- augustus 2008
- juli 2008
- juni 2008
- mei 2008
- april 2008
- maart 2008
- februari 2008
- januari 2008
- december 2007
- november 2007
- oktober 2007
- september 2007
- augustus 2007
- juli 2007
- juni 2007
- mei 2007
- april 2007
- maart 2007
- februari 2007
- januari 2007
- december 2006
- november 2006
- oktober 2006
- september 2006
- augustus 2006
- juli 2006
- juni 2006
- mei 2006
- april 2006
- maart 2006
- februari 2006
- januari 2006
- december 2005
- november 2005
- oktober 2005
- september 2005
- augustus 2005
- juli 2005
- juni 2005
- mei 2005
- april 2005
- maart 2005
- februari 2005
- januari 2005
- december 2004
- november 2004
- oktober 2004
- september 2004
- augustus 2004
- juli 2004
- juni 2004
- mei 2004
- april 2004
- maart 2004
- februari 2004
- januari 2004
- december 2003
- november 2003
- oktober 2003
- september 2003
- augustus 2003
- juli 2003
- juni 2003
- mei 2003
- april 2003
- maart 2003
- februari 2003
- januari 2003
- december 2002
-
Meta
Monthly Archives: juni 2006
Alleman,Philip Roth
Philip RothAllemanDen Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc en de Engelse tegenhanger Everyman, beide ‘sinnespelen’ van het allegorische, vijftiende-eeuwse type, vormen de vage inspiratiebron van Philip Roths zevenentwintigste roman, Alleman.
Lees verder >
26 juni 2006
Lees verder >
Peter Terrin
Koorddanser boven veenbrand
De Vlaamse auteur Peter Terrin (1968) heeft twee belangrijke eigenschappen die voor een schrijver van groot belang kunnen zijn: een morbide fantasie en een fijne penvoering.
Lees verder >
26 juni 2006
De Vlaamse auteur Peter Terrin (1968) heeft twee belangrijke eigenschappen die voor een schrijver van groot belang kunnen zijn: een morbide fantasie en een fijne penvoering.
Lees verder >
De Caribische mens als toekomstideaal
De deserteurs - Frank Martinus ArionDe roman is zeer vernuftig in de romantraditie van de 18de eeuw opgezet. Daarvan heeft het verhaal alle kenmerken: avontuur, reizen en erotiek spelen een belangrijke rol. Geheel in deze traditie gaat het hier om een avonturenroman.
Lees verder >
26 juni 2006
Lees verder >
C. Buddingh-prijs voor Willem Thies
De andere genomineerde dichtbundels waren De vloeibare jongen van Thomas Möhlmann (Prometheus), er hangt een hoge lucht boven ons van Els Moors (Nieuw Amsterdam) en Geef mij een wonder van Alexis de Roode (Podium). De in 1973 geboren Willem Thies woont en werkt in Amsterdam.
Lees verder >
22 juni 2006
Lees verder >
Laatste nacht,James Salter
Een licht en op zichzelf staand ongelukIn de beste verhalenbundels gebeurt er iets tussen de verhalen door dat de verhalen verbindt. Niet per se een gemeenschappelijk thema, dat de lezer gaandeweg gaat ontdekken, minder nog pesonages die door verschillende verhalen lopen.
Lees verder >
19 juni 2006
Lees verder >
Doe Maar Dicht Maar

19 juni 2006
Meer dan tien jaar geleden zat ik bij Doe Maar Dicht Maar, een festival voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. We maakten lesmateriaal omdat we vonden dat de meeste docenten geen idee hadden wat je met poëzie in de klas kon doen. Meestal was het niet meer dan iets nakijkbaars maken: een elfje, een limerick of een haiku godbetert.
Duizenden leerlingen uit het hele land deden mee met de wedstrijd, natuurlijk met veel gedichten over dode opa’s en oma’s, honden en katten. Maar er zat ook veel waardevols tussen die poëzie. Dichters als Anne van Amstel, Erik Solvanger en Rashid Novaire (nu romancier) hebben er hun eerste stappen liggen. Op de feestelijke slotavonden traden ze op naast mensen als Gerrit Kouwenaar, Bart Chabot, Arjen Duinker, Huub van der Lubbe, Frank Boeijen. Poëzie en pop liepen in elkaar over, tussen dichters voor de jeugd (Karel Eykman, Ted van Lieshout bijvoorbeeld) en dichters voor volwassenen bestond geen onderscheid, van de winnende gedichten van de leerlingen werden clips gemaakt. Tegenwoordig zou je het cross-over noemen. Door andere media wist je een bij voorbaat ongeïnteresseerde groep te betrekken bij de poëzie.
In het boek Ongerijmd succes van Thomas Vaessens wordt Doe Maar Dicht Maar ook een paar keer genoemd. Met een foutieve komma halverwege in de naam. Vaessens vindt die naam heel erg belangrijk, want hij denkt dat de stichting er vooral op uit is om de leerling maar lekker hun gevoel te laten uitstorten. Zelfs als hij een hoofdstukje later de mythes over de leesbevordering onder de loep neemt kan hij het niet nalaten een sneer uit te delen: ‘Overal in het corpus wordt poëzie geassocieerd met het spontaan uitstorten van het emotioneel gemoed (de Stichting Lezen is medefinancier van Doe maar dicht maar).’
Waarom deze lange aanloop? Op grond van de (nog erg voorzichtige) stellingname van Vaessens in het boek ? de ‘officiële’ kritiek zou eens meer nota moeten nemen van de ‘niet-officiële’, door henzelf gecanoniseerde poëzie ? zou je verwachten dat Vaessens juist oog zou hebben voor bewegingen en festivals en sites die morrelen aan het vastgeroeste beeld over poëzie en dichters. Vaessens weet in dit voorbeeld in ieder geval niet waarover hij het heeft.
De inzet van Vaessens is echter bewonderenswaardig. Hij durft wel een iets te poneren. Zo stelt hij in het begin van zijn boek de vraag ‘Wat te denken van een poëzie die zich afspeelt in een autonoom domein waarin eigen normen gelden; een poëzie die zo gespecialiseerd is dat zij zich vooral lijkt te richten op de dichters, de kenners en de andere insiders?’ Hij geeft ook al meteen de keuze uit twee antwoorden (een retorische truc, want er zijn veel meer antwoorden mogelijk)
1 ‘Het ziet er niet best uit, want de poëzie is kennelijk absoluut niet met haar tijd meegegaan.’
2 ‘Prachtig, want in de afgelopen twee eeuwen heeft het professioneel geworden genre zijn niche gevonden en inmiddels doet de poëzie precies wat er van haar verwacht wordt.’
De auteur haast zich te verklaren dat hij tegen de zelfgenoegzaamheid van het tweede standpunt zal ageren. Dat uitgangspunt is in de universitaire wereld een kleine revolutie op zich.
Toch proef ik nog teveel voorzichtigheid in de essays van Vaessens. Zijn hele knipselmap (van tekeningen van Gummbah, onderzoeken, krantenberichtjes, webpaginadiscussies) strooit hij door het boek heen, wat leidt tot een oerwoud aan op zichzelf interessante terzijdes die het zicht op de hoofdlijn van zijn betoog enigszins vertroebelen. En dat hele betoog komt er uiteindelijk wel op neer dat critici en wetenschappers hun blik moeten verruimen en meer aandacht moeten krijgen voor alles wat er gebeurt naast de poëzie die ze kennen.
Dat is mooi. Heel mooi. Maar oproepen alleen is niet genoeg. Juist Vaessens is de aangewezen wetenschapper die de waarde van literatuur op internet (bijvoorbeeld) zou kunnen wegen, die een poetryslam (bijvoorbeeld) bijwoont en daarover een wetenschappelijk artikel kan schrijven. Die stukken moeten nog geschreven worden. De oproep die Vaessens aan critici en wetenschappers doet is vooral een oproep aan hemzelf. Schrijf nu eens een mooi boek met stukken over dichters en hun poëzie die buiten het literaire circuit vallen. Hij heeft in vorige boeken (met Jos Joosten) genoegzaam bewezen dat hij weet wat er speelt. Trek nu de consequenties uit de gedurfde stellingname.
Coen Peppelenbos
Thomas Vaessens: Ongerijmd succes. Uitgeverij Vantilt.
Duizenden leerlingen uit het hele land deden mee met de wedstrijd, natuurlijk met veel gedichten over dode opa’s en oma’s, honden en katten. Maar er zat ook veel waardevols tussen die poëzie. Dichters als Anne van Amstel, Erik Solvanger en Rashid Novaire (nu romancier) hebben er hun eerste stappen liggen. Op de feestelijke slotavonden traden ze op naast mensen als Gerrit Kouwenaar, Bart Chabot, Arjen Duinker, Huub van der Lubbe, Frank Boeijen. Poëzie en pop liepen in elkaar over, tussen dichters voor de jeugd (Karel Eykman, Ted van Lieshout bijvoorbeeld) en dichters voor volwassenen bestond geen onderscheid, van de winnende gedichten van de leerlingen werden clips gemaakt. Tegenwoordig zou je het cross-over noemen. Door andere media wist je een bij voorbaat ongeïnteresseerde groep te betrekken bij de poëzie.
In het boek Ongerijmd succes van Thomas Vaessens wordt Doe Maar Dicht Maar ook een paar keer genoemd. Met een foutieve komma halverwege in de naam. Vaessens vindt die naam heel erg belangrijk, want hij denkt dat de stichting er vooral op uit is om de leerling maar lekker hun gevoel te laten uitstorten. Zelfs als hij een hoofdstukje later de mythes over de leesbevordering onder de loep neemt kan hij het niet nalaten een sneer uit te delen: ‘Overal in het corpus wordt poëzie geassocieerd met het spontaan uitstorten van het emotioneel gemoed (de Stichting Lezen is medefinancier van Doe maar dicht maar).’
Waarom deze lange aanloop? Op grond van de (nog erg voorzichtige) stellingname van Vaessens in het boek ? de ‘officiële’ kritiek zou eens meer nota moeten nemen van de ‘niet-officiële’, door henzelf gecanoniseerde poëzie ? zou je verwachten dat Vaessens juist oog zou hebben voor bewegingen en festivals en sites die morrelen aan het vastgeroeste beeld over poëzie en dichters. Vaessens weet in dit voorbeeld in ieder geval niet waarover hij het heeft.
De inzet van Vaessens is echter bewonderenswaardig. Hij durft wel een iets te poneren. Zo stelt hij in het begin van zijn boek de vraag ‘Wat te denken van een poëzie die zich afspeelt in een autonoom domein waarin eigen normen gelden; een poëzie die zo gespecialiseerd is dat zij zich vooral lijkt te richten op de dichters, de kenners en de andere insiders?’ Hij geeft ook al meteen de keuze uit twee antwoorden (een retorische truc, want er zijn veel meer antwoorden mogelijk)
1 ‘Het ziet er niet best uit, want de poëzie is kennelijk absoluut niet met haar tijd meegegaan.’
2 ‘Prachtig, want in de afgelopen twee eeuwen heeft het professioneel geworden genre zijn niche gevonden en inmiddels doet de poëzie precies wat er van haar verwacht wordt.’
De auteur haast zich te verklaren dat hij tegen de zelfgenoegzaamheid van het tweede standpunt zal ageren. Dat uitgangspunt is in de universitaire wereld een kleine revolutie op zich.
Toch proef ik nog teveel voorzichtigheid in de essays van Vaessens. Zijn hele knipselmap (van tekeningen van Gummbah, onderzoeken, krantenberichtjes, webpaginadiscussies) strooit hij door het boek heen, wat leidt tot een oerwoud aan op zichzelf interessante terzijdes die het zicht op de hoofdlijn van zijn betoog enigszins vertroebelen. En dat hele betoog komt er uiteindelijk wel op neer dat critici en wetenschappers hun blik moeten verruimen en meer aandacht moeten krijgen voor alles wat er gebeurt naast de poëzie die ze kennen.
Dat is mooi. Heel mooi. Maar oproepen alleen is niet genoeg. Juist Vaessens is de aangewezen wetenschapper die de waarde van literatuur op internet (bijvoorbeeld) zou kunnen wegen, die een poetryslam (bijvoorbeeld) bijwoont en daarover een wetenschappelijk artikel kan schrijven. Die stukken moeten nog geschreven worden. De oproep die Vaessens aan critici en wetenschappers doet is vooral een oproep aan hemzelf. Schrijf nu eens een mooi boek met stukken over dichters en hun poëzie die buiten het literaire circuit vallen. Hij heeft in vorige boeken (met Jos Joosten) genoegzaam bewezen dat hij weet wat er speelt. Trek nu de consequenties uit de gedurfde stellingname.
Coen Peppelenbos
Thomas Vaessens: Ongerijmd succes. Uitgeverij Vantilt.
De bronmeester van Veskimõisa,Jaan Kaplinski
‘Soms denk ik dat ik eigenlijk geen schrijver ben, ik heb ook nooit de rol van schrijver en dichter geaccepteerd. Ik dicht, zonder dichter te zijn; ik schrijf, zonder schrijver te zijn. Het verschil tussen mij en de schrijver is ongeveer hetzelfde als het verschil tussen de sjamaan en de trommelaar van een orkest.
Lees verder >
19 juni 2006
Lees verder >
Verfhuid,Rascha Peper
Arnold Kee is kunsthandelaar in Amsterdam. Regelmatig komt daar een kunstverzamelaar Karl Terwindus om even rond te kijken. Deze Terwindus is een vreemde, norse, gesloten, kleurloze man.Kee heeft hem eens een beeld van Johannes de Doper verkocht voor 40.000 gulden.
Lees verder >
18 juni 2006
Lees verder >
Poëziebus naar Buddingh-prijs 2006
Tijdens de comfortabele reis lezen Mark Boog (winnaar van de VSB-poëzieprijs 2006 en de C. Buddingh'-prijs 2001) en Henk van de Waal (winnaar C.Buddingh'-prijs 1996) enkele van hun gedichten voor en vindt er een kort gesprek over hun poëzie plaats.
Lees verder >
15 juni 2006
Lees verder >
Stromende dichters op PIW
Gerbrandy treedt op in een internationaal programma rond 20.15 uur; Van Haren rond 21.30. Hun beider optredens worden in woord en beeld uitgezonden op de website, een Engelse vertaling van hun gedichten loopt in de ondertiteling mee.
Lees verder >
15 juni 2006
Lees verder >
Op aarde,Jos Kool
Jos Kool (1953 Leerdam) is eigenlijk journalist. Hij werkte jarenlang als de drijvende kracht achter Klankbord een blad van de Rabobank. Daarnaast verzorgde hij reportages over allerlei Derde Wereldlanden en werkte voor de Volkskrant en de Haagse Post.
Lees verder >
12 juni 2006
Lees verder >
Deze deur is geen uitgang,S. Mehmedinovic
Semezdin MehmedinovicDeze deur is geen uitgangDe gedichten verzameld in Deze deur is geen uitgang komen uit twee verschillende bundels van de Bosnische schrijver Semezdin Mehmedinovic: Sarajevo Blues (1992) en Negen Alexandria’s (2002), waarin ook de reeks ‘Deze deur is geen uitgang’ is opgenomen.
Lees verder >
12 juni 2006
Lees verder >
Excuses voor het ongemak,Hans Hogenkamp
"Excuses voor het ongemak", deze woorden lijken Chandrani en haar broer Bayya in de mond bestorven.Bayya maakt schoon bij Edo Kleingeld. Op een dag vraagt hij of zijn eveneens Srilankaanse zus voor een paar weken een kamer mag bewonen bij Edo. Zij kan nergens heen, is net aangekomen in Nederland.
Lees verder >
12 juni 2006
Lees verder >
Nog een Wereldkampioenschap met Nederlandse Kansen!
De Nederlands Kampioen Podiumpoëzie vertegenwoordigt Nederland. Vele voorrondes op allerlei Nederlandse podia gingen aan deze nationale kampioenstitel vooraf. Met de bundel http://www.uitgeverijholland.nl/titel/publicationsdetail.asp?id=381 - Onder dak debuteerde Koolwijk najaar 2005 bij http://www.uitgeverijholland.
Lees verder >
9 juni 2006
Lees verder >
Witwassen, een verbindende schakel in het criminele circuit, Puntje Productions
Deze week een non-fictie bespreking uit Suriname door Ruth San A Jong, mede-initiatiefnemer van Stichting Bukutori, een literaire organisatie in Suriname die zich richt op het vormen van aankomend schrijftalent.
Lees verder >
5 juni 2006
Lees verder >
Sándor Márai
Sándor Márai was tot voor kort een volslagen onbekende schrijver in Nederland en de rest van Europa. Uitgevers zagen er jarenlang geen brood in om zijn boeken uit te geven. Boeken die eerder van hem in het Duits vertaald waren, werden genegeerd.
Lees verder >
5 juni 2006
Lees verder >
Met de huid geschreven,Aleksander Wat
Brengt Meulenhoff ons een Verzamelde Wat?Aleksander Wat was zo oud als de eeuw toen hij in 1967 een einde aan zijn leven maakte. En de eeuw moet zijn sporen in hem hebben achtergelaten. Gedebuteerd als 19-jarige werd hij in Polen vooral bekend al representant van de futuristen die in Warschau in het interbellum een belangrijke stroming uitmaakten.
Lees verder >
5 juni 2006
Lees verder >
De geschiedenis van de liefde, N. Krauss
Geschreven door: BernadetDatum: 30-5-2006 7:27:00De geschiedenis van de liefdeNicole KraussDe geschiedenis van de liefde bestaat uit drie verhalen die door elkaar heen lopen. Je moet er goed bijblijven wil je alles nog kunnen volgen. Het begint allemaal met het boek 'De geschiedenis van een liefde', een boek door Zvi Litvinoff geschreven.
Lees verder >
5 juni 2006
Lees verder >
Historische teksten over Suriname nu digitaal
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren is een website over de Nederlandse taal en literatuur. De site bevat literaire teksten, secundaire literatuur en aanvullende informatie als biografieën, portretten en hyperlinks.
Lees verder >
4 juni 2006
Lees verder >
Voorproefje op De Tweede Ronde: Truman Capote
Muziek voor kameleons door Truman CapoteZij is lang en slank, zeventig misschien, zilverharig, gesoigneerd, zwart noch blank, een bleekgouden rumkleur. Ze is een Martinikaanse aristocrate die in Fort de France woont, maar ook een appartement in Parijs heeft.
Lees verder >
2 juni 2006
Lees verder >
Nieuwsbrief
Facebook
Twitter
RSS