16 juli 2007

Burgerrecensenten versus 'echte' recensenten, deel II

Belegerd door slechte boeken

Het internet is winst voor literatuurliefhebbers. Meer boeken zijn binnen ons bereik dan ooit tevoren. Onvindbare titels bestaan niet meer. Lezers kunnen schrijvers op hun websites opzoeken, en vreemden kunnen elkaar boeken aanbevelen. Een lezer kan op een onbewoond eiland zitten en hij hoeft nog niet eenzaam te zijn. Hij kan dit stuk lezen. Het lijkt allemaal winst, en toch zijn er schrijvers die zich zorgen maken, vooral over de websites waar hun boeken worden besproken door burgerrecensenten.

Schrijvers staan per definitie ambivalent tegenover recensies. Zelfs op een enthousiaste recensie valt nog wel wat aan te merken, want wie ziet er nu graag een boek van honderden pagina’s teruggebracht tot een stukje dat je in een paar minuten uit hebt? In het verleden konden schrijvers zich troosten met de gedachte dat recensies zo vluchtig waren als de krant waarin ze werden afgedrukt. De komst van de internetrecensie heeft hier echter verandering in gebracht. Wat op het internet staat, gaat nooit meer weg, en wat op een krachtige website als RecensieWeb, 8Weekly of LiterairNederland staat, komt meestal hoog op Google. Ongeacht hoe knullig de recensie is geschreven.

Het lijkt zo eenvoudig, een recensie schrijven. Je leest het boek, je vat het samen en ten slotte zeg je wat je ervan vindt. Iedereen kan in een paar zinnen zeggen of hij een boek goed of slecht vindt, maar voor het schrijven van een recensie komt meer kijken. Het vergt grote behendigheid om de essentiële ingrediënten van een roman zo te reorganiseren dat de bespreking een redelijke indruk van het boek geeft, zonder de lezer te bedelven onder de details. Een van de voornaamste misvattingen in deze discussie is dat de burgerrecensent ‘gewoon een lezer’ is. Geen recensent. Het is heel simpel. Wie een recensie schrijft, is een recensent. Het maakt niet uit of hij wordt betaald.

Het verschil is evident. Een lezer hoeft niet over een boek te schrijven. Een lezer kan een boek dat hem niet bevalt wegleggen. En later weer oppakken wanneer hij een betere bui heeft, of opeens snapt wat de schrijver hem wil vertellen. Hij kan er net zo lang over doen als hij wil. Allemaal voorrechten die een recensent niet heeft. Voor een recensent is lezen werk. Hij moet het boek uit krijgen en zijn stuk schrijven. En dat is zijn laatste woord erover, want een criticus die van mening verandert verliest zijn krediet – vraag me niet waarom.

Literaire kritiek is een vak, met een traditie die in ons land een dikke eeuw oud is. Dat is vrij kort, maar onze romantraditie is eigenlijk nog korter als je vanaf Couperus en Van Schendel rekent. De stichting Auteursdomein heeft een poging gedaan een recensiecode op te stellen, die niet in alle opzichten is geslaagd. Maar in de inleiding wordt wel duidelijk gemaakt dat ‘kwaliteiten als levenservaring, emotionele ontvankelijkheid, intellectuele horizon, belezenheid en gevoel voor taal een voorwaarde voor een bekwaam oordeel zijn.’

Zo lijkt het alsof je een heilige moet zijn om recensies te schrijven. Een blik op critici uit het verleden die nog steeds de moeite waard zijn om te lezen (om nog maar te zwijgen van de huidige generatie) wijst uit dat dit onnodig hoog gegrepen is. Het recept is heel simpel. Goede critici kunnen goed schrijven. En dan kunnen ze meestal ook goed lezen. Andersom is weinig zo bizar als een recensent die ons in kreupel proza wil vertellen dat een boek slecht is geschreven.

Je hoeft geen genie te zijn om een behoorlijke recensie te schrijven. Maar je moet het wel willen leren. Het probleem van websites als RecensieWeb en 8Weekly is dat hun recensies er net zo uitzien als in de dagbladen – intro, een informatieve expositie en een oordeel – terwijl er inhoudelijk zelden een acceptabel niveau wordt bereikt. De meeste burgerrecensenten houden het na een handvol pogingen dan ook voor gezien, want het valt niet mee om een goede recensie te schrijven. Het blijkt al snel dat je je leesplezier bederft als je geen boek meer kunt lezen zonder een notitieblok erbij. Het is veel leuker om literatuur gewoon te ondergaan. En dan kun je altijd nog in een paar zinnen je mening geven op bolcom of elders.

De opkomst van het internet loopt gelijk op met de cultus van de mening. Op het internet heeft iedereen gelijk en Elvis leeft nog. Op het politiek klimaat heeft de meningencultus geen goed effect gehad, en ook onze beleving van de literatuur is veranderd. We zitten niet langer met een boekje in een hoekje. We nemen deel aan een debat. Het probleem is alleen dat de literatuur en het circus van de vrije mening niet goed bij elkaar aansluiten. Literatuur is niet bedoeld om het mee eens of oneens te zijn. Wie recensies gaat schrijven om zijn (of haar) mening te ventileren, zal worden teleurgesteld. Wie zijn spierballen wil laten zien en een boek gaat afkraken, merkt al snel dat hij in de lucht staat te meppen. Niemand is geinteresseerd in een slecht boek. Een vernietigende recensie is alleen leuk als hij duivels goed is geschreven, en voor virtuoos proza moeten we niet op het net zijn.

‘Maar kunnen burgerrecensenten ons dan niet waarschuwen tegen slechte boeken?’ vroeg een bezorgde dame van NRCV-radio. Het is een intrigerende gedachte. Een leger van slechte boeken dat ons omsingelt, en alleen de recensent die ons voor het onheil behoedt. Volkomen belangeloos! Ik ben de laatste om te ontkennen dat er slechte boeken bestaan. Alleen, wie heeft er last van? Van de meeste slechte boeken zal niemand ooit horen. De grote meerderheid gaat roemloos verloren zonder dat één recensent er aandacht aan besteedt.

En dan is er de rol van literaire websites bij de boeken die massaal worden gehyped. Harry Potter. Kluun. Heleen van Royen. Als burgerrecensenten het publiek al hebben gewaarschuwd dat er ook nog andere boeken zijn om te lezen, is die boodschap niet aangekomen. Integendeel, het internet speelt een duidelijke rol bij het marketen van dit type bestseller, want zolang er over een boek gepraat wordt – positief of negatief – blijft de bal rollen. Zo vervullen de literaire websites een ondersteunende functie in de hype. Volkomen belangeloos!

Is het internet daarom verloren voor de literatuur? Natuurlijk niet. Zeker niet als websites zoals RecensieWeb, 8Weekly en LiterairNederland beter worden dan ze nu zijn. Ze hebben grote macht op het internet, mooi, maar met die macht komt verantwoordelijkheid. Het is niet goed als de meest prominente recensies van een boek het werk zijn van amateurs die ook eens een keer recensentje willen spelen, om er na een paar pogingen de brui aan te geven. Die recensie gaat immers nooit meer weg. Daarom past de houding van een medewerkster van RecensieWeb niet die beweerde dat de meerwaarde van de internetrecensent is dat ‘zij lekker doen waar ze zelf zin in hebben.’ Dit is belletjestrekken en hard wegrennen.

Er is niets op tegen als iemand op zijn eigen houtje de dichter Rob Schouten gaat vertellen dat een woord als naaien (in de zin van neuken) niet in de poëzie thuishoort of dat Joost Zwagerman van zijn uitzonderlijke dichtbundel Roeshoofd hemelt beter een roman had kunnen maken. Maar als dit soort betweterij door een krachtige internetmachine naar een dominante positie wordt gestuwd, wordt het publiek voor de gek gehouden.

Het is één van tweeën. Er is plaats voor een website waar lezers hun meningen kunnen plaatsen zonder enige journalistieke pretentie. Of je maakt een website waar literaire journalistiek wordt bedreven. Recensies, interviews, discussies over zaken die in de reguliere pers niet aan bod komen. Wat niet kan is journalistje spelen, recensie-exemplaren incasseren, subsidie aanvragen en vervolgens alles plaatsen wat binnenkomt, om maar de grootste te worden.

Literaire websites moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Ik zie niets in het voorstel van Auteursdomein om schrijvers het recht op weerwoord te geven. Dan kan je wel aan de gang blijven. Het zou bij voorbeeld geen slecht idee zijn als een burgerrecensent eerst zijn sporen moet hebben verdiend voor hij een boek gaat kraken. Nu zijn er teveel besprekingen waarin de recensent denkt dat het de fout van de auteur is dat een boek hem niet aanstaat, terwijl het ligt aan zijn eigen onvermogen de zaken op een rijtje te krijgen. Het zou goed zijn als deze websites wat selectiever worden bij het verwelkomen van medewerkers. En waarom doen deze websites net alsof ze op duur papier worden gedrukt, door van ieder boek maar één recensie te publiceren? Het zou veel interessanter zijn om afwijkende recensies naast elkaar te zien. Op het internet is ruimte genoeg.

Misschien moet de remedie uit een andere hoek komen. Het zou goed zijn als meer professionele critici online gingen. Bij mijn weten zijn er tot dusverre maar drie critici die steeds hun boekbesprekingen op hun eigen website plaatsen: Max Pam, Arie Storm en ik. Het publiek zou ermee gediend zijn als andere schrijvers-critici hun kranten ervan konden overtuigen dat hun materiaal niet in de papieren archieven hoeft te vergelen. Want dan kan het nog interessant worden op het internet.

Herman Stevens

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

12 oktober 2017

Een antikrimi

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer