Dolle boel

Lof der zotheid. Scherts, satire en ironie. Humor in de volksmond. Dat is het thema van de boekenweek die a.s. woensdag begint. Het belooft een dolle boel te worden, de komende twee weken.

Tegelijkertijd denk ik: best een gewaagd thema, want wat is humor? Ik vroeg me af wanneer, bij welk boek, ik zelf hardop heb gelachen. Die vraag is nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Niet dat ik nooit lach om iets wat ik lees, integendeel. Maar er is een groot verschil tussen schaterlachen en grinniken. Om de columns van Sylvia Witteman moet ik altijd heel hard lachen. En jaren geleden heb ik me bescheurd om The story of my life van Jay McInnerny – maar dat is dan ook het enige wat me van dat boek is bijgebleven.

Wat de een leuk vindt, hoeft niet voor de ander te gelden. Een goed voorbeeld daarvan is Het bureau van J.J.Voskuil. Ik was er vanaf deel een door gegrepen, onder andere omdat ik het zo ontzettend grappig vond. Dat gold overigens niet alleen voor mij, half Nederland raakte om die reden in de ban van Het bureau. De andere helft schoot acuut in een depressie. En zo was ons land enige tijd opgedeeld in Voskuil-liefhebbers en Voskuil-haters. Wat vond ik dan zo grappig aan het minutieuze relaas van het arbeidzame leven van Maarten Koning? Ik denk dat het te maken heeft met de herkenbaarheid van een bepaalde kleinburgerlijke sfeer. De gortdroge observaties van o zo herkenbare types en situaties. Nederland op z’n smalst. De truttigheid, de treurigheid, in combinatie met de onmiskenbare zelfspot van de hoofdpersoon. Ik heb heel wat af gegrinnikt.

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat deze cyclus in het buitenland nooit een succes zou kunnen zijn, omdat de humor waarschijnlijk niet begrepen wordt. En is het over een eeuw nog leuk om te lezen? Waaruit dan tegelijkertijd de vraag rijst in hoeverre humor universeel is. Niet dus, ben ik geneigd te zeggen. Of misschien tot op zekere hoogte, maar subtiele humor is voor een groot deel leeftijd-, cultuur-, tijd- en smaakgebonden.

Maar wat is nou humor? Dat kan ik u niet vertellen. Als er maar gelachen of gegrinnikt wordt, zou ik zeggen. Alleen geldt ook voor humor: geniet, maar grinnik met mate. Een overdosis kan fatale verlammingsverschijnselen op uw kaakspieren tot gevolg hebben.

Veel plezier,

Saskia Taggenbrock

Recent

11 oktober 2018

Een breekbaar geluk

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 oktober 2008

Kwetsbare poëzie

Recensie door Wouter

De nieuwe bundel van dichter en journalist Hilbrand Rozema kent lange zinnen van weinig woorden. En zoals een Groninger betaamt, heeft die aan een half woord genoeg. Hoewel, weinig halve woorden, want Rozema floreert in taligheid. Dit brengt enerzijds prachtige constructies met zich mee, zoals de eenvoudige maar prachtige beginzinnen van de vierdelige cyclus ‘Losgeregende bloesems’: ‘Het licht van de zon / op de losgeregende bloesems.’

Lees meer