Schrijfproces

Bloedmooi, en toch eenvoudig, lief, romantisch, personageman van me. Ik heb me altijd al zo een man willen schrijven, dus waarom niet nu de kans gegrepen, om mijn eigenste beste vlinder fladder personagemeneer soepelweg (niet: soepel weg) te laten vleugelen door een gloednieuw verhaal. Yesss!

Blijkt, als een echte hebi, een ware vloek op me hoofd – o god daar ga ik weer; zomaar midden in de schrijfvlucht (dus helaas toch: soepel weg), mijn personagemeneer, opeens een moordenaar. Zomaar zo! Dat is een groot probleem, want ‘zomaar’ mag nu juist niet, ‘zomaar’ is niet o.k. Dat bazuinen sommige schrijfregels, en ik zeg je, het lukt die vertikte regels uitstekend de boel danig te overstemmen.

Toch is, hij, personageman van me, echt zomaar zo een getikte moordenaar, ik zeg ’t je. Niet nu nu, is hij zo. Altijd al, maar zonder dat ik dat eerst in de gaten had! Misschien was het door mijn haast (en die van anderen: heb je al een nieuw verhaal voor ons?), hem snel snel te strikken, dat ik dit eerst niet in de gaten had, maar die man is een wreedaardige kiriman, echt waar, vertrouw maar gerust op mijn oordeel. En hij heeft niet eens beroerde jeugd gehad, geen trauma’s, geen drugs (ik heb echt heel goed ge-researched, you know, anders zou ik niet zomaar zo dingen komen zeggen), geen boven-abnormale sekslust, geen drank dus geen obscene drama’s, geen nèks! Ik geloof het zelf ook bijna niet, dus forceer ik me toch al moeilijk ziende oog en commandeer mezelf: kijk beter meisje, zoek dieper, zoek diep diep diep.

Ik schuif gordijnen open, sommigen wagenwijd om broad daylight of maneschijn door te laten, sommigen een piepklein stukje maar.

Van die laatste, gaat er soms een verder open, soms toch weer vlug vlug toegeschoven. Want fantasie kan met je doen hoor mi gudu, kan je nemen waar je bijstaat, is beschamend gewoonweg, pijnlijk, ruïnerend, shockerend, miserabel soms om te verhalen op papier dus trek ik wroeps zo, gordijnen weer dicht, en dat mag! Ik mag! Naar de donder met die onbeschofte regels die durven redeneren over en beweren dat alles mag: schrijvers-lef, weg met (zelf)censuur.

Is zo zie je hoe woorden soms strak-zakelijk onrecht word aangedaan, i sa man, wil je wel geloven…

Dus besluit ik voor mezelf bijwijze van voornemen voor dit nieuwe jaar, dat ik alleen bepaal, hoe diep ik me in de ziel laat zien.

Maar ondertussen is personage van me nog altijd hopeloos stapelgek en moordenaar, en nog steeds zomaar zo, we a no moy dan! Dat moet lezerlief ook gaan geloven, dus laat ik die gordijnen op een kant, en trap hier en daar ongeduldig een deurtje open en dan opeens brems ik brams zo, met hem: mijn personage-man-moordenaar. En ik zeg je: niets van wat moordwapen zijn kan, heeft die schoft – van wie ik eerst dus dacht dat hij slechts vriendelijk, lief, charmant was – in zijn hand, niet eens een pennenmesje. Toch staar ik hem met ingehouden adem aan, en ik zie: die ellendeling is werkelijk zo maar zo een moordenaar, is met die hebi is hij geboren, en nu is hij bij me gekomen, heeft mij uitgekozen. Posteert zich vlak achter mijn ogen zodat ik hem goed goed kan zien. Dreigend dichtbij in mij, is hij, tot diep in mijn buik vastgezogen, tot diep in mijn hoofd geprent, en zijn stem sist als Daguwe in mijn oren. Vertelt me tot in de finesse, waarom hij daar staat en dat is om mij dood te boren, als ik hem niet een slag voor ben, hem niet safri safri, langzaam maar zeker, vang met mijn pen.

Hij wil moorden, die mars, die me eerst met zijn charme schijnde, omdat iets, zomaar zo. op hem is gekomen, en ik – stomme sukkel, waarom lees ik niet liever een goed boek – was juist op zijn pad, op het moment dat hij iemand zocht om te doden: het moment waarop onzichtbaar iets – soort van kiri bakru, moordgeest in ABN ? weer in hem gevaren was. Zoals bij zoveel mannen, vrouwen, kinderen zelfs, weleens een onstuitbaar iets invaren kan, waardoor zij met een klip van het mes zomaar zo kunnen moorden. Afhankelijk van hoe diep het iets in hen geslopen en doorgedrongen is. Zomaar zo, zonder dat iemand ziet, maar ik keek net op tijd en zag het gebeuren…

Met de dreigende, overtuigende stem van mijn moordenaar angstaanjagend diep in mijn oren, hoofd, buik, overal, kan ik niet veel anders dan hem in de gaten te houden, naar hem te blijven luisteren, kijken, beschrijven, lezen, doorhalen, weer luisteren, kijken, nog eens luisteren naar mijn halvegare moordenaar zodat ik hem goed goed vangen kan voor het moordverhaal dat ik wil schrijven.

En dus stapelen die steengoede boeken zich tot mijn grote, ja zeer grote spijt, ongelezen op, daar ik mij wil laten vangen door verhalen en laat vlijen door het overheersende idee, dat ik heel graag schrijven wil.

Marylin Simons

Marylin Simons’ verhalenbundel Koorddansers verscheen in 2006 in Nederland bij De Geus, maar kwam eerder in Suriname uit onder de titel Caroussel, bij uitgeverij Okopipi. Tevens is Marylin actief als kinderboekenschrijfster in Suriname. Ook nam zij deel aan de discussie die momenteel gevoerd wordt rond de Surinaamse identiteit van literatuur en kwaliteitscriteria die al dan niet gehanteerd dienen te worden (en zo ja: welke?). Een bijdrage is te lezen op de website van de Surinaamse schrijversvereniging Schrijversgroep ’77: www.schrijversgroep77.com onder de titel Het gegeven paard.

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

12 januari 2018

Voelen met verstand

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Een verhalendebuut
door Bernadet

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt. Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer.

Lees meer