10 april 2006

Reve, da's pas leven

Reve was natuurlijk al een paar jaar geestelijk dood. En in die laatste jaren is er al een stroom aan publicaties op gang gekomen over zijn werk, zijn leven, zijn naderende einde met als voorlopig dieptepunt een boekje over zijn laatste signeersessie. Wat opviel aan de eerste reeks beschouwingen op tv was de herhaling van ‘incidenten’: zijn racisme, de kus van Klompé, het ezeltjesproces en ga zo maar door. Of je een heel schrijversleven kunt herleiden tot de publicitaire hoogtepunten.

Laten we terug gaan naar zijn werk. Met enige beslistheid werd in het journaal al gezegd dat De avonden zijn grootste werk was. Harry Mulisch bevestigde het enkele keren. Het is goed om één gedicht van Reve te citeren:

Afrekening

Het nieuwe prachtboek van de intellectueel H.M.
gaat niet over God, niet over de Liefde,
niet over de Dood.
Het gaat over een zeepbel die uiteenspat.
Men noemt dit werk: ‘sterk autobiografies.’

Bijna iedereen in mijn omgeving kent De avonden en bijna iedereen kan er een eigen herinnering aan koppelen. Meestal stond het boek op de lijst voor het eindexamen en meestal beviel de lezing niet. Ik heb het boek na mijn eindexamen gelezen, in de eerste jaren van mijn studie Nederlands, en ik vond het een verpletterend boek. De donkere, verkrampte sfeer binnen het gezin met Frits als een dolende en eenzame figuur maakte diepe indruk op me.
Een paar jaar later stond ik zelf voor de klas en besloot met mijn eindexamenklas De avonden te lezen. Ik begon met voorlezen en er gebeurde iets merkwaardigs: de somberheid van het boek was weg. Ik moest tijdens het voorlezen enorm lachen om Frits. Ik lachte wel als enige, want de rest van de klas zag de humor er niet zo van in.
Tussen de eerste en tweede lezing zat maar een paar jaar. Ik had zijn gedichten gelezen, zijn brievenboeken en latere romans en kende inmiddels de typische Reve-toon, ironie met een ernst vermengd, platvloersheid gecombineerd met verhevenheid. Vooral Op weg naar het einde en Nader tot U zijn meesterwerken in mijn ogen. Met als resultaat: de vroegere Reve lees je anders door de latere Reve.
Ik zag gisteren op tv een hevig ontroerde Rudi van Dantzig vertellen over zijn voorliefde voor het werk. Hij roemde vooral het feit dat Reve voor homoseksuelen een niet te onderschatten functie heeft gehad. Hij is letterlijk een voorvechter geweest van een normale behandeling voor homoseksuelen. In een van zijn mooiste brieven, ‘Brief uit Edinburgh’ uit Op weg naar het einde, staat hij tijdens een schrijversconferentie een keer woedend op als er weer denigrerende opmerkingen worden gemaakt over homoseksualiteit in boeken. Zijn betoog eindigt met: ‘Dat ik mij tot het uiterste zal verzetten tegen elke poging om de auteur zijn onderwerp voor te schrijven en dat ik mij, als homoseksueel, zeker nooit door iemand zal laten verbieden homoseksualiteit tot onderwerp van mijn werk te kiezen. Tenslotte, dat ik gaarne iedereen uitdaag om mij een boek uit de wereldliteratuur voor te leggen, dat geen ‘abnormale’ mensen tot onderwerp heeft.’ Geen prachtproza, maar een tekst die uit woede is uitgesproken en opgeschreven en die in de jaren zestig nog ophef kon veroorzaken. Dat kun je je tegenwoordig nauwelijks meer voorstellen, godzijdank.
Ik heb Reve nooit echt ontmoet, maar ben wel twee keer in zijn nabijheid geweest. Een keer tijdens het literatuurfestival Winterschrift, waar Reve in zijn eentje zorgde voor een volle schouwburg (we hadden die avond wel twee schouwburgen vol kunnen hebben, mensen uit het hele land smeekten om kaartjes) en eerder bij een signeersessie voor zijn Verzamelde gedichten in Athena’s boekhandel.  Zorgvuldig doopte hij telkens zijn pen in de inkt om zijn handtekening te zetten (belangrijke woorden tegen mij: ‘het hoort niet op de Franse pagina, maar op de titelpagina’), waarna Wouter van Oorschot het boekje overnam om de inkt droog te blazen. Het Nieuwsblad van het Noorden rukte zelfs uit voor de volksschrijver en Gerlof Leistra vraagt hem of hij het leuk vindt om op te treden: ‘Ach, ik wil ook best een hele middag zingen en dansen voor spastische kinderen, maar dan moeten de doktoren het geld niet in eigen zak steken.’
En nu is hij dood.

Coen Peppelenbos 

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Lees meer