28 maart 2005

Meer poëzie op Literair Nederland

Hoeveel dichtregels kun je opzeggen? ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ ‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’ en ‘Weggaan is een soort van blijven’. Och, iedereen kent wel zo’n handjevol citaten om te epateren.

Toch zijn er ook zinnetjes die blijven hangen in je kop en er op de juiste gelegenheden weer uitkomen. Bij een wat al te patserige politicus of bobo van het een of ander moet ik vaak denken aan de zin van Tonnus Oosterhoff: ‘De voorzitter van een club, met dik bloed om de kop, en zijn vrouw zwijng.’ Ik vraag me al niet meer af wat ‘zwijng’ betekent: iets varkensachtigs of heel hartgrondig Oostgronings zwijgen?

Nu alle vogels al terugkomen en aan elkaar vragen of ze weer nestjes zullen bouwen, waar wachten ze toch op, is de lucht voor wie horen wil vol gezang. ‘Nooit had hij zo rijke tralieten gehoord,’ denk ik dan. Ik zei het laatst ook hardop toen ik met een vriend door de stad liep en een merel enorm de aandacht stond te trekken. Deze vriend leest nooit, zeker geen Leo Vroman, en wist dus niet wat ik bedoelde. Hij vroeg me serieus of je die tonen tralieten noemde.
Vanaf dat moment wist ik zeker dat van poëzie genieten voornamelijk een solitaire aangelegenheid is. Je leest wat, onthoudt een flard en sindsdien is de buitenwereld iets rijker omdat wat je meemaakt al eerder benoemd is. Er bestaan al woorden die je niet meer hoeft te ontdekken. Kom je de juiste situatie tegen dan haalt je geheugen de juiste regel er wel bij. Je deelt je ervaring met een gedicht.

Coen Peppelenbos

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer