5 juli 2004

Lost in translation

Nederlanders vinden over het algemeen dat ze hun talen heel leuk spreken. En lezen. Nederland is een exportland bij uitstek en zodra we menen dat het nodig is ruilen we onze marginale brabbeltaal in voor het kosmopolitische Engels, Duits of Frans. Vooral in Engels zijn we goed. We horen het immers dagelijks op radio en tv, we hebben er allemaal eindexamen in gedaan, enzovoort. Engelse boeken worden daarom ook goed verkocht in Nederland en veel mensen zeggen er de voorkeur aan te geven een Engelstalige roman in de originele taal te lezen, en niet in vertaling.

In het meest recente nummer van Filter, tijdschrift over vertalen, staat een artikel van Frank Ligtvoet, getiteld ‘Naïef’, waarin hij probeert aan te tonen dat je, zelfs als je hoogopgeleid bent, veel Engels gelezen, gesproken en gehoord hebt, en al jaren in de Verenigde Staten woont, een taal nog altijd niet tot in de puntjes beheerst. Juist bij het lezen van een literaire roman, waarin stijl, intertekstualiteit en meerduidigheid een grote rol spelen, kun je flink door de mand vallen als ‘non-native speaker’.

Ligtvoet stelt zichzelf de vraag of hij nog altijd baat heeft bij het lezen van Engelse literatuur in vertaling. Daartoe neemt hij zichzelf een test af. Kort daarvoor had hij Elizabeth Costello van J.M. Coetzee in het Engels gelezen, en toevallig net daarna de Nederlandse vertaling cadeau gekregen. Benieuwd als hij was hoe zijn begrip en interpretatie van Coetzees boek zich verhield tot de vertaling van Peter Bergsma en Irving Pardoen, besloot hij het Postscript, het laatste, meer abstracte dan vertellende deel van Elizabeth Costello, op leessnelheid vertalen. Het resultaat bracht hem tot een aantal voor hemzelf schokkende conclusies. Zo bleek hij op vier niveaus tekort te schieten met zijn vertaling: de welgevormdheid ontbrak (te letterlijk vertaald, verkeerde woordvolgordes etc.); hij was te lui geweest, waardoor bepaalde nuances volledig verloren gingen; hij koos vaak net het verkeerde woord waardoor hij de betekenis van zinnen geweld aandeed en hij wíst van sommige woorden gewoon de betekenis niet.
Ligtvoet trekt de conclusie dat Nederlanders die zeggen dat ze Engelse romans liever in het Engels lezen, zichzelf schromelijk overschatten. Vanzelfsprekend moet hierbij wel onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten romans. Het stuk Coetzee dat Ligtvoet had uitgekozen is bovenmatig pittig en vereist behalve een goede kennis van het Engels ook een uitgebreide algemene ontwikkeling. De test is evenwel leuk. Er wordt vaak gemopperd op Nederlandse vertalingen en vaak ook wel terecht. Het aantal echt goede vertalers, dat wil zeggen: vertalers die zowel een perfecte beheersing van de taal waaruit ze vertalen én van het Nederlands hebben, zijn schaars. Het gegeven dat je begrijpt wat er staat wil niet automatisch zeggen dat je dat ook in gelijkwaardig Nederlands kunt overbrengen. Wanneer het echter wel lukt, voegt een vertaling wel degelijk iets toe. Een goede vertaling biedt volledige toegang tot een tekst, laat alle facetten van de stijl flonkeren en bespaart je het tussentijd geduimel in woordenboeken.
Wie zelf nooit iets vertaald heeft, moet het zeker eens proberen. Hieronder staat een alinea uit een Engels boek dat het afgelopen jaar verschenen is. Heel bekend is het boek niet, het is geschreven door een jonge talentvolle Britse schrijver. Punten zijn er te verdienen wanneer je: A) weet uit welk boek het fragment komt en B) wanneer je het stukje goeddeels conform de officiële vertaling weet te vertalen. Bij 1 punt krijg je een leuke maar goedkope prijs, bij 2 punten een leuke en wat kostbaarder prijs. Een boek wordt het sowieso. Stuur je antwoord en vertaling voor 12 juli op naar daphne@literairnederland.nl

Fragment:

It turns out that I’m far less lavatorially obsessed than almost everyone else in the house, even Cecile. The men started the toilet-talk craze, as an excuse for their constant farting. Now, they don’t apologise for having done one, and no one else even laughs any more ? unless it sounds particularly ‘amusing’; like a duck or a creaky floorboard. Then the entire room collapses, as if in a hurricane of mirth. If the fart smells, and was silent, there are accusations and arcane rules. I can’t be bothered to detail them, but they are far beyond, ‘He who smelt it, dealt it’. At times like this the entire Project begins to feel ignoble. Living communally was always likely to be humiliating, but it is a disappointment to see how some people revel in their abasement.

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer