28 juni 2004

Momentopnamen

De was moet altijd opgehangen. En er is altijd wel een moeder die gebeld moet worden of een stapel post vermengd met onduidelijke andere soorten papier die hoognodig gesorteerd moet worden. En dan moet je ook nog eten. En daar moet je zelf voor zorgen. En net als je niet meer weet waar je eerst mee moet beginnen, zet je van pure ellende de televisie aan en valt je oog op het programma Recordings. Het is zo VPRO dat je er tientjeslid van zou worden als je al geen abonnee was vanwege die Achterpagina. Er is een thema, in dit geval ‘liefdesverdriet’. Geen mooier thema denkbaar. Er is of was altijd wel liefdesverdriet. Mensen worden in hun huis, of op een andere locatie die hun vertrouwd is gefilmd. Ze zingen a capella een lied uit hun cultuur over het thema. Soms kunnen ze helemaal niet zingen, vaak maakt dat hun lot alleen nog maar deerniswekkender.<BR>Het was zo mooi, zo verstild dat je even vergat dat je er zelf ook nog was. Op de achtergrond zag je troosteloze interieurs van Roemenen, Turken en een bejaarde Nederlandse vrouw. Aan het eind van elk liedje kreeg je in een paar regels te lezen waar het verdriet van de zanger(es) in gelegen was. Dat had niet gehoeven. Het sprak boekdelen door de manier waarop ze zongen en de onderwerpen die ze kozen. Ontrouw, onbereikbare liefde, het vervloeken van de liefde die niets dan rampspoed heeft gebracht. Je kunt je verliezen in de herrie die Nederland-Zweden was, je kunt je ook compleet verliezen in een paar mensen die hun verdriet bezingen.,<BR>Een liedje is mooi als alles klopt: de muziek, de tekst die als vanzelf in de melodie valt en de artiest die het zingt alsof er op dat moment geen andere woorden zijn om te zingen. Muziek zorgt voor een bepaalde geestesgesteldheid, maar laat je weinig keus welke kant je in je hoofd opgaat. Vergroeid met herinneringen en emoties als het is. Tekst is maar een onderdeel van (pop)muziek. Ik laat hierbij (klassieke) libretto’s e.d. buiten beschouwing.

Songteksten zijn fijn. Echt, er is weinig wat zo leuk is als op het juiste moment in de juiste situatie met de juiste persoon nét die ene regel te debiteren die de situatie helemaal dekt. Songteksten zijn vaak ook grappig of vinden door hun onversneden eendimensionaliteit de kortste weg naar je zwakke plekken. In tegenstelling tot poëzie laat het juist weinig ruimte voor interpretatie. Eenduidigheid is juist de kracht van de songtekst. Natuurlijk kun je de betekenis van een tekst altijd naar je toe trekken, maar in tegenstelling tot wat veel mensen beweren is een songtekst geen poëzie. Al sinds jaar en dag worden bijvoorbeeld de teksten van Bob Dylan als ware dichtkunst beschouwd. Wouter van Oorschot brak in Tirade 400 wederom een lans voor de tekstlyriek van Dylan. Eén van zijn argumenten is: ‘zonder zijn teksten had zijn muziek hem geen wereldroem gebracht. Die is op zijn best verdienstelijk, niet uitzonderlijk.’ Dat doet dus vooral wat af aan de muzikale kwaliteiten van Dylan. Van Oorschot meent dat de muziek in dit geval de tekst ten dienst staat. Het klopt dat Dylans zeggingskracht groot is: hij weet hoe hij een tekst moet brengen. Je zou misschien beter kunnen zeggen dat hij een groot redenaar is. De portee komt bij hem, dankzij zijn wat zeurderige jengelende stem en de wat monotone melodielijn extra sterk naar voren. Maar is een boodschap hetzelfde als poëtische verbeelding? Ik kan weinig meerduidigheid herkennen in Dylans teksten:

You got a lotta nerve
To say you are my friend
When I was down
You just stood there grinning

You got a lotta nerve
To say you got a heling hand to lend
You just want to be on
The side’s that’s winning

(Uit: Positively 4th Street, geciteerd uit Tirade 400)

Paul Simon, de tekstschrijver van het roemruchte en onlangs gereanimeerde duo Simon & Garfunkel verwoordde het als volgt: ‘Ik heb wel geprobeerd poëzie te schrijven, maar dat heeft niks te maken met de liedjes die ik schrijf. […] De teksten van popliedjes zijn vaak zo banaal dat je al een dichter wordt genoemd als je ook maar het kleinste sprankje intelligentie toont. En als je jezelf geen dichter noemt, denken de mensen weer dat je jezelf naar beneden haalt. De mensen echter die je een dichter noemen, zijn de mensen die nooit poëzie lezen. Alsof Bob Dylan de maatstaf is voor poëzie. Ze hebben bijvoorbeeld nog nooit iets van Wallace Stevens gelezen. Dát is poëzie.’
Nu heeft Van Oorschot heus wel de nodige poëzie gelezen, althans, dat moet je aannemen wanneer je zijn fonds in ogenschouw neemt. Maar het is vrij duidelijk dat hij zich laat meeslepen door emoties die uitgesproken bij muziek horen: wat Dylan met hem deed toen hij jong was, verdrietig was, de beroering die zijn teksten teweegbrachten in een ras veranderende wereld. Buitentekstuele argumenten.
Poëzie is veel meer dan muziek verstilling. Mensen die niet van poëzie houden voeren vaak als argument aan dat ze ‘er geen geduld voor hebben’. Of het ‘toch niet begrijpen’. Of er hun weg niet in kunnen vinden, juist omdat het zoveel ruimte laat voor je eigen gedachten en je ook gedwongen wordt die gedachten onder woorden te brengen. Daar moet je wel zin in hebben. Muziek is af. Goede poëzie is dat juist niet. Dat maak je af met je eigen gedachten. Maar beide vul je in met je gevoel. En het is soms juist het onpoëtische dat een poëtisch gevoel teweegbrengt. De wil en zin te mijmeren, terwijl je op tv-kijkt naar een Tsjechisch meisje in een lege bus dat zich wanhopig afvraagt waarom ze niet meer van haar vriendje houdt.

Daphne de Heer

Recent

25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Literair Nederland - 10 jaar geleden

08 oktober 2007

Noeste gelovigen die de Texaanse prairie trotseren tegen beter weten in. Wrede indianen die hun voormalig territorium verdedigen. En de Amerikaanse burgeroorlog op de achtergrond. De nieuwste roman van Arthur Japin is een prachtig geschreven historische roman met een sympathieke maar chagrijnige oude vrouw in de hoofdrol. Een vrouw die dingen heeft moeten doorstaan die je niemand toewenst. Het moment dat de laatste indianenstam zich besluit over te geven wordt voor haar een reis naar het verleden.

Sallie “Granny” Parker en haar man, kinderen, schoonzonen en kleinkinderen trekken er rond 1835 op uit om een fort te bouwen in Texas. Als pioniersfamilie hebben ze een stuk grond gekregen midden in het leefgebied van een indianenstam: de Comanche. Deze staan bekend als een van de wreedste stammen van het land. Binnen de hoge muren van hun fort wanen de Parkers zich echter veilig. Tot die ene dag aanbreekt waarop de indianen haar halve familie doden en de rest ontvoeren.

Lees meer