19 januari 2004

D.

Zo kon het gebeuren dat ik op een regenachtige winteravond, ontdaan van al mijn illusies na mijn dramatische afgang tijdens De Grote Literatuurquiz, met een van de eveneens literair minder onderlegde deelneemsters in een nabij de studio gelegen dranklokaal belandde. De dame in kwestie, die ik vanaf nu als D. zal aanduiden, wist in een voor Amsterdamse begrippen ongekend tempo vier rode wijn op ons tafeltje te krijgen. ‘Eén voor acute bijstand en één voor de gezelligheid,’ knipoogde ze en ze posteerde zich als een dame die zich het middelpunt van eenieders belangstelling wist. Of waande dan toch. Ik was moe en gedesillusioneerd, de ideale emotionele humus waarin onnadenkend gedrag gedijt. D. dronk haar glas ad fundum leeg en spoorde mij aan hetzelfde te doen. Direct vloeide er een warmte en overmoed door mijn aderen, en het ware wijzer geweest indien ik mijn jas had gepakt, mijn aan alle deelnemers uitgereikte Boekenbon van € 15,- als fooi had achtergelaten en met een welgemeende klapzoen op D.’s wang het hippe etablissement had verlaten.

In plaats daarvan zei ik: ‘Ik vind het literaire establishment zo conservatief en hypocriet. Altijd maar dat zogenaamde heilige ontzag voor het geschreven woord! Terwijl de helft van wat er uitgegeven wordt nog te slecht is om als aanmaakblokje voor de open haard te fungeren. Ondertussen zwoegen al die literaire types vooral ter meerdere glorie van zichzelf en ontmoeten elkaar te pas en te onpas in sociëteit dit en Club dat om met elkaar te klagen en te roddelen.’

D. keek me even met een schuine blik aan, ik negeerde haar en vervolgde: ‘Vroeger liep ik net als jij al die borrels af, dat mag je best weten hoor, daar schaam ik me helemaal niet voor, maar op den duur vond ik toch geen bevrediging meer in al die vluchtige contacten. En de drank maakte me dik, om van de rest nog maar te zwijgen.’ D. pakte heel terloops een klein notitieblokje uit haar tas en wenkte de ober om nog meer wijn. Ik nam snel de laatste slok uit mijn tweede glas en schoof het met een bruusk gebaar terzijde. Ik boog me vertrouwelijk naar D. toe. ‘Weet je,’ zei ik met licht wiebelende tong, ‘ik hou van literatuur. Als ik klaar ben met werken surf ik altijd even langs Literairnederland.nl. Dat is een leuke site. Maar weet je?’ D. schudde haar hoofd, maakte snel een paar aantekeningen. ‘Dat mag dus niet van mijn vrienden en collega’s. Dat vinden ze stom. En autistisch. En ze vertrouwen het niet. Ze denken dat ik op die manier een vals vertoon van mijn literaire kennis probeer te geven. Of in de chatroom mijn eenzaamheid probeer te verdrijven. Nou, neem van mij aan, ik voel me in mijn eentje in zo’n chatroom minder eenzaam dan op een literaire borrel met vierhonderd mensen waar je elkaar niet verstaat en de wc’s de hele tijd bezet zijn!’ D. knikte weer, hoewel ik zeker wist dat zij al na één dag zonder borrel zou verpieteren als spruitjes die op een kachel staan te pruttelen.

‘Een echte Ajax-fan hoeft toch ook niet elke week op de tribune te zitten? Waarom zou ik als echte literatuurliefhebber dan per se een gevierde gast op allerhande feesten en partijen moeten zijn?’ spuugde ik. Het bleef even stil aan ons tafeltje terwijl de ober de nieuwe glazen wijn neerzette.

‘Maar ja,’ verzuchtte ik, ‘toch merk je gewoon dat mensen er moeite mee hebben dat ik Literair Nederland zo vaak bezoek. “Dat is toch gênant,” zeggen ze dan, “dat iedereen ziet dat je online bent of ziet wat je geschreven hebt. Straks vinden ze me dom of niet erudiet genoeg.” Onzin natuurlijk, en anders neem je toch een pseudoniem. Ik moest me heus wel over iets heen zetten hoor, die eerste keer dat ik de site bezocht, maar nu ben ik de schaamte helemaal voorbij. Nergens ontspan ik zo lekker na het werk als op Literair Nederland!’ sprak ik triomfantelijk en sloeg de rode wijn achterover. Het puntje van D.’s tong was zichtbaar terwijl ze mijn woorden in een onleesbaar kriebelhandschrift neerpende. ‘Ja, schrijf allemaal maar op, kan me niks schelen!’ schreeuwde ik vol overmoed.

Het laatste wat ik me herinner is dat D. me met tien euro een taxi in duwde. De rit kostte € 20,-  en de taxichauffeur bleef slapen.
 
Naschrift van de redactie:

Hoewel zich onder onze leden de meest uiteenlopende types bevinden, willen wij ons bij dezen officieel distantiëren van het hierboven geciteerde lid. Ten onrechte doet de persoon in kwestie het voorkomen alsof Literair Nederland een beetje vuige, onfrisse gemeenschap is waarvan het maar beter is dat je ouders niet weten dat je hem bezoekt. Of dat je aan een vorm van contactgestoordheid zou lijden wanneer je je in onze chatroom begeeft. Of dat wij een hekel hebben aan het zogenaamde literaire establishment. Dit alles is niet waar. Literair Nederland is een integere en eerzame site die door een groep enthousiaste vrijwilligers wordt onderhouden en waar iedereen serieus genomen wordt, zelfs mensen die onderdeel uitmaken van het literaire establishment. Ondanks het feit dat de bezoekersaantallen sinds de rel met bovengenoemd lid explosief gegroeid zijn, zijn wij als redactie bezorgd om het imago dat ons thans  aankleeft. Wij hopen dat bij dezen rechtgezet te hebben.

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer