8 december 2003

Liever geen hobbyist

Geen enkele schrijver schrijft perfect en geen enkele vertaler vertaalt perfect. Dat kan niet en dat hoeft ook niet. Voordat een manuscript een boek wordt, gebeurt er nog van alles mee op de uitgeverij. Er kijken als het goed is minimaal drie mensen naar de ingeleverde tekst voordat het manuscript naar de drukker gaat: een (bureau)redacteur, een persklaarmaker en een corrector. En de schrijver of vertaler zelf natuurlijk. Nederlandse auteurs worden meestal nog wel uitgebreid persoonlijk begeleid en de redacteur houdt zich zoveel mogelijk bezig met de totstandkoming en de redactie van het boek. Bij vertalingen ligt dit echter anders. Dikwijls kan de redacteur die het boek begeleidt door de toenemende productiedwang en de drukte die het redacteurschap met zich meebrengt, geen aandacht besteden aan de kwaliteit van een vertaling.

Blijven over: de persklaarmaker en de corrector. Twee mensen, die in feite verder niks met het boek te maken hebben, de schrijver ervan vaak niet kennen en de tekst nog niet eerder onder ogen hebben gehad, moeten er voor zorgen dat de tekst brandschoon aangeleverd wordt. Brandschoon, dat wil zeggen: de persklaarmaker, de eerste die de tekst ziet nadat deze van de vertaler komt, moet er zorg voor dragen dat de tekst stilistisch en grammaticaal correct is. Ook moet er nauwkeurig gecontroleerd worden of de vertaling het origineel wel recht doet en er geen vertaalfouten in staan. Wanneer een tekst uit het Engels vertaald is (wat meestal het geval is) lukt dit nog wel aardig, al zal de gemiddelde persklaarmaker niet altijd bekend zijn met typische Engelse uitdrukkingen, jargon of slang. Zelfs eenvoudiger Engels blijkt soms al een brug te ver voor de gemiddelde persklaarmaker. Zo kun je in een gevoelige dialoog waarin iemand zijn zienswijze op een gecompliceerde emotionele kwestie uiteenzet, pardoes de oneliner ‘Ik heb de foto ontvangen’ (‘I get the picture’) tegenkomen. Ook schijnen er tegenwoordig speciale babydouches (‘babyshower’) te zijn voor de allerkleinsten en is een ‘cell phone’ zoals wij allemaal weten een telefooncel…

Let de persklaarmaker vooral op de grote lijnen, de corrector zet in de eerste proef de puntjes op de i: afbreekfouten, spelfouten, typefouten; het vereist een timmermansoog, maar een goede corrector houdt van dat priegelwerk en heeft er talent voor. Helaas is de corrector wel afhankelijk van het werk van zijn voorganger: wanneer een tekst slecht is persklaargemaakt, zit de corrector met de brokken. In het ergste geval kan hij het werk van de persklaarmaker nog eens dunnetjes overdoen waarna er eigenlijk nog een corrector naar de tekst moet kijken, omdat je nu eenmaal niet overal tegelijk op kunt letten.

Het is natuurlijk kwalijk dat de persklaarmaker noch de corrector fouten als hierboven genoemd opmerkt, maar geeft het niet méér te denken dat een vertaler van die onzin opschrijft? Wanneer je als persklaarmaker zulke fouten tegenkomt verlies je toch alle vertrouwen in de vertaler? Vanaf dat moment moet je in feite de hele tekst (variërend van gemiddeld 50.000 woorden tot 200.000 woorden) 1:1 gaan controleren, een heidens karwei. Op een paar hoogstaande literaire uitgeverijen na worden er door de meeste Nederlandse uitgevers bijzonder veel middelmatig vertaalde boeken uitgegeven. Onlangs verscheen in Boekblad Magazine (een bijlage bij Boekblad, het vakblad voor de boekenbranche) een artikel met de kop: ‘Aantal fouten in boeken neemt toe door productiesnelheid’. Er verschijnen meer boeken, waardoor er per titel minder tijd overblijft en er steeds meer werk uitbesteed moet worden. Voor het gemak vergeet het artikel te vermelden dat er door de enorme overdaad aan titels die er wordt uitgegeven, met name waar het vertalingen betreft, dikwijls een beroep moet worden gedaan op het B-garnituur vertalers. Dit in combinatie met het verschijnsel debutantendwang, wat een hoop kromgeschreven amateuristisch proza oplevert en de sowieso aanzienlijke berg middelmatige boeken die er verschijnen, zorgt ervoor dat de freelancers ook steeds meer werk hebben aan de manuscripten die ze onder handen krijgen. En als ze daar nou nog goed betaald voor kregen… Maar nee, het gemiddelde tarief bij literaire uitgeverijen ligt op € 3,75 voor persklaarmaken en € 3,- voor corrigeren per 1000 woorden. Niet-literaire uitgeverijen betalen gemiddeld zo’n € 3,20 voor persklaarmaken en € 2,30 voor corrigeren. Maar, stelt, een bureauredacteur in eerder genoemd artikel uit Boekblad Magazine: ‘Persklaar maken en corrigeren doet iemand uit liefde.’ En we weten allemaal: dan hoef je er niet voor betaald te krijgen. Dat een bureauredacteur wel een normaal salaris betaald krijgt, duidt er dus op dat hij zijn werk niet uit liefde doet, maar puur uit hebberigheid.

Nee mensen, dan de persklaarmaker: een idealistische, romantische, maar toch vakkundige, liefst afgestudeerde literatuurliefhebber. Tot in de late uurtjes werkt hij op zijn zolderkamertje bij het schijnsel van een eenzame kaars, met een mohairen deken om zich heen geslagen, in de rechterhand een rode Hema-pen van € 0,95, noest en vlijtig aan een onovertroffen meesterwerk. Zorgvuldig zet hij hier en daar een streep door een iets minder fraai geconstrueerde zin, of verhelpt hij een onhandige inversie. Ten slotte pakt hij bij het krieken van de dag zijn rekenmachine en ziet dat hij voor een week meer dan fulltime werk het prachtige honorarium van € 300,- bruto heeft verdiend. Peinzend staart hij naar de stapel rekeningen op zijn bureau en de berisping van het Belastingkantoor dat hij voor ten minste drie opdrachtgevers moet werken. Maar dit alles deert hem niet: alles voor de literatuur!

Voor elk vak geldt: liever geen hobbyisten. Vaklui hebben we nodig! Zeker gezien de huidige droevige staat waarin veel boeken verschijnen. Er zijn genoeg (doch ook weer niet overdadig veel) capabele persklaarmakers en correctoren, die inderdaad liefde voor de literatuur en vooral voor hun vak koesteren. Maar gezien de huidige honoraria, die al in geen jaren zijn aangepast aan de inflatienorm, zien de meeste freelancers zich gedwongen veel werk aan te nemen, louter om te kunnen leven. Dus ja, dan heb je als uitgever die leunt op de kwaliteiten van zijn freelancers een probleem. Wil je echt (vrijwel) foutloze boeken uitgeven, dan zul je als uitgever je freelancers beter moeten betalen en minder moeten uitgeven. Dat laatste zal wel niet gebeuren, maar dat eerste wordt domweg hoog tijd. Eigenlijk zouden al die (goede) freelancers zich moeten verenigen in een soort vakbond en harde onderhandelingseisen op tafel moeten leggen. Als het moet gewoon met stakingen dreigen. Eens kijken wat er dan gebeurt. Want liefhebber of niet: grondig werk verdient een grondige beloning. 

Daphne de Heer

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer