18 augustus 2003

Non-instrumentele muziek

– Zeg, heb jij onlangs nog die discussie gevolgd op Literair Nederland?
Welke discussie?
– Over het idee dat veel filosofie mislukte literatuur was?
Wie zei dat?
– De immer eloquente Levi Entfield
Ja, zo ken ik er nog wel meer
– Oh ja?
Ja, veel poëzie is mislukte non-instrumentele muziek
– Wat voor een muziek?
Sorry, zo noem ik muziek die sinds de verderfelijke Beatles popmuziek wordt genoemd
– Ehh….
Het is heel eenvoudig: waarom zou je voor woorden zonder kiezen als je ook woorden met kan krijgen
– Met wat?
Met achtergrond, versterking, Umfeld. Het probleem van filosofie en poëzie is dat het zo kaal is, zo contextloos, je denkt al snel, het zal wel, wat kan mij het schelen, lul niet, terwijl als je verleid wordt met context, met omgevingsgeluiden, met details, met voorbeelden, met dwarsverbanden; kortom:met een verhaal, je veel eerder geneigd bent mee te gaan in de gedachtekronkels van een ander.
– Dat lijkt me subjectief.
Precies. Een mooie filosofische, poëtische term. Dat is het ook. Daar zijn ze ook goed voor. Geen enkel literair werk kan bestaan zonder een filosofische gedachte; geen enkel non-instrumentaal werk kan bestaan zonder poëzie. Maar als je wat te zeggen hebt dan moet je het zingen, uitschreeuwen, verpakken, niet koesterend voor je houden in een trits droge woorden.
– Dus filosofie en poëzie is de schaapachtige essentie en literatuur en ‘non-instrumentele muziek’ de wol?
Ach, iedereen is op zoek naar essenties. Dat is de ziekte van de westerse cultuur. Alleen niet iedereen wil er ten allen tijden naakt mee geconfronteerd worden. Van oudsher behoeft men bekleding, een ademende zak waaruit ideeën kunnen verdampen of waarin ze kunnen condenseren. Plato schreef zijn ideeën toch ook niet zomaar vormloos op? Homerus stond toch ook niet elk woord te benadrukken?
– Sorry, nu ben ik je kwijt.
Nou, de ene was schrijver en de ander rapper.

Doek valt. 

Mike Naafs

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer